Een schijnbaar willekeurig gedicht, waarvan de auteur mij is ontschoten, zingt de laatste tijd steeds vaker door het hoofd van een bijna verworden paria.
“Maar lieve man je rookt teveel, dat moest je toch eens laten”,
zo zegt de vrouw,”geloof je me niet, je laat me steeds maar praten”.
“Ach wat”, zegt hij, “zie eens oom Piet, kras roker in al zijn dagen,
en die toch flink zijn jarental van zeventig blijft dragen” .
“Maar man”, zegt zij, “dat maakt mijn mening volstrekt niet twijfelachtig.
Ik denk als hij niet had gerookt dan was hij nu al tachtig”.
Was het omdat ik de boodschap van dit gedicht nog niet begreep toen ik dit op de lagere school uit mijn hoofd moest leren om het voor de klas voor te dragen en uiteindelijk toch ben gaan roken? Ik herinner het me als de dag van gisteren, zomer 1986. Bij hoog en bij laag beweerde ik tegen een vriendje dat ik nooit zou gaan roken. Dit omdat ik een geweldige hekel had aan de gewoonte van mijn vader, die ’s morgens vroeg ook op het kleinste kamertje rookte. Heerlijk wakker worden was dat. Naar adem snakkend op het toilet, als ik mijn eerste plas voor de dag deed. Toen wist ik nog niet dat je nooit nooit moest zeggen. In de herfst datzelfde jaar nog was dat standpunt volledig in rook opgegaan. Tijdens een logeerpartij bij datzelfde vriendje ontmoette ik ook weer oude klasgenoten die ik sinds mijn verhuizing niet meer had gezien. Iedereen rookte stoer op het schoolplein waar ze iedere avond ‘onschuldig’ rondhingen. Hier kon ik natuurlijk niet voor onderdoen. En zo eindigde voor mij een logeerpartij. Een illusie armer maar een kiem van een verslaving rijker, die al snel als een onkruid weelderig woekerde.

Natuurlijk zijn er ook pogingen geweest om te stoppen. Het begon al toen ik de teleurstelling op het gezicht van mijn vader las, toen hij ontdekte dat ook ik dezelfde fout had gemaakt dan hij in het verleden. Zijn teleurstelling op deze ontdekking, naar mijn overtuiging de enige goede reactie, heeft een diepe, beschaamde indruk achtergelaten bij mij. Het is doodzonde dat dit uiteindelijk niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. Vaak zat, zijn er ook van die momenten dat ik denk, waarom rook ik eigenlijk? Dan weet ik het een aantal dagen rookarm tot rookvrij te houden totdat de vraag in mij rijst waarom ik in godsnaam probeer te stoppen.

Nu rook ik als een schoorsteen. Ik steek bijna de ene na de andere peuk op als ik inspiratieloos naar mijn scherm zit te staren. Ik heb nicotinevlekken op mijn vingers die zelfs na een half uur boenen nog niet verdwijnen. Ik word ’s morgens hoestend en proestend wakker en is een sjaffie de enige remedie om dit hoesten een beetje te temperen. Daarbij is mijn conditie die van een hoogbejaarde en zijn mijn longen minstens zo zwart als de gedachten die ik soms heb. En het trieste van dit alles is, dat het me eigenlijk ook niets interesseert.

Mentaal slap als ik ben, onderneem ik geen pogingen meer om te stoppen. Respect voor diegenen die deze mentale kracht wel hebben en het lukt. Ontmoedigingsbeleid ten spijt ben ik, door de accijns, een grote sponsor geworden van het onderzoek naar kankerbestrijding en mag ik buiten blauwbekken of erger nog neem ik plaats in een daarvoor speciaal aangelegde glazen doos waar ik, als een met uitsterven bedreigd diersoort, mag toegeven aan mijn verslaving. Op deze momenten voel ik me echt de sigaar.

Categorieën: Algemeen

12 reacties

Mien · 7 december 2004 op 18:59

Goed nieuws,

… je bent slechts 20 verhalen verwijderd van loutering …

Succes alsnog,

[color=000066][url=http://www.examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=258]Rookverhaal 01: Ach ach ach, wat een nach[/url][/color]

Mien Rook(t niet meer)

Winny · 7 december 2004 op 19:10

Altijd leuk je te lezen, KingArthur! Als verstokte roker verheug ik mij dan ook nu al op mijn komende vliegreis, die ik bijna geheel slapend doorbreng. Dan hoef ik er niet aan te denken en niet naar te tanen. Ik rook mijn eerste shaggie ‘s morgens als ik mijn ogen genoeg openheb om te zien wat ik draai…, op de rand van het bed.

Mup · 7 december 2004 op 19:53

Ik ga het gewoon nog een keer zeggen: zoooo herkenbaar. Er zit teveel tussen mijn oren, inclusief het roken, om te stoppen,

Groet Mup.

Mosje · 7 december 2004 op 20:29

Mooi.

Mosje

Dees · 7 december 2004 op 21:46

Van a tot z herkenbaar helaas 🙁

Mooi geschreven!

Ma3anne · 8 december 2004 op 09:54

Ik weet niet wat het is, maar ik ontmoet in de rookhokken of buiten in de kou bij feestjes altijd de leukste mensen, als ik mijn nicotineshot neem. heb jij dat nou ook?

archangel · 8 december 2004 op 11:28

@ Ma3: goh, laat ik de leukste mensen nou altijd tegenkomen wanneer ik bezig ben met sporten, vegetarisch eten, niet roken, geen koffie en frisdrank drinken, en geen suiker en geraffineerde rotzooi eten 😀 😉 😛

Ma3anne · 8 december 2004 op 11:34

@ Archangel:
Zou tussen die twee uitersten dan die saaie grijze massa zitten? 😉

Wright · 8 december 2004 op 13:16

Valt het je op dat de zon feller schijnt, als de rook om je hoofd is verdwenen?

Na ruim een jaar nicotinevrij te zijn, kan ik melden, Nee!!
(Maar het lucht wel op!)

Rookvrije groet, Wright

sally · 8 december 2004 op 16:46

Ik vind het idee dat ik afhankelijk zou zijn van die verrotte stinkstok afgrijzelijk.
In aparte hokjes staan, bij de rookpaal, buiten in de kou.
Ik mocht graag roken, maar dat wordt me echt te gek!
Sinds een paar jaar rook ik heel af en toe eentje voor de gezelligheid waar het kan.
Bevalt me uitstekend.
nooit thuis, nooit in de winkel.
Terwijl ik ooit verstokt roker was.
Dus er is nog hoop KingArthur.
Groet
begripvolle Sally

pepe · 8 december 2004 op 17:43

ik voel me meer een sigarinnetje 😉

Een column met een rookwolkje!!

KingArthur · 9 december 2004 op 21:46

Dank voor alle reacties.

@ Ma3, ik weet het eigenlijk niet. Op mijn werk ben ik namelijk de enige roker. Op andere gelegenheden kom ik ook niet rokers tegen waar ik het prima mee kan vinden en in die optiek moet ik Archangel dus ook gelijk geven.

@Pepe, nog altijd liever de sigaar of het sigarinnetje voelen dan de doos/kist waar hij uitkomt. 🙂

Geef een antwoord