Het is stervenskoud. Ronald Plasterk draagt een muts, gestreept thermo-ondergoed en de teddyberenpyjama die hij afgelopen kerst van zijn vrouw heeft gekregen. Hij ligt in zijn slaapzakje onder de Antarctische sterrenhemel. Zijn linkervoet, gestoken in een grote witte skisok, beweegt zachtjes heen en weer. Hij droomt over kuise nonnen, grote knuffelberen en het onderwijs. Het zijn nare dromen. In het huidige onderwijssysteem zijn er grote boze scholen die zich niets aantrekken van de brugklasperiode. Die monsters plaatsen de kleine ettertjes vanaf dag één bij intelligentiegenootjes in de klas, zodat de lieve kijkbuiskindertjes die extra steun nodig hebben om zich te ontplooien volkomen buiten de boot vallen. En zo ineens de havo doen, terwijl ze vwo kunnen. Ronald pakt zijn waterpistool en door de kou bevriest het bestuur van zo’n nare school.

Nu is Ronald de baas. Hij zet zijn voet op de schouder van een bevroren bestuurslid en klimt op het dak. Luid roept hij: ‘oh lieve kinderen! Aanschouw mij, Ronald de Plasser, hier op het dak van jullie school. Ik wil dat jullie allen gelijke kansen krijgen! Slimme kindjes, breng jullie wijsheid over op de dommen! Domme kindjes, pest de slimme kindjes niet en stel je open voor hun adviezen! Ik spring zo op dit gebouw en dan zijn alle klassen gemengd! Ga heen en leer, want jullie zijn onze toekomst!’ Ronald springt en het gebouw schudt door zijn ongelooflijke kracht. De aardbeving die volgt, zorgt ervoor dat alle klassen nu gemengd zijn.

Ronald laat zich tevreden via de regenpijp naar beneden glijden. Hij had zijn toespraak zo goed voorbereid, dat er geen enkele wanklank zou zijn. Niet zoals bij de strakke handhaving van de 1040-urennorm. Al die scholieren die spijbelden om hun gelijk te halen, die zich niet zomaar weg lieten spuiten door de brandweer, maar massaal bleven protesteren. Het koude zweet loopt hem weer over zijn rug. Die arme kinderen weten nooit wat goed voor hen is. Maar hij, Ronald, weet wat het beste is. En hij zal daarvoor strijden.

Hij legt zijn cape recht en schrijdt waardig door de school. Hij stapt het eerste lokaal in. Vroeger was dit het lokaal voor de minder begaafde leerlingen die extra hulp kregen. Nu is de klas gemengd. De docent verwelkomt Ronald hartelijk en laat hem zien dat hij nu heel veel aandacht voor de groep heeft, omdat de havo- en vwo-scholieren nu zijn hulpdocenten zijn voor de scholieren met een leerachterstand. Tussendoor leert hij de vwo’ers basiswoordjes Latijn en geeft ieder huiswerk op het eigen niveau. Ronald kijkt rond en ziet dat het goed is.

Onderweg naar het volgende lokaal doet hij een kikkersprongetje van vreugde. Zijn plannen werpen nu al vruchten af. Hij gooit enthousiast en zeer zelfingenomen de deur van het tweede lokaal open. Zijn glunderende gezicht zakt af tot een zwak glimlachje als hij de stroperige lucht van de eenvoud binnen stapt. De docent zit op zijn bureaustoel en geeft geschiedenis op een niveau zodat iedere leerling het begrijpt. Een enkele leerling zwaait continu met haar vinger in de lucht voor de moeilijkste vragen, maar het merendeel zit met lange gezichten tekeningetjes te maken. Vooral als zij antwoord krijgt. Een vliegtuigje strijkt langs de wang van Ronald. Hij besluit erop te springen en vliegt uit het open raam.

Buiten haalt hij diep adem. Een bijtje blokkeert voor een moment zijn luchtpijp, maar na een flinke rochel vliegt het enigszins verzwaard door het spuug op zijn rughaar weer verder. Ronald legt zijn haar goed. Die verveelde klas van net is slechts een voorbeeldje hoe het minder gaat. Maar met extra veel bijgeschoolde interactieve docenten zal de klas zich beter ontwikkelen. Hij zal zo naar het einde van de regenboog vliegen voor de pot met goud die hij daarvoor nodig heeft. Die zesjescultuur van Nederland is slechts mythologische onzin, dus dat zal de vwo’ers niet remmen om goed hun best te doen op hun eigen niveau. Anders zal hij met zijn cape zwaaien en zal iedereen weer gemotiveerd zijn.

Kansen, daar draait het om. Doorstroming. En zo volgt Ronald de luchtstroom die hem naar het volgende lokaal brengt. Hij bukt om door het raam te vliegen, maakt een sierlijke pirouette en landt in een kakofonie van kabaal. Even denkt hij in een getto te zijn geland en hij bukt snel om zijn glimmende schoenen te beschermen tegen diefstal. Dat is net op tijd om de perforator die gericht is op zijn hoofd te ontwijken. De havisten hergroeperen de klas en de vmbo’ers gooien op commando doelgericht pennen, elastiekjes en acculaders naar de indringer. Ronald krijgt het benauwd, maar net voor hij flauwvalt ziet hij twee prachtig ingepakte kindertjes boven hem, die als ware engeltjes vastgebonden aan de plafondplaten angstig naar hem grijnzen.

Ronald gilt in zijn slaap. Willem-Alexander en Maxima haasten zich over het Poolijs naar de tent van de minister. Een arts vergezelt hen. Maxima krijgt moedergevoelens als ze hem zo ziet liggen in zijn teddybeertjespyjama en knuffelt hem troostend. Ronald kreunt zachtjes over 1040-urennormen en talenten die niet uit de boot mogen vallen. Willem-Alexander houdt het zakelijk en praat met de arts. ‘Deze extreme temperaturen hebben zijn hersens ernstige schade toegebracht,’ fluistert de arts zachtjes. ‘Hij heeft last van tunnelvisie. Misschien gaat het nog over, maar het kan zijn dat de werkdruk zorgt dat zijn waanideeën over het onderwijs blijven bestaan.’ En Ronald knikt; hij weet dat het zo goed is.


9 reacties

maurick · 21 februari 2009 op 15:10

Wat een heerlijke column!

Echt van genoten!

Al dat gekunstel met het onderwijs door mannen die er al veel te lang uit zijn om er überhaupt een reëel beeld van te kunnen krijgen. 😕
Waarom al die veranderingen:eh:
Nergens goed voor… 🙁

arta · 21 februari 2009 op 16:03

Ronald de plasser verdient een standbeeld.:-D
Echt humor, dit, Neus!
😀

LouisP · 21 februari 2009 op 17:37

Prima,
soms is het zonde dat ik zo weinig over politiek en andere randzaken wil of kan weten. Als ik dit stuk lees wilde ik dat wat meer op de hoogte was van dit. Desondanks vond ik het een vloeiende reis, of tocht, alsof ik een een prachtige achtbaan zat.
Knap geschreven.
L.

Prlwytskovsky · 21 februari 2009 op 18:18

[quote]Ronald Plasterk draagt een muts[/quote]

Deed ik ook ooit, maar ze werd me te zwaar.

KawaSutra · 22 februari 2009 op 02:26

Ik zou er waarschijnlijk ook nachtmerries van krijgen.
Tikkie lang misschien maar goed geschreven en dus een lust om te lezen.

Mosje · 22 februari 2009 op 13:20

Prachtige absurdistische capriolen laat jij Plasmans uithalen, erg leuk.

Bitchy · 22 februari 2009 op 15:13

Krijg bijna medelijden met die arme Ronald!

😆

Neuskleuter · 22 februari 2009 op 18:50

Bedankt voor de leuke reacties! 😀

Mien · 24 februari 2009 op 07:46

Saai, repeterend en bekend onderwijsverhaal leuk verpakt in een angstdroom met sterke opbouw en sterk eind.
Jammer dat je Plas af en toe iets teveel en te lang laat doorfladderen, alhoewel misschien (on)bewust want het onderwijs fladdert ook nogal eens in het luchtledige.
Ronald zou willen dat hij zo flamboyant door een column kon vliegen.

Mien

Geef een antwoord