Mijn papa is de stoerste papa die er is. Hij is super, super, super stoer. Hij is zo stoer dat hij bijna niet meer in huis past. Opgezwollen stoer. Zo noemt mams het. Dan stuurt ze paps altijd naar buiten. Meestal op tijd, maar soms net te laat. Als hij dan weer eens bezwijkt onder de stoerdruk verliest ie meestal zijn hoofd. Mams wijst hem dan op z’n oren en neusgaten. Want daar is de stoerdruk altijd aan af te lezen. Alle gaten blazen dan stoom. Best wel grappig.

Soms gaat het zo hard dat zijn hoofd begint te fluiten. Mijn paps zien stoomfluiten is geen gezicht. Hij is in adamskostuum tenger en spierwit. Dat heb ik gezien toen hij uit de douche kwam. Het ziet er niet uit als ons paps zich opblaast. Zijn nek en hoofd, rood van stoerheid, vastgespijkerd op een witte kippenborst. Maar mams heeft het meestal op tijd in de gaten. Gelukkig maar. Ik schaam me kapot als mijn pa als opgeblazen zoutstengel met mij door de buurt loop. Ik kan dan ook moeilijk in zijn schaduw lopen. Zo mager is ie. Ik zou dat wel willen. En liefst zo snel als Lucky Luke. Die schiet met zijn klappertjespistool sneller dan zijn eigen schaduw. Dat is pas stoer.

“Ga je nog mee vissen, jong?”, vraagt pap. Ik spring een half metertje de lucht in. Joepie. Het gaat er eindelijk van komen. Het was wel een heel gedoe, al die visvoorbereidingen. Mijn pap moest eerst uitvogelen hoe het allemaal werkt. Eigenlijk is hij veel meer een uitvogelaar dan een uitvisser. Nee, nee, nee, fout, een thuisvogelaar is ie, met zijn verrekte kanaries. Ik kan ze niet uitstaan die domme beesten. Ze maken altijd een vreselijk kabaal en kijken ook nog eens zuur. Citroenen op pootjes zijn het. Ik zou ze zo willen uitpersen. Ze krijgen ook meer aandacht dan ze verdienen, die zenuwpezen. Zou mijn paps het daarvan hebben? Nee, Bambino, fout. Jouw papa is stoer, niet zenuwachtig. Toch niet voor een vispartijtje? Dat gaat echt niet samen, zenuwachtig stoer. Nu mijn papa niet bezweken is onder de stoerdruk, kunnen we eindelijk op pad.

We gaan vissen in de Zalmschotel, een klein vijvertje voor beginners. Papa is ook een beginner. Ik beloof mezelf om geen moeilijke vragen te stellen. Op internet heb ik snel een spoedcursusje vissen bekeken. Zolang we niet gaan vliegvissen komt het goed. Ik bekijk met een kritische blik de bamboehengels die papa uit het plastic haalt. Ze hebben knalrode dobbers. En ik denk onmiddellijk, wie komt daar nu op af? Rood is de kleur van alarm. Dat vertelde de juffrouw afgelopen week. Ik zeg maar niets tegen paps. Ik vind het veel te leuk om hem stoer te zien doen. Toffe pap heb ik hoor. Ga maar effe zitten jong, zegt paps. Ik moet nog even de lijn aanbrengen en het aas aan het haakje rijgen. Zo gebeurd.

Een uur later zitten de lijnen aan de bamboehengels. Maar met het aas wil het niet goed lukken. De maaien kronkelen uit zijn handen en vallen van de haak als hij ze daarop spiest. Dwars doormidden vallen ze op de grond. Het haakje is ook veel te groot. De stoerheid van paps begint langzaam weg te ebben. Als eindelijk de hengels klaar zijn voor hun visdoop, slaakt papa gecamoufleerd en stilletjes een diepe zucht, van opluchting. Ik heb het toch gezien. Paps geeft me een vette knipoog. Bijna net zo vet als de maai die spartelend boven de waterspiegel hangt, wachtend op zijn noodlot. Daar is niets stoers aan. In plaats van voor de leeuwen, voor de vissen geworpen te worden, is behoorlijk gezichtsverlies. Ook voor een maai.

Daar ga je dan, roept mijn vader richting maai, doe je best. Ik volg zijn voorbeeld. Wetend dat het een lange middag wordt. Maar ik zit hier wel mooi te vissen met een trotse pa. De spanning is te snijden boven het water. Aan de oever niet. Vaders en zonen hebben weinig woorden nodig om elkaar te verstaan. En ik, ik voel me enorm trots. Ik heb maandag spannende verhalen te vertellen op school. Over bijtende vissen en verdronken maaien. Na drie uur hebben we nog niets gevangen. De buurman wel. Die heeft nu heel erg beet. Zijn hengel breekt bijna in twee. We besluiten snel te gaan kijken. Want dit is spannend.

Onze buurman trekt een flinke karper uit de Zalmschotel. Apetrots laat ie hem zien, trekt hem van de haak en houdt de karper voor zijn borst. Een joekel van een karper. Mijn pa en ik druipen af naar onze vissersstoeltjes. Ik haal mijn hengel binnen. Met een afgekloven maai, maar mooi geen vis. Pech weer. Maar mijn vader … mijn vader … mijn paps … hij heeft beet! Een superklein stekelbaarsje is per ongeluk tegen de haak gezwommen en heeft waarschijnlijk van schrik in de haak gehapt. Maar … en dat is het belangrijkst … we hebben beet! We kunnen naar huis. Heel erg benieuwd naar de reactie van mams. Want die zorgt voor het eten en wacht op …

Categorieën: Vervolg verhalen

Harrie

Tijdreiziger

19 reacties

Libelle · 19 juli 2013 op 08:16

Mijn papa zat in allerlei comité’s. Die organiseerden van alles en dan moesten mijn broertje en ik altijd helpen. Oliebollen rondbrengen in het dorp, ten bate van het instrumentenfonds van de Koninklijk Erkende Harmonie St. Cecilia. Wij fietsten ons rot en hij zat pilsjes te drinken.
By the way, een van je betere Harrie.

    Harrie · 19 juli 2013 op 11:11

    Ja, ja, de rol en taken worden al op jonge leeftijd bepaald en doorgegeven. Je kreeg toch zeker wel een ijsje? Dankjewel voor je reactie.

Dees · 19 juli 2013 op 09:33

Je weet het denk ik wel, ik ben er geen fan van. Al die extra alterego’s. Nu weer een bambino (ik hoor meteen een zangeres zonder naam achtige zangeres kwelen over bambinoooooo) die wat leutert over snoep zuigen en stoere paps en godbetert zijn eigen moppen heeft.

Verder is Bambino voor mij niet overtuigend als een kind. De te volwassen woordkeuze en de kinderlijkheid wisselen elkaar af op een wijze die ik niet overtuigend vind. Bijvoorbeeld

[quote] En liefst zo snel als Lucky Luke. Die schiet met zijn klappertjespistool sneller dan zijn eigen schaduw. Dat is pas stoer.[/quote]

versus

[quote] De stoerheid van paps begint langzaam weg te ebben. Als eindelijk de hengels klaar zijn voor hun visdoop, slaakt papa gecamoufleerd en stilletjes een diepe zucht, van opluchting. [/quote]
Mijn tenen gaan helemaal krullen als ik zie dat een van de alterego’s de schrijfkunsten van een van de andere alterego’s complimenteert. Dus sorry. Geen fan… Combineer je alterego’s tot 1 boeiende schrijver zou mijn tip zijn. Dat is voldoende en meer dan dat.

    Harrie · 19 juli 2013 op 10:11

    Bedankt voor de tips en de hartluchting. Met sommige kan ik wat. Maar … ehhh … als het wringt … je hoeft me niet te lezen hoor? 😉

      Dees · 19 juli 2013 op 11:59

      Nee, dat hoeft niet, dat heb ik ook een tijd niet gedaan. Ik zou graag nog wel eens willen horen waarom je het zo doet. Wie weet hoor ik dat nog eens.

        Harrie · 19 juli 2013 op 12:26

        Ik vind het leuk om te schrijven vanuit verschillende personages. Dat geeft inspiratie en een frisse blik. Uit mijn bio kun je afleiden waar ik over schrijf. De personages van waaruit ik schrijf hebben allemaal een duidelijk herkenbare avatar (Catweazle, Dr. Who, Oranje wuppie, en nu Bambino). Soms schrijf ik ook een tijdlang over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld mijn reeks over zonden en deugden. Of ik schrijf een vervolgverhaal. Daar hoort dan ook weer een passende avatar bij. Zo oefen en experimenteer ik met verschillende schrijfstijlen. Ik reageer dan ook vanuit die avatar / rol. Met Bambino is dit nu wat lastig. Hij is een kind, maar moet toch serieus reageren. Een beetje lastig. Maar het komt altijd goed. En tot slot. Alles, maar dan ook alles trekt en gaat voorbij. In dat opzicht biedt ColumnX velen mogelijkheden. Ik vind het leuk om van die mogelijkheden gebruik te maken. Beantwoordt dit je vraag?

Dees · 19 juli 2013 op 12:54

Ja, het beantwoordt mijn vraag, maar ik heb wel een wedervraag. Waarom zou je niet vanuit één pseudoniem hetzelfde kunnen doen? Want je gebruikt dit pseudoniem ook voor meerdere karakters, eentje extra zou dan toch geen probleem hoeven zijn?

Dees · 19 juli 2013 op 12:55

Oh enne, wel leuk dat je erop ingaat 😉

pally · 19 juli 2013 op 15:11

Ik denk, Harrie, dat je te veel tegelijk wilt. Met eten noemde men dat in je kindertijd: ‘je ogen zijn groter dan je maag’. Ik vind ook dat het wringt, bij deze bambino, hij raakt niet. Misschien te gekunsteld. Je maakt het jezelf niet gemakkelijk. Dat waardeer ik. Je durft je nek uit te steken en te experimenteren. Op zich helemaal oké!
Misschien, maar dat weet ik niet zeker, zou je iets kritischer moeten zijn en je tot minder onderwerpen beperken, zodat je ze kunt uitdiepen.

    Harrie · 19 juli 2013 op 15:47

    Hoe weet jij dat Pally? Dat ik altijd zit te wippen op mijn stoel aan tafel. Van ongeduld. Zodat ik weer snel in de pen kan klimmen. Mijn paps en mams willen het ongeduld ook altijd temperen. Maar ik laat me niet feeksen. Bende gek. Gulzig als ik ben is de volgende alweer ingezonden. Uitdiepen en uitbuiken dat doe ik altijd tijdens mijn inzendingen. Of in de afdaling, zoals de wielrenners in de Tour de France doen. Met alertheid. Uiteraard. En ja, soms zit er wel eens een mindere dag tussen. Bedankt in ieder geval voor je complimenten en opmerkingen. Ik neem ze in acht. Nog vier te gaan. 😉

Dees · 19 juli 2013 op 19:53

Al zal het mogelijk feekserig of affikkerig overkomen, ik meen het zoals ik het zeg. Nou is dat geen wet ofzo, maar het is sowieso niet een persoonlijk iets, of bedoeld om te kwetsen. Ik zie het als scattered energy. Je bent retecreatief, maar door de grote hoeveelheden vind ik heel veel en vaak afgeraffeld en onder de maat van wie je ook kunt zijn als schrijver. Bundel je energie, neem er rust in en je wordt een van de betere. Oprecht gemeend en nu verlaat ik dit onderdeel, promised;-)

    Harrie · 20 juli 2013 op 18:01

    Ieder gemeend commentaar en elk advies is waardevol en respecteer ik. Ik zie geen enkele noodzaak om een goede schrijver te worden. Ben wel verslaafd aan schrijven en ja, dat gaat misschien wel eens ten koste van de kwaliteit. Maar de oefening is zo leuk. Ik kan het iedereen aanbevelen. Dus klim in de pen en laat u gaan. De rust zal ik trachten in acht nemen. In ieder geval de gedachte aan rust. Het schrijven an sich schenkt die rust al. Maar zoals met zoveel voornemens. Het waar maken is een ander verhaal.

Pierken · 20 juli 2013 op 01:50

Een goed voorbeeld van de juiste opbouwende kritiekvorm en jouw oprechte ontvangst daarvan. Met de columns an sich heb ik zelf weinig moeite. Het is een vorm die afwijkt van een (eventueel gewenst) sjabloon. Ik vind geloofwaardigheid altijd een goed meetpunt voor de waarde van een verhaal. En misschien wel juist als de basis van een verhaal flauwekul is.

Die geloofwaardigheid ervaren we allemaal anders. Als de schrijver loskomt van zijn verhaal dan vind ik dat een kunde. Om de eerste twee ‘Bambino’s’ heb ik gelachen en ik heb deze ook graag gelezen. Maar ik lees het meer als entre couverts.

Ik ben het wel eens met het advies, dat je beter kunt. Dat lukt je denk ik ook meer, wanneer je het dichter en intensiever vanuit jezelf opschrijft. Met deze columns als snackje, heel graag!

    Harrie · 20 juli 2013 op 18:05

    De ziel van Harrie bloot leggen? Amme nooit niet vriend. Dat komt me veel te dicht bij. Maar wie tussen de regels door leest heeft vaak al aan een half woord voldoende, toch? Ik blijf voorlopig voeren. Dat is in ieder geval beloofd. Sjablonen van flauwekul. Afgesproken.

pally · 23 juli 2013 op 21:41

Ach, als je je ziel zou durven blootleggen, Harrie, zul je zien, dat lezers er juist uiterst voorzichtig over heen stappen én dat het raakt..

    Harrie · 24 juli 2013 op 09:42

    [quote]Maar wie tussen de regels door leest heeft vaak al aan een half woord voldoende, toch?[/quote]

    Volgens mij ligt daar jouw antwoord in opgesloten.

    Ziel bloot leggen en raken? Ik ga geen tikkertje spelen. Luie stuurders aan wal moeten maar een beetje moeite doen. Vooralsnog raak ik kant noch wal. Met humor, filosofie, maggi en beetjes van mezelf. 😉

pally · 25 juli 2013 op 19:51

vrijblijvende, fladderende antwoorden, jammer…

    Harrie · 25 juli 2013 op 20:25

    Ik kan het helaas niet beter naar je zin maken. This is me. En daar zul je het mee moeten doen. Ik lijk wel de rijdende rechter. Niet zo bedoeld. 😉

Geef een reactie

Avatar plaatshouder