Het hoofd schuin opzij, de wind door de schaarse haren. Echt koud is het niet in de polder. Ook echt groen is het niet. Bruin en somber eerder. Herfst. Het is lastig om het stuur recht te houden in deze pose maar we doen ons best. We doen altijd ons best. Tegen de stroom in. Met de stroom mee soms. Uit plichtsbesef, uit eigenwijsheid. Volgzaam en recalcitrant. Verleidelijk en weerzinwekkend. Verstandig en emotioneel. Met twijfel en overtuiging. Geliefd en vervloekt. We doen ons best.
De wegen zijn over het algemeen recht en overzichtelijk. Flauwe bochten slechts. Niet teveel grote wendingen. Niet veel keuze. Iets teveel naar rechts of iets teveel naar links. Een kleine ruk aan het stuur en hup de dijk af de sloot in. Daar zijn ze weer. Duiveltjes van de fundamentele onvrede. Wat een praatjes. Conversaties over nooit meer weten. Volledige vereenzelviging met de somberte buiten. Voorbij de verveling, de hulpeloosheid. Verlangen naar anders, gekoesterde en verdwenen warmte. Wispelturig is hij. Hij heeft ook zo zijn buien. Regen vaak. Aanwezig gelaten. Uitgelaten en opgewekt de depressie tegemoet.
De polder is goed. Net dynamisch genoeg. Rechtdoor lijkt me. Het hoofd, vochtig en iets van fris. Ik trek het naar binnen en druk op het raamsluitenknopje. Ik aanschouw mijn geruststellende blik in de achteruitkijkspiegel. Het besef van verwarring geeft houvast. Het is alweer snel behaaglijk. Ik kan er wel weer even tegen. Bijna thuis.

Categorieën: Algemeen

1 reactie

sylvia1 · 20 mei 2010 op 10:17

Ik vind het een mooi stuk, hoe vaker je het leest hoe mooier het wordt. Treffende metaforen over het leven zelf. Ook herkenbaar: momenten waarin je even denkt aan een zelf gekozen dood. Tenminste, zo lees ik ‘t 😉

Geef een antwoord