Ik zag het groene tankstation alweer naderbij komen. De eerste keer reden we hem aan de voorkant voorbij, tankstation aan ons linkerhand. De tweede keer aan ons rechterhand. En nu naderden we hem van de achterkant. ‘Kijk pa, dat tankstation weer. Weet je zeker dat we niet verdwaald zijn?’
Hij mompelde iets onverstaanbaars en keek gedesoriënteerd om zich heen.
‘Het moet hier toch ergens zijn’, verzuchtte hij enigzins verstaanbaar. De stadsplattegrond aan de kant van de weg werd genegeerd en we reden de volgende willekeurige straat in. Mijn taak was om vooral goed op de straatnaambordjes te letten.

Eerder die ochtend waren we in de auto gestapt. Op mijn vraag of we de TomTom niet mee moesten nemen, was het antwoord kort en bondig. Hij wist al 60 jaar zonder navigatiesysteem zijn weg te vinden. Vandaag zou dat niet anders zijn. Ik kreeg een A4-tje met wat slecht leesbare aantekeningen in mijn hand geduwd en we ging op weg.
We waren het dorp binnengereden en ik had ons zo goed en kwaad als het ging naar de bestemming gestuurd. Het bleek al snel dat er iets niet klopte. Of het dorp was die ochtend volledig verbouwd, of de beschrijving klopte niet helemaal. Ik hield het op het laatste. Mijn vader leek meer overtuigd van het eerste.
‘Wie heeft die spoorlijn hier nu weer neergelegd?’, klonk het verontwaardigd.

Toen het tankstation voor de vierde keer opdoemde, was mijn vader eindelijk bereid om maar even op de stadsplattegrond te kijken. Een paar minuten later waren we weer op weg. Dit keer overtuigd dat we wisten waar we naartoe moesten. Links, rechts, tweede rechts, en parkeren maar.
‘Zie jij ergens nummer 25?’
‘Nee, het stopt bij 17.’
‘Het moet hier toch zijn. De straatnaam klopt. Ik bel hem wel even.’
We bleken vlak bij te zijn, alleen aan de verkeerde kant van het spoor. Mijn vader gebaarde me snel wat aantekeningen te maken op basis van de cryptische aanwijzingen die hij doorgaf.
‘Ja, ja, die zie ik. Rechts ja, en dan? O, ok, het spoor over. En dan parallel terug. Dan de tweede links, doorrijden tot aan de bocht en dan de eerste rechts. Ja ja, dat moet lukken. Ok, we zien je zo.’
‘Toch wel een handig uitvinding hè, zo’n TomTom?’, wreef ik het er nog even lachend in toen we eindelijk bij het juiste huis het erf opdraaide.

Het was een week later toen ik opnieuw onderweg was naar hetzelfde adres. Ik was mijn jas vergeten. De mechanische vrouwenstem van de TomTom leidde me netjes het dorp in.
‘Bestemming bereikt’, klonk het na een paar bochten. Maar waar ik ook keek, het huis waar ik moest zijn, zag ik niet.
Wat ik wel zag was een groen tankstation.

Categorieën: Algemeen

7 reacties

Yfs · 11 oktober 2012 op 14:30

Een grappig begin zo’n tankstation in 3D, bovendien zeer herkenbaar. Af en toe is het wat verwarrend om te lezen, maar dat is een routebeschrijving al gauw natuurlijk. Ik heb het met plezier gelezen.
Welkom op Column X! :duimop:

Libelle · 12 oktober 2012 op 10:25

Luik gesponnen,spinner. Welkom.

Fem · 12 oktober 2012 op 16:45

Welkom Spinner, leuk debuut!

Maareu… een groen tankstation? Is dat benzine op windenergie ofzo? 😉

Meralixe · 12 oktober 2012 op 17:29

Welkom op column x.
Ik kijk uit naar de volgende column. Dan zal ik wel eens enkele opmerkingen meegeven. :pint:

Spinner · 12 oktober 2012 op 21:33

Bedankt voor de reacties.

Groen tankstation = BP

arta · 13 oktober 2012 op 13:46

Leuk debuut!

Eén tip: In de eerste drie alinea’s begreep ik er niets van. Vooral toen die ‘hij’ in beeld kwam. Ben jij dat? De bestuurder? Nee, het is nóg een persoon in de auto. Jij weet dat. De lezer niet. Mij was je even kwijt. Wellicht, wanneer je in het begin van het stuk de personen in de auto vluchtig benoemt, of wanneer je er een piepklein bijzinnetje aan waagt, bijv. ‘klonk van de achterbank’, dan is het gelijk duidelijk…

Spinner · 13 oktober 2012 op 15:48

Ik dacht dat ik dat gedaan had.
Kijk pa… (pa dus) en dan hij.

Maar niet duidelijk genoeg blijkbaar.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder