Een strooien dak, kunstmos rommelig op de bodem gestrooid en een elektrisch lampje achterin gemonteerd. Het rook naar stof en aangebrand dennengroen. Het baby’tje dat scheef in het kribbetje lag had het ouwelijke gezicht van een 6- jarig kind met grote zorgen. Maria met een afgebroken armpje en een sullige Jozeffiguur bogen zich onmachtig naar hem toe. Er achter een os en een ezel. Wat afgebrokkelde schaapjes omgevallen voor de deur. Als kind was ik gefascineerd door dit stelletje ongeregeld. Het Jezusbeeldje leek te bewegen als we ervoor stonden te zingen. De stal vertegenwoordigde een speciale tijd van druipend kaarsvet en liedjes zingen, een mooi gedekte tafel met rood lint over het witte damast. Mandarijntjes met crêpepapier bekleed als kandelaar bij elk bord. Die geur van kaars vermengd met mandarijn kan ik nog in mijn hoofd ruiken. Mijn vader en moeder glansden in het kaarslicht aan de kopkanten van de tafel. Ze waren opeens onwerkelijk mooi net als mijn zussen en broers. Ze leken ook liever. Maar dat was meestal gauw voorbij. Als iemand het laatste gevlochten broodje net voor je neus weghaalde. Of snel een stukje spijs pikte uit jouw sneetje stol. Woedend werd je dan.

Meestal werd er wel een van ons voor straf naar boven gestuurd, die even later weer door een ander naar beneden gehaald mocht worden. Het was tenslotte kerstmis. Soms ging het crêpepapier van je mandarijn in brand. Dan was het even heel spannend. Was ook leuk om te proberen als niemand keek. Een kerstboom hadden we niet. Dat was niet voor katholieken, maar voor de heidenen of de protestanten. Wel jammer vonden we dat. Maar de schilderijen aan de muur bogen bijna door van de zware dennentakken met ballen en glimmende slingers. Aan alle lampen hingen witte en rode uitvouwbare klokken. Ze waren van papier en de rode waren half tot roze verbleekt. Wij vonden ze prachtig.

Met weemoed zag je eerste kerstdag voorbij gaan en de tweede. Een derde en vierde verzonnen we erbij.’s Morgens legden we nog gauw gebruikte kerstservetjes bij de borden om het speciale te rekken. Al tikten er al naalden van de schilderijen op de grond.

De dag na Nieuwjaar werd de kamer onttakeld en ondraaglijk kaal en gewoon. Vreselijk vond ik dat. Alleen het stalletje mocht blijven staan tot Driekoningen op 7 januari. Een paar dagen ervoor kwamen er drie koningsbeeldjes tevoorschijn uit de kartonnen doos met een kameel die net zo groot was als de ezel. Vooral de zwarte koning vond ik erg spannend. Hij had een mantel met gouden randjes en een tulband op.
Daarna was het echt bijna voorbij. Mijn moeder maakte nog een Driekoningenpudding met een rauwe boon er in. Wie de boon in zijn portie vond, mocht de volgende zondag zijn lievelingseten kiezen.

Eén keer heb ik die troost ervaren.

Categorieën: Thema column

16 reacties

Avalanche · 16 december 2009 op 13:23

Wat een verrukkelijke portie nostalgie. Maar van wie, dat weet ik nog even niet. Mmmm…… 😕

Prlwytskovsky · 16 december 2009 op 14:50

uuhhh .: Do? :eh:

Emiliever · 16 december 2009 op 15:44

Wat leuk en herkenbaar. Zelfs al hadden wij wel een protestantse kerstboom maar mocht het katholieke kerststalletje weer niet. Die schade haal ik nu dubbel en dwars in, trouwens.
Overigens die papieren kerstklokken hingen bij ons aan de lamp boven de tafel…met de feestelijk gedekte en rijkelijk van kaarsen voorziene dis eronder. Jouw crepepapier zal best heel spannend geweest zijn, maar voor míjn broertje en mij was de gaafste kerstmis toch echt die toen de klokken vlam vatten en de kalkoen werd bedolven onder een dikke laag zwarte poedersneeuw. We werden alletwéé naar boven gestuurd en mochten ook niet meer terugkomen.

Avalanche · 16 december 2009 op 15:54

Maar van wiens hand is deze column, Emilie? Enig idee? Do zou kunnen, denk ik ook.

Dees · 16 december 2009 op 17:11

Een niet al te jonge cx-er (zussen en broers, groot gezin) van beneden de rivieren. Qua stijl denk ik Ma3, ik wandel nog even langs Prlwyts en ik kies, mijn eerste aanname ten spijt voor… Mien.

Mien · 16 december 2009 op 17:13

Volgens mij is Pally de stichter van dit eerste raad-wie-ik-ben-kerstepos.

SIMBA · 16 december 2009 op 18:26

Ik denk dat het Pally is die opzettelijk wat slordigheden erin gestopt heeft 😀

LouisP · 16 december 2009 op 22:22

Nimrod,
zeker niet slecht geschreven…
“Met weemoed zag je eerste………….tikten er al naalden van de schilderijen op de grond”
Prachtige zin!

Louis

DreamOn · 16 december 2009 op 22:47

Ik denk dat Pally deze mooie sfeervolle kerstcolumn heeft geschreven.

Sommigen dachten dat ik het was, maar dat is dus niet zo! Maar bedankt voor het compliment! 😀

axelle · 17 december 2009 op 20:38

Jij bent … de kerstman/vrouw!!!

arta · 18 december 2009 op 15:01

Nee, dit is Pally niet: 6-jarig kind, dat zou zij nooit zó opschrijven en ik mis haar subtiele beeldspraak.
Emiliever, ik denk dat zij het is!

Saya_Surya · 18 december 2009 op 21:53

pally, pally! 😀

Chantalle · 19 december 2009 op 13:26

Ik heb geen idee wie achter deze column zit, maar vind het wel leuk geschreven.

KawaSutra · 22 december 2009 op 01:58

Deze moest ik nog raden.
Do is niet Katholiek. Pally niet gelovig opgegroeid, dacht ik. Ma3 zou best wel eens een Katholieke achtergrond kunnen hebben.
Heel goed geschreven dus ik denk dat het van Ma3 is.

pepe · 25 december 2009 op 06:55

Ik (ver)denk Li, leuk deze RWIB

KawaSutra · 27 december 2009 op 00:01

Natuurlijk, een echte Pally, met alle ingrediënten die het tot een Pally maken. Het draait allemaal om geloof, nietwaar? 😀

Geef een antwoord