Robert Bouman was het enige kind van een Amsterdamse gemeenteambtenaar en een onderwijzeres. Hij groeide op in de Pijp en had zijn ouders verbaasd door op de lagere school twee klassen over te slaan. Op het Barlaeus Gymnasium in Zuid was hij op 16-jarige leeftijd cum laude geslaagd. Uit de verschillende aangeboden studiebeurzen had hij voor het ETH in Zürich gekozen. Hij was er fysica gaan studeren. Ook in Zwitserland was zijn buitengewone intelligentie niet onopgemerkt voorbijgegaan en hij was al snel onder de academische hoede genomen van de vermaarde astronoom, Simon Miller.
Naast zijn mentale uitmuntendheid bleek Robert ook een aanleg voor sport te hebben. Hij werd een fanatiek roeier en was ook een snelle zwemmer. En hij had een fascinatie voor oosterse vechtsporten ontwikkeld, karate in het bijzonder. Met 18 jaar was hij de jongste in Zwitserland die zijn eerste dan had gehaald.
Onder professor Miller had Robert zich toegelegd op het fenomeen van precessie. Precessie is de oriëntatie die ontstaat als de as van een roterend lichaam, zeg de aarde, niet loodrecht op zijn omgeving staat, maar onder een bepaalde hoek. Je kunt dit vergelijken met een tol, die niet precies op zijn punt ronddraait, maar aan het zwabberen is.
Als die tol aan het zwabberen is zou je, als je op die tol zou staan en recht omhoog kijken, de omgeving, naast het feit dat je om je as ronddraait, ook zien veranderen. Verschuiven eigenlijk. Ditzelfde gebeurt met ieder roterend hemellichaam, en ook met de aarde. Robert had hier onderzoek naar verricht en in zijn doctoraalscriptie had hij een baanbrekend model gepresenteerd op basis waarvan de precessiecycli van alle hemellichamen in ons melkwegstelsel en hun onderlinge beïnvloeding sinds hun ontstaan kunnen worden berekend, inclusief graduele verschuivingen in de loop der giga-anna. Dat dit niet heeft geresulteerd in een Nobelprijsnominatie had volgens een van zijn grootste bewonderaars, Stephen Hawkins, slechts te maken met zijn jonge leeftijd. Robert was pas 21 jaar toen hij zijn model presenteerde.
Met een imposante academische carrière in het verschiet, professor Miller had hem het uitzonderlijke aanbod gedaan om als fellow-hoogleraar een sub-faculteit vorm te geven op het ETH, was Robert op sabbatical gegaan.
De sabbatical was eigenlijk een studiereis. Robert was gefascineerd geraakt van de verhalen van oude volken die zonder alle moderne technologieën, waarover hij de beschikking had, kennis hadden van de precessie van de aarde. Immers, de precessiecyclus van de aarde duurt ruim 25.000 jaar. De hemel verschuift iedere 72 jaar 1˚. Dat is niet waarneembaar met het blote oog. Waar hadden zij hun kennis vandaan?
Hij was naar Mexico gereisd om de bekende Maya-sjamaan en auteur Waxac I’x te ontmoeten. Aangezien het kalendersysteem van de Maya’s getuigt van een geavanceerde astronomische kennis, en vooral het feit dat de long count kalender van dit volk 25.920 jaar telde, precies de lengte van een precessiecyclus, was het niet onlogisch om juist daar zijn nieuwe wetenschappelijke queeste te beginnen. I’x had een Maya universiteit opgericht op zo’n 50 kilometer van de bekende Maya-piramide van Chichén Itzá. Robert is zo’n zes maanden bij I’x gebleven en de kennis die hij daar heeft opgedaan had voor hem de deur geopend voor een nieuwe blik op de wereld.
Zijn volgende stop was Egypte. Zijn doel was om te achterhalen welke kennis de bouwers van de piramides van Gizeh hadden van de precessie. In Caïro had hij een bonte stoet van wetenschappers, archeologen en avonturiers leren kennen. Met allen hun eigen ideeën, theorieën en hypothesen over de reden waarom de piramides gebouwd zijn, de periode waarin ze gebouwd zouden zijn en de herkomst van de bouwers. Het was daar dat hij Graham Preston voor het eerst had ontmoet.

1 reactie
arta · 27 juli 2014 op 11:48
Deel twee lijkt wat los te staan van deel één, maar zal ongetwijfeld weer samenvloeien.
De informatie in dit deel kruist mijn persoonlijke interesse, wat ik erg leuk vond om te lezen.