Naast ons begint een vrouw te lachen. Ze reageert daarmee ogenschijnlijk op ons gesprek. Het is een oudere vrouw, ze is zojuist aan een tafeltje naast ons gaan zitten. De man bij haar draait zich om, en vraagt aan mij wat er is. Ik stamel en word rood. Mijn vriendin legt uit dat ik zojuist bekend heb dat ik het morgen uit ga maken met mijn vriendje. Ik heb ook uitgebreid uiteengezet waarom, inclusief de sappige en niet voor de oren van oudere dames bestemde details. De man kijkt naar mij en zegt; ‘ze krijgt er niets van mee hoor, ze snapt er niets meer van’. De kleur in mijn gezicht trekt langzaam bij en ik bekijk het stel naast ons met andere ogen. Ik zie een oudere dame, tenger, klein en met pretlichtjes in haar ogen. Ze kijkt vrolijk om zich heen en buigt zich naar de man. ‘Soms krijg ik er nog wel wat van mee toch?’ Ze ziet ons, en barst weer in een schaterlach uit. ‘Ja hoor moeder, dat klopt.’ De onhoorbare zucht blijft tussen ons in hangen.

We vervolgen ons gesprek, en stiekem werp ik af en toe een blik naast ons. Het ziet er aandoenlijk uit. De bediening heeft inmiddels koffie met gebak gebracht. Ze zat er eerst een tikkeltje verweest naar te kijken. Als hij een stukje gebak op het vorkje legt, lijkt het alsof ze zich weer herinnert waar een vork ook al weer voor bedoeld is. Ze brengt de vork naar haar mond en laat uiteraard een stukje vallen en knoeit zo op haar rok. De man schraapt het gebak van de stof en kijkt gegeneerd om zich heen.

Eerst vind ik het raar dat hij gegeneert om zich heen kijkt. Ik bedoel, het is toch je moeder. Je kent haar toch al je hele leven, ze heeft heel veel gedaan voor je. Het is toch logisch om met haar iets te ondernemen als ze dementeert. De rollen draaien nou eenmaal een keer om. De verzorgde wordt de verzorger.

Dan bedenk ik me, ja het is zijn moeder. Mij lijkt het vreselijk raar om zo met mijn moeder te zitten. De vrouw die ik vanaf mijn babyperiode tot mijn pubertijd elk jaar meer en meer grijze haren heb bezorgd. Waar ik lief en leed, en dan vooral leed mee heb gedeeld. De meest genante dingen weet ze van mij, de meest rare dingen heeft ze met mij meegemaakt. Daar is ze dan toch moeder voor.

Ik weet gelukkig niet zoveel van haar. Moeders hebben geen sex, last van incontinentie of huwelijksproblemen. Ze maken geen rare blunders, zeggen altijd de juiste dingen op de juiste momenten en staan altijd klaar voor je.

Dan is het extra raar wanneer de rollen ineens worden omgedraaid. Dan zit je op het terras met je moeder en ze weet niet meer wat een vork is en waar zo’n ding voor dient. Je hoort van de zusters in het verpleegtehuis alle rare vieze oude-vrouwtjes-problemen waar je moeder nu mee kampt. Je maakt dingen mee die je als kind niet verwacht en zeker niet hoopt mee te maken.

We stappen op van het terras. De vrouw gunt ons nog één keer het geluid van haar schaterlach welke mij achtervolgd tot het moment dat ik deze column schrijf. Nee, ik benijd die man niet. Ik bewonder hem wel. Gegeneerd als hij is, hij is wel diegene die daar zit met zijn moeder.


6 reacties

LouisP · 25 juli 2010 op 13:12

Worteltje,
‘k moet altijd lachen als ik je aanhef..
Je stuk begon goed…met het gesprek..en wat de oudjes mogelijk hebben gehoord. Maar dan vervalt het in de ‘gewone ongewone’ zaken des levens.
‘..laat uiteraard een stukje vallen..’vind ik niet zo’n leuke zin.
Nee, ook het einde niet kan me niet echt bekoren. Het is wel waar wat je zegt. Bewonderingswaardig.

groet,

Louis

Kok · 26 juli 2010 op 01:56

Het is een aardig stukje, maar ik vind het jammer dat naast de observatie en overdenking ook een in mijn ogen bevooroordeelde mening over dementen wordt geventileerd.
[quote]Ze brengt de vork naar haar mond en laat uiteraard een stukje vallen[/quote]
Moet ik hieruit opmaken dat in jouw ogen alle dementerenden het eten niet meer beheersen? Best opmerkelijk omdat deze mevrouw uit je stukje nog redelijk scherp lijkt te kunnen redeneren.

Mijn eigen ervaring is dat dementerenden nog redelijk lang [i]kunnen[/i] eten op eigen kracht, maar dat pas later in het proces ook die faculteiten verloren gaan. Het zijn doorgaans eerst de feiten in het korte termijngeheugen en recent aangeleerde vaardigheden die het loodje leggen. Bovendien worden dementerenden (en nu doe ik een even gevaarlijke generalisering) door de bank genomen nogal boos als je ze van vergeetachtigheid beticht (en een zin als [i]”ze krijgt niet alles er meer van mee”[/i] zou daar toch voor kwalificeren). Dat maakt het naast een aangenaam verhaal ook meer een onrealistische vertelling in mijn ogen.

Uiteraard weet ik niet of deze observatie op werkelijkheid berust of een raamwerk is voor een gedachte die je wilt delen. Overigens vraag ik me ook gelijk af of de dementie van de oude vrouw uit het verhaal onder de oude-vrouwtjes-problemen wordt geschaard. Aangezien er ook jong dementerenden bestaan die bovendien ook nog van het mannelijk geslacht kunnen zijn, verliest het verhaal daarmee een stukje van de aantrekkingskracht die het verhaal had kunnen hebben.

Ik hoop dat je me dat een beetje vergeven kunt, taaltechnisch heb ik althans weinig op te merken.

arta · 26 juli 2010 op 17:28

Uit je stuk denk ik te lezen dat je jong bent (onder de 25 is tegenwoordig al jong voor mij) en dan is de situatie die jij beschrijft helemaal surrealistisch, denk ik… Dat gevoel beschrijf je goed.

Mien · 26 juli 2010 op 22:00

Mooie observatie vanuit de wortel.

Mien

Worteltje · 27 juli 2010 op 22:04

Hoi hoi,

allereerst bedankt voor de reacties/feedback!

Ik ben inderdaad onder de 25, 22 om precies te zijn.

LouisP, waarom is het verkeerd om een column te schrijven over het ongewone gewone des levens? Dat is toch juist wat men bezig houd?

De situatie is echt op deze manier verlopen, dementie weet ik uiteraard niet zeker, maar haar zoon zei dat ze dus ver weg was. Daarbij wist ze echt niet meer waar een vork voor diende. Als je dat bij elkaar optelt ligt het voor mij in de lijn der verwachting dat ze gaat knoeien. Vandaar dat ik die zin zo opgesteld heb.

Groetjes van een worteltje 😀

LouisP · 28 juli 2010 op 17:30

Hey Worteltje,
nee, ik bedoel niet verkeerd. Maar het begin was erg veelbelovend in mijn ogen. En mijn verwachtingen kwamen niet uit. Daarom hoeft een stuk nog niet slecht te zijn of zo..
groet,
Louis

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder