In mijn columns koppel ik regelmatig herinneringen uit het verleden aan gebeurtenissen in het heden. Daar krijg ik veel positieve reacties op. Dat zullen wel (bijna) generatiegenoten zijn. Toch sprak één van hen een paar weken geleden: ‘je verheerlijkt het verleden!’. Nietes! Ik moet gekeken hebben als een boer die kiespijn heeft, want ik verbeeld mij dat ik helemaal niet voorbij ga aan de zegeningen van deze tijd. Dat trof, want ik op dat moment stond op het punt om de auto in te stappen voor een rit naar Heerenveen, alwaar mijn nieuwe tandarts Otto Nauta gereed stond om het gebit van de boer met kiespijn aan een grondige controle te onderwerpen. Tijdens die autorit dacht ik na over mijn ervaringen met tandartsen in de tijd die ik inderdaad regelmatig wat ophemel. Een waar jeugdtrauma borrelde ik in mij op.

Mijn eerste herinneringen aan een tandarts stammen uit mijn vierde levensjaar. Ik kreeg hevige kiespijn, werd in het kinderzitje op mijn moeders fiets gehesen en werd in die zetel naar het Melkpad in Hilversum gereden om mij aldaar van de smarten te laten verlossen. Tandarts de Wit had een oerlelijk gezicht vol met donkerbruine sproeten. Hij zal misschien een goede tandarts geweest zijn, maar het vermogen om met kinderen om te gaan had hij niet. Nooit heb ik vergeten hoe dat duivels sproetengezicht mij naderde en hoe zijn sproetige handen voor de eerste maal een kies uit de mond rukten. Het huis aan het Melkpad zal ik na 57 jaar zonder enige twijfel nog zó terug kunnen vinden. Mijn angst voor de tandarts was een feit.

Vanaf de eerste klas van de Lagere School moest ik verplicht naar de schooltandarts. In een kamer van het schoolgebouw werd een bijna versleten tandartsstoel geplaatst met daarnaast de boor; een op katrolletjes lopende draad die een stalen pinnetje op en in je kies deed trillen. Godverdomme wat deed dat zeer! Daar zat je in de klas, niet meer bij de lessen van de meester, te wachten tot je aan de beurt was. Je voorgangers vertrokken met de assistente als ware het een gang naar de guillotine en kwamen terug als een door moeder in OMO gewassen laken. Er stonden van die gele kaarten met kiesafbeeldingen in een houten bak en daarop werd aangetekend waar de beul een bak amalgaan had ingepropt. Maar ja, voor je ouders was die schooltandarts lekker goedkoop. Goedkoper dan tandarts Noorman die later met ook zo’n ouderwetse boor met variomatic-aandrijving in mijn mond stond rond te boren. Wat een ploerten.

Laatst zei ik tegen mijn eega: ‘ik kan zeggen dat ik in mijn leven niemand heb gehaat’. Ik heb mij echter vergist. Tandarts de Wit staat nog steeds op 1 met stip.

In een kleine garage in Castricum begon rond 1970 tandarts Berlijn zijn praktijk. Vijfendertig jaar lang verzorgde hij mijn gebit. Guus Berlijn had een aangeboren angst om zijn patiënten pijn te doen. Als hij mijn zenuw raakte, toonde hij meer emotie dan ik. Zijn apparatuur werd met een zekere regelmaat vervangen door het modernste van het modernste. Die man en die apparatuur hebben mij van het jeugdtrauma verlost: Tandarts de Wit van het Melkpad met zijn boor met jarretelaandrijving. Volgens mij is hij Petrus nooit met toestemming gepasseerd.

Mijn nieuwe Friese tandarts zit goed ook in de spullen. Modern en minimaal belastend. Otto straalt rust en vakmanschap uit. Hij vond geen gaatjes, verloste mij van tandsteen en ik dacht……….o, die zegeningen van de nieuwe tijd! Wie zei daar dat ik alles van vroeger idealiseer? Moge hij in handen vallen van tandarts de Wit!


Avatar

Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

5 reacties

Avatar

lagarto · 17 juli 2007 op 09:19

Hey Hans,
Ik heb je verhaal met plezier gelezen. boor met: ~jarretelaandrijving~ leuk woordgrapje. Wel jammer van de 1e zin 2e alinea.
Groeten Lagarto

Avatar

lisa-marie · 17 juli 2007 op 10:34

O zo heerlijk herkenbaar en ook zo prachtig neer gezet. 😀
Ook ik verheerlijk een gedeelte van het verleden als het om tandartsen gaat. Wel het goede gedeelte.

Avatar

Li · 17 juli 2007 op 16:33

[quote]Je voorgangers vertrokken met de assistente als ware het een gang naar de guillotine en kwamen terug als een door moeder in OMO gewassen laken. [/quote]

Ja precies! 😀

Griezeldegriezel, ik had vroeger ook zo’n boorbeul. Hij had een papegaai die het gillende geluid van de boor nadeed…

Li

Avatar

arta · 17 juli 2007 op 17:02

Erg leuke column, Schoevers!
En inderdaad, de leuke dingen uit het verleden lijken nu misschien dan mooier, maar de slechte ervaringen lijken veel gruwelijker. Zo is alles toch mooi in evenwicht? 😀

Avatar

schoevers · 9 augustus 2007 op 11:26

Dat is nog erger dan een vloekende papegaai.
Mooie toevoeging, Li.

Geef een antwoord