Het schoolplein

Ik sta op het schoolplein te wachten op mijn dochtertje. Op een meter of 6 staat een man, te wachten op zijn kind. Ik ruik, zelfs op die afstand, dat de man op een misselijkmakende manier naar zweet stinkt. En geen vers, eerlijk verdiend zweet, nee, het is een allesoverheersende Lees meer…

Gebit zonder einde

Quasi nonchalant plof ik neer op de bank in de huiselijk aandoende wachtkamer. Rustend tegen de armleuningen liggen roze kussentjes in de vorm van misplaatst lachende monden met onnatuurlijk witte tanden. Het verschoten leer voelt kil aan en verraadt dat mijn voorganger al langere tijd in de martelkamer aanwezig is. Snerpende geluiden van een niets Lees meer…

Familiebedrijf

Wie heden ten dage de enorme vloot vrachtwagens van Transportbedrijf Jansen in Dirkswoud aanschouwt kan zich moeilijk voorstellen dat de firma ooit door louter toeval ontstaan is. Toch is dat wel degelijk het geval. Want toen Bert Jansen in 1963 besloot in plaats van een gewone Opel Kadett een Opel Kadett stationcar aan te schaffen, speelde de grotere bagageruimte van laatstgenoemde geen enkele rol.

Jong ding

Op weg naar huis strijk ik even neer op een terrasje. Best vermoeiend, werken met deze hitte, ik ben dan ook blij dat het erop zit voor vandaag. Mijn man is nog niet lang niet thuis, hij is naar een congres, vandaar dat ik niet zo veel aanstalten maak om naar huis te gaan. Bovendien is het bloedheet in huis. Waar ik nu zin in heb, is een cola met ijs. Veel ijs.

Bekkenbeul

“Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Hij hield de spuit nog even voor mijn gezicht zodat ik nog eens goed kon zien hoe groot het was. Hij was duidelijk niet gevoelig voor mijn non-verbale signalen van wanhoop en angst. Terwijl zijn zwaar behaarde armen in de weer gingen wipten zijn zwarte weerbarstige wenkbrauwen op en neer. In gebrekkig Nederlands zei hij:”Ik starten nu”.

Help! Mijn vrouw is ongesteld

Over het algemeen ben ik een zonnig, optimistisch, vrolijk persoon. Ik heb lol in het leven, krijg nog steeds af en toe de slappe lach als een puber hoewel ik al bijna bejaard ben. De tegenslagen in mijn leven draag ik niet als een zware last met me mee, maar heb ik gebruikt om van te leren. Achteraf kan ik relativeren als de beste en zelfs de humor van veel dingen inzien.

Mijn neurotische kant en ik

Mijn geweten knaagt aan me als een hongerig konijn aan een wortel. Mijn schuldgevoel is groter dan de Griekse staatsschuld en mijn hersenen maken overuren. Ik voel me als een jongleur die alle bordjes in de lucht probeert te houden, maar ze toch ziet sneuvelen. Ik schiet chronisch tekort. Althans, dat vindt mijn neurotische kant. Die loopt achter de feiten aan. Als een hond die zijn eigen staart probeert te vangen, maar er nét niet bij kan.

Lingerie bij de tandarts

Er zit heel wat volk in de wachtkamer van de tandarts. Ik blader door een beduimeld tijdschrift. Ongrijpbare pikant geklede dames kijken me uitdagend aan. Mijn oog valt op een artikel waarin te lezen staat: “Het dragen van rode lingerie brengt geluk tijdens het examen. Althans dat zou blijken uit een in Polen gevoerd onderzoek. Volgens deze studie hebben studenten die rood ondergoed dragen tijdens de examens meer kans om te slagen. Schoolmeisjes geloven dat rode bh’s en onderbroeken hen betere cijfers brengen bij het examen.” Het artikel wordt passend geïllustreerd met de foto van een prototype prof, kalend, bril met hoornen montuur en met van die “bokaalglazen” welke onderuitgezakt op zijn stoel stiekem zit te gluren onder de minirok van de studente voor zich.

Voor m’n kiezen

Vorige week werd ik wakker met kiespijn. Linksboven, helemaal achteraan. Het trok door naar mijn kaak, naar die spier die daar zit. Het voelde alsof ik de hele nacht mijn kiezen stijf op elkaar had liggen klemmen. Ik verwachtte dat de pijn in de loop van de dag wel zou wegtrekken, maar in plaats daarvan werd die alleen maar erger.

Eloze tandartsafspraak

‘Aaaaa.’ Tandarts Paul tuurt in mijn mond. Zijn duim duwt mijn kaak zacht omlaag, maar zijn tang krast luid op mijn tand. Als hij in ’n gat haakt slaak ik ’n zucht. Ik was d’r al bang voor. Wat zou ’t fantastisch zijn als ik nooit tandpijn had. Zodat ’n tandartsboor altijd uit schot blijft. Nooit angstig in Paul’s wachtzaal, in afwachting van uur U, blik op mijn polsklok, tijdschrift op schoot, hand klam van spanning. Dat tand na tand altijd gaaf blijft, van baby tot in ‘t graf. Utopisch is ‘t. Zo fantastisch dat ’t noch nu, noch ooit waar zal zijn. Zou tandpijn ook nuttig zijn?

De Tandarts

Nadat ik bibberend van de zenuwen de behandelkamer in mocht, was het eerste wat de beul tegen me zei “En…… wat is de uitslag?” Het duurde even voor ik besefte dat hij waarschijnlijk de voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal bedoelde. Een man in een dergelijke machtspositie wil je te vriend houden, dus ik mompelde: “2-0”. Dat had ik, onderweg naar de slachtbank, een paar kids horen roepen. Ik gokte er maar op dat dit de eindstand was. Hij glimlachte. 1-0 voor mij dus, dacht ik.