Ik ken alle namen nog op de foto ook al is het achtendertig jaar geleden en heb ik ze nooit meer gezien. Vierendertig kinderen van een jaar of 10 oud. Frisse gezichtjes, enkelen met ouderwetse soms scheefzittende ziekenfondsbrilletjes, jongens met veel te lang haar coupe Cruijff en sommigen gehuld in fel gekleurde kleding behorend bij de nadagen van het Flower Power tijdperk. Zo op het oog onschuldige kinderen in de vijfde klas van de basisschool in 1971. Een paar maanden geleden kreeg ik via Hyves een berichtje met de tekst “Hallo Jacob, ken je me nog? Groeten Greetje”. Natuurlijk wist ik nog wie zij was. Greetje, op mijn netvlies een klein schattig blond ‘spring-in-het-veldje’ bij wie ik in de klas had gezeten maar waarvan ik daarna niets meer had vernomen. Er ontstond intensief mailcontact en we wisselden onze levenservaringen uit waarbij we ook de andere klasgenoten ter sprake brachten. We waren nog geen drie weken, vrijwel dagelijks, aan het heen en weer mailen toen Greetje Joanna op Hyves vond en ook met haar onderhoud ik regelmatig contact. Zonder de hulp van Anita Witzier of Rob Kamphues gingen we virtueel bijna veertig jaar terug in de tijd.

Ik hoefde niet lang te zoeken eer ik de klassenfoto vond en geleidelijk ontwaakten de herinneringen in mijn hoofd. Greetje en Joanna, de twee leukerdjes uit de klas waar we als Ivanhoe met houten zwaarden om streden in onze fantasieën en die we zo vaak beschermden tegen draken of lieten opdraven in onze eigen gereconstrueerde Bonanza episode. De meisjes waar je heimelijk verliefd op was maar waar je stoer en afstandelijk tegen deed omdat je bang was vanwege je gevoelens gepest te worden. Pesten…

Er ontbreekt iemand op de foto. Er zat nog iemand in die klas: Tania Jacobs. Waarom staat zij niet op de foto? Zou ze ziek zijn geweest die dag? Hoe langer ik er over nadenk des te somberder ik word. Tania was vaak ziek. Tania werd gepest. Met een brok in mijn keel probeer ik de weinige herinneringen die ik aan haar heb op te roepen en van Greetje begrijp ik dat Tania in die periode zelfs een paar maanden in een sanatorium heeft gezeten. Verdomme, ik kan de pijn na drie volle decennia voelen. Terwijl wij op zaterdagavond mochten opblijven, in de pyjama met natte haren van het douchen op de bank om Eén van de Acht te kijken of om met je ouders een potje te sjoelen, zat zij… Ja, waar zat ze eigenlijk, want hoe was haar leven dan en had ze daar televisie en vriendinnetjes? Mocht ze in de weekends naar huis?

Waarom werd ze eigenlijk gepest? Ik kan me geen scheldpartijen of ruzies herinneren, sterker nog ik herinner me alleen maar een meisje dat volgens mij aardig was en er graag bij wilde horen. En dat was het probleem, ze hoorde er niet bij. Tania werd genegeerd. Waarom wilde niemand met haar omgaan en waarom deden we altijd alsof ze melaats was? Nu heb ik van jongs af aan een bloedhekel aan het woord ‘blagen’ maar waren wij dan zulke rotblagen? Nooit ben ik opgestaan om het voor haar op te nemen en blijkbaar had ik niet de guts om haar te beschermen tegen de uitsluiting. Was ik bang om zelf gepest te worden? Ik probeer mijn geweten te sussen met de gedachte dat ik haar nooit iets misdaan heb en dat ik nimmer onaardig tegen haar deed. Maar wat deed ik eigenlijk wel? Helemaal niets en juist dat maakt me niet minder schuldig. Ik liet het gebeuren, keek de andere kant op, maar greep niet in.

Alle leuke herinneringen uit die tijd worden overschaduwd door de gedachte aan Tania. De fuifjes die wij in garages hadden, waar we dansten op Status Quo en The Middle Of The Road en met gesloten ogen, onhandig met grote passen, schuifelden op Angie van de Stones, om flesje draaiend heel gedurfd kusjes te geven. Tania was er niet bij. Slechts één keer werd ze uitgenodigd omdat ze zo zielig was en dat is al zielig op zich.

Ik heb de afgelopen weken haar naam herhaaldelijk gegoogeld doch zonder resultaat. Waar zou ze nu zijn? Zou ze er nog zijn? En wat is er dan van haar geworden? Zou ze getrouwd zijn, of een relatie hebben? Zou ze kinderen hebben?

Tania, wat zou ik graag sorry tegen je zeggen maar misschien is het juist goed dat we met de smet leven om te voelen wat jij destijds voelde. Laat ons maar worstelen met ons geweten en laat het ons niet afkopen met excuses. Ik hoop alleen maar dat je nu gelukkig bent.

Categorieën: Algemeen

13 reacties

arta · 31 januari 2009 op 13:17

Wat een superlief stukje…

pally · 31 januari 2009 op 14:41

Heel fijngevoelig stukje,Krasblog. Hoe je in retrospectief dingen kunt aanvoelen, begrijpen en betreuren.

groet van Pally

SIMBA · 31 januari 2009 op 14:58

Mooi stukje!
[quote]maar misschien is het juist goed dat we met de smet leven om te voelen wat jij destijds voelde.[/quote]
Ik vraag me dan af, of de échte boosdoeners dit ook voelen of ze er überhaupt over nadenken.
Wat denk jij?

Mosje · 31 januari 2009 op 19:13

Jacob en Greetje, ach gut toch.

axelle · 31 januari 2009 op 19:27

Het woordje ‘jammer’ komt in me op, maar ik kan er niet echt een zin mee knutselen dus ik laat het hier alleen staan. En zelfs dat is betekenisvol voor je column.
Axelle

doemaar88 · 31 januari 2009 op 20:11

Mensen als Tania zijn op latere leeftijd vaak degenen met de beste baan, de leukste man en het mooiste huis 😀

Je stuk is heel herkenbaar, en dat maakt het aantrekkelijk om te lezen. Mooi geschreven, Kras, met een lief en gevoelig einde.

LouisP · 1 februari 2009 op 09:37

Hoi,
bij het lezen van deze gevoelige column zocht ik ook naar Tania’s in mijn jeigd. En herinnerde me er een. Volgens mij worden er veel meer kinderen gepest dan waarvan we het weten dat ze gepest worden. Het is tenslotte nogal iets, om te zeggen dat je gepest werd.
Een column waar ik nog lang over ga nadenken.
L

Prlwytskovsky · 1 februari 2009 op 13:02

Tijd geleden heb ik ook eens een verhaal geplaatst getitteld: Pesten. Maar dan vanuit het perspectief van de gepestte.
In deze column heb je “pesten” schitterend verwoord, zo mooi dat ik, emotioneel gezien, zou willen dat ik hem niet gelezen had; zo mooi. :duimop:

Dees · 1 februari 2009 op 14:40

Prachtig stukje. Een paar jaar geleden zag ik ‘mijn’ Tania Jacobs terug. Maar niet als zwaan, ze zag er heel ongelukkig uit. Ik durfde haar niet aan te spreken toen. Weet ook niet of ze daarop zat te wachten. Pesten en outcasten, vreselijk 🙁

maurick · 1 februari 2009 op 21:16

Schitterend geschreven!
En je slot is ontroerend.
Met veel plezier gelezen.

KawaSutra · 1 februari 2009 op 23:15

Ik had zo in jouw klas kunnen zitten. Heel typerend beschreven. De vijfde was voor mij het moment om mijn sociale gezicht naar buitenbeentjes op te geven. Gelukkig ben ik nooit gaan trappen maar mijn betrokkenheid met de outcast werd zeker onder invloed van netwerken gesmoord. Pijnlijk soms maar een logisch gevolg van het opgroeien in een prestatiemaatschappij.

Mien · 2 februari 2009 op 09:46

Wat een mooie winterpoezie Kras!
Heel herkenbaar en treffend geschreven.

Edit: 2e keer gelezen: Mag voor mij op nominatie CvdM

Kortom: :duimop:

[b]Mien [url=http://nl.youtube.com/watch?v=ldfkBwFyXgs]Chirpy Chirpy Cheep Cheep[/url][/b]

Ma3anne · 2 februari 2009 op 18:10

Als kind bemoeide ik me altijd met pesterijen en nam het voor de gepeste op. Dat heeft me heel wat blauwe plekken, straf op school en zelfs een aframmeling van een gymnastiekleraar gekost. Thuis waren ze er ook niet blij mee.
Ik heb dan ook altijd ergens het gevoel gehouden, dat het eigenlijk niet goed is om je te bemoeien met ‘ruzies’ van anderen, maar het overkomt me soms nog wel dat ik in de problemen kom door mijn bemoeizorg voor gepeste mensen. Ik sla er niet meer meteen bovenop, maar kan errug moeilijk mijn mond houden dan. Als juf heb ik veel tijd gestopt in het oplossen van pestgedrag. Met meer of minder resultaat.

Heel terecht, dat je alsnog een schuldgevoel hebt. Pesten is afschuwelijk. Ga maar eens naar een lezing van Bob van der Meer. Die heeft veel ervaring hiermee in het hulpverleningscircuit en heeft boeiende dingen te vertellen en oplossingen te bieden.

Geef een antwoord