Met het hekwerk zwaar in mijn gezicht gedrukt kijk ik quasi nonchalant naar de dieren in ons park. Afgelopen lente heeft er een ware hertenbabyboom plaatsgevonden. Het jonge grut staat me nu, tussen bruinend blad, brutaal aan te kijken. ‘Komt er nog wat?’ zegt hun, op mijn hand rustende, blik. ‘Donder op’, dreigen mijn ogen.

“Mam, ga je mee?” Met mijn handen krampachtig door de afrastering gevlochten kijk ik voorzichtig op. Aarzelend laat ik één hand los. Heb ik werkelijk geroepen dat ik de beste rolschaatser op school was vroeger? En dat je het, net als fietsen, nooit verleert? De grond onder mij beweegt gevaarlijk.

“Nog even, Marie.”

Ik probeer los te gaan staan. Mijn éne been rolt ongecontroleerd weg van me. Tot mijn schrik wil het andere ook meerollen. Wild zwaaiend met mijn armen probeer ik niet te vallen. Dit keer heb ik geluk.
“Kom op, mam, je kúnt het!” Marie imiteert mijn beste peptalk.
“Natuurlijk kan ik het.”

Eén slag, twee slagen en ik rijd weer. Vijftig meter verderop staat mijn dochter al een hondje te aaien.
“Dat kun jij snel,” moedert ze als ik haar inhaal. “Heb je de zon al gezien? Hij schijnt zo mooi in het water.”
Het enige dat mij interesseert is het asfalt onder me en mijn grootste angst is dat ik het van héél dichtbij mag bewonderen.
“Ja, prachtig, meisje,” lieg ik zonder aarzeling.

Een man met een hond komt ons tegemoet lopen. ‘Bewegend object’.
“Raak me niet aan!” krijs ik al van verre, “houd die hond uit mijn buurt.”
Alleen al bij het idee wat er eventueel kan gebeuren, raak ik uit evenwicht. Marie kijkt me verwijtend aan.
“Iedereen lacht je uit. Echt heel erg voor schut.”
“Maar ik doe het wel, en dat kan niet iedereen zeggen,” roep ik, een heuveltje afrazend. Trots kijk ik achterom. Dat ging echt snel en ik ben niet gevallen. Zelfverzekerd rijd ik door.

“Het gaat steeds beter met je. Knap, hoor.” Inmiddels kan ik Marie wel wat aandoen met haar stomme aanmoedigingen. Ik wil gewoon heel thuiskomen en meer niet. Nog één recht stuk en dan zijn we weer bij de dieren. Ik manoevreer over bobbels, zigzag langs putjes en ontwijk wandelaars.
“Mam?”
“Noem mij maar Superskate-mam!” roep ik overmoedig.
“Ga je niet te….”

Het hek van het dierenpark drukt ruitjes in mijn gezicht. Zwart-wit beelden van kinderen die al de hoek om zijn, terwijl ik nog van ons tuinpad probeer te rolschaatsen, drukken echter pijnlijker in mijn hoofd.
“…Hard?”

Categorieën: Diversen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

16 reacties

SIMBA · 22 januari 2009 op 08:01

Stoer!

Neuskleuter · 22 januari 2009 op 09:28

Zijn hier ook foto’s van? 😀 Het is enigszins tam of voortkabbelend voor jouw doen, maar ik heb het met een glimlach gelezen.

En rolschaatsen… Verkopen ze die nog? Ik zie alleen maar skeelers overal. Maar ik ben bang dat ik het ook verleerd ben, met die noppen om je af te zetten en die wieltjes naast elkaar… Nee, ik houd het ‘veilig’ op skeeleren 😉

lisa-marie · 22 januari 2009 op 09:53

Superskate-mam: geweldig stoer!
En jammer dat ik het niet had gezien 😆
Ik neem nu toch wel onmiddelijk een hond want zulke dingen wil ik niet missen 😉

Mosje · 22 januari 2009 op 10:30

Cool. Hier willen we de beelden van. En van de kapotte knieen en ellebogen natuurlijk.
😀

Krasblog · 22 januari 2009 op 11:42

En zie ging Oe, oe oe oehoe-Oerend hARTA,

Met veel plezier gelezen. Leuk!

Krasblog

KingArthur · 22 januari 2009 op 12:16

Het loopt i.i.g. allemaal op rolletjes bij je. Even dacht ik, in je eerste alinea, een fout te bespeuren. Blikken i.p.v. blik maar het is het jonge grut dus krijg je toch weer gelijk.

Wist je trouwens dat blikken kunnen doden?…Als je maar hard genoeg gooit.

axelle · 22 januari 2009 op 16:07

Hahahaha :p Héérlijk….

pally · 22 januari 2009 op 16:24

Grappig beschreven, jouw trotse gestuntel, maar je doet het toch maar, Arta! Heerlijk irritant,hè die echo van je eigen woorden weerkaatst via je kinderen? Maar je ging niet voor gaas….. 😀

groet van Pally

Mien · 22 januari 2009 op 16:48

… en dan hoor je … jingle bells, jingle bells, jingle all the way …!!!

Mien Rudolf leeft mee :hammer:

Dees · 22 januari 2009 op 16:58

Deze:

[quote]“Iedereen lacht je uit. Echt heel erg voor schut.” [/quote]

vat de hele column samen, het gevoel dat je oproept. Lekkere zelfspot en lekker leedvermaakt, erg leuk geschreven. Vraag me meteen af of ik nog zou kunnen rolschaatsen, maar zoiets verleer je nooit, toch? 😀

doemaar88 · 22 januari 2009 op 17:16

[quote]Een man met een hond komt ons tegemoet lopen. ‘Bewegend object’. “Raak me niet aan!” krijs ik al van verre, “houd die hond uit mijn buurt.” [/quote]
:hammer:

Leuk stuk, Arta. Ik heb gelachen en zag het helemaal voor me 😆

arta · 23 januari 2009 op 16:55

Dank jullie voor de reacties!
Foto’s zijn er niet van mijn skate-avonturen en ik heb besloten dat ook maar zo te laten!
@Neuskleuter: Bij de 2ehandszaken verkopen ze nog rolschaatsen. Ik ben daar dan ook tegen een paar van die foeilelijke blauw/gele rollerskates aangelopen. 🙂
@King: Als je dan gaat gooien, doe dan maar met een groot blik perziken 😉
@Dees: geloof me, rolschaatsen kun je verleren!!

WritersBlocq · 23 januari 2009 op 18:23

Leuke column Arta, mooie schets. De volgende over dat blik perziken hierboven ;-)!!

Knuf Pau

Prlwytskovsky · 23 januari 2009 op 18:31

“Donder op, dreigen mijn ogen.” en “Het hek van het dierenpark drukt ruitjes in mijn gezicht”

Prachtig. Ik lig in een deuk.

Ma3anne · 24 januari 2009 op 10:33

[quote]Met het hekwerk zwaar in mijn gezicht gedrukt kijk ik quasi nonchalant naar de dieren in ons park.[/quote]
Na het lezen van het hele verhaal is die eerste zin hilarisch. Vooral dat quasi nonchalant kijken naar de dieren. 😆 😆 😆

LouisP · 22 april 2009 op 19:26

A.
dit was het allereerste verhaal dat ik van je heb gelezen.
Ik weet nog wat ik dacht toen. Op dit moment heb ik al wat meer van je gelezen en op een vreemde manier kijk ik nu anders tegen ‘een scheve schaats aan.’
Wat ik toen niet zag, zie ik nu wel. En wel heel erg duidelijk ook. En moet ik ook lachen. Het is allemaal zo geschreven dat het precies zo is gebeurd. Moeder en dochter op de wieltjes. Dat naar alle waarschijnlijkheid lieve en bezorgde gezichtje in de gaas gedrukt. De eerste alinea is inderdaad bij het begin een mooi begin en aan het eind een prachtig slot.

L.

Geef een antwoord