Mijn broer is op bezoek. Buiten aan de tafel achter het huis zitten we ’s avonds als het schemert wat te zitten. Met onze ruggen leunend tegen de muur blikken we automatisch omhoog, de bergtuin in. Het overweldigende groen zuigt onze aandacht op. Het is een natuurlijk podium, waar de toeschouwer zonder het misschien te willen vanzelf naar gaat kijken, maar wij willen wel. Eerst een deel gras, bezaaid met onkruid. Daarna verder omhoog nog meer van het zelfde en dan de steengrens: een machtige bergwand waar het goed klimmen zou zijn, veronderstel ik. Als er geen slangen zaten. Mijn zoon van bijna vier verzorgt de voorstelling. Hij plukt bloemen, tot aan de slangengrens. De slangengrens is een gras-grens. Dat wil zeggen de lijn tussen gemaaid en hoogopgeschoten gras. Dan begint hij de bloemen reikend over die grens te plukken en dat mag eigenlijk niet. Ik roep hem tot de orde en hij komt het podium af, op zoek naar een nieuw spelletje. Dat is snel gevonden: slakkenhuis-rijden.
Duka kan met alles rijden. Trefzekere bewegingen gekoppeld aan het mondbrommen dat resoneert vanuit een diep in de ziel gelegen motortje verbouwen borstels, doosjes, stukken zeep, wortels en aardbeien effectief om tot racewagens. En zo ook dus lege slakkenhuizen.

Hij vindt een nieuw podium: de tafel met het rode blad die tussen broer en mij in staat, geduldige drager van onze ellebogen. Mijn zoon brengt een verlaten slakkenhuis met het gat omhoog naar het tafelblad, voorzichtig, om niet te morsen lijkt het wel. Dan keert hij de schelp razendsnel om en drukt het meteen op het tafeloppervlak, zodat het gat wordt gedicht. Hij laat het huisje rijden. Om niet te zeggen racen. Van links naar rechts en terug over de lengte van de tafel gaat het; daar bevindt zich blijkbaar een race-baan. Broer en ik moeten onze ellebogen weghalen om ongelukken te voorkomen. Dat doen we natuurlijk meer dan gedienstig, wij geloven in de participatie van publiek.

Er ratelt iets. Onder het slakkenhuis dunkt me. Het wekt mijn nieuwsgierigheid en ik vraag aan de coureur wat er onder de wagen zit. Gretig inhakend op mijn verbazing onderbreekt Duka zijn spel en keert de schelp om. Onder het gat zit een steentje, als een toverboon onder een bloempot. Of, in dit geval: een toverwiel.

Automatisch verschijnt voor mij het beeld van de vorige bewoner. De slak. Ik zie het weke diertje met de verfijnde, betoverend trage bewegingen zo zijn voordeur uitdijen, zichzelf keer op keer vanuit vormeloosheid uitstulpend tot hij weer diezelfde prachtig voortschrijdende majesteit is.
Maar het paleisje is leeg en mijn zoon lijkt te hebben gedacht dat de kamers dit keer best met snelheid mogen worden gevuld, de logische tegenhanger van traagheid. En dus kleeft Duka de schelp opnieuw aan de tafel vast en vervolgt de razende rit van het racewagentje.

De tijd rent voort, ook in een slakkenleven.

Met moeite slik ik mijn melancholie weg. Mijn broer, ooit ook zo’n klein mannetje, zoekt mijn blik en knijpt zijn sterretjesogen even dicht. Troostend. Dan kijken we samen opnieuw naar het vehikeltje dat mijn zoon zo inventief bij mekaar heeft geassocieerd. En ik wens vurig dat zijn verbeeldingskracht hem zal helpen lichter door het leven te rijden.

Categorieën: Diversen

8 reacties

DreamOn · 16 augustus 2006 op 12:44

Wat een prachtige column weer. Hoe je de natuur en de kleine lieve dingen weet te beschrijven…echt heel mooi.

Dees · 16 augustus 2006 op 20:18

Dit soort bijzinnen:

[quote]geduldige drager van onze ellebogen[/quote]

daar geniet ik van. Van mij geen kritiek vandaag, mooi neergepenseeld.

WritersBlocq · 16 augustus 2006 op 22:35

[quote]Broer en ik moeten onze ellebogen weghalen om ongelukken te voorkomen.[/quote]
+
[quote]Ik zie het weke diertje met de verfijnde, betoverend trage bewegingen zo zijn voordeur uitdijen, zichzelf keer op keer vanuit vormeloosheid uitstulpend tot hij weer diezelfde prachtig voortschrijdende majesteit is.[/quote]
=
Column van de Maand!!!!! (hoe het ook loopt: in elk geval de mijne)

Ma3anne · 17 augustus 2006 op 01:26

Ademloos gelezen. Schitterend weer, Anne!

Mosje · 17 augustus 2006 op 14:33

Met plezier gelezen weer. Mooi waargevinkje 😉
Toch een puntje van kritiek. Er zitten een paar zinnen in dit stukje die wat aan de lange kant zijn, en niet zo lekker lopen. Hou ze kort en eenvoudig zoals in de meeste van je vorige stukjes. Dat past ook bij het observeren dat je doet.

KawaSutra · 17 augustus 2006 op 17:46

Je hebt dit prachtige moment mooi ingelijst. Ik vermoed dat je al heel wat van die schilderijtjes aan de muur hebt hangen. Lijkt me een fijn gevoel.

Nana · 17 augustus 2006 op 20:50

Mooi. Soms wat te lange zinnen. Maar wel hele mooie zinnen! 😉

pally · 18 augustus 2006 op 21:50

Anne,
Wat een sfeervolle en liefdevolle waarneming.
Een gedicht, deze column….
Ik kan er als verse columnist nog veel van leren.

Pally

Geef een antwoord