Mede dank zij één van mijn off-line criticasters wilde ik vandaag niet meer schrijven, laat staan denken. Mijn hersenpan was nog steeds niet ontdooid van een té lange wandeling aan de wondermooie Westerschelde en ik was bovendien met het verkeerde been uit bed gestapt. Foert, dacht ik hartgrondig, vandaag doe ik geen lap, ik zet de pc uit en ga een goed boek lezen. Maar ik had buiten mijn doktertje uit het Westen gerekend. Op een ongoddelijk nachtelijk uur had hij blijkbaar een inspiratieve aanval gekregen en beslist dat hij die ging gebruiken om mij een ongezouten mening over mijn schrijven te geven. Hij had werkelijk de woorden uit zijn toetsenbord laten stromen om nadien de datalijnen te overbevolken om zijn idee, een stuk proza op zichzelf, tot in mijn huiskamer te krijgen. In zijn vierde alinea struikelde hij plots over het woord ‘gedachtegang’.
Hoe kan dit nu, bemerkte hij. Net of je maar één enkele gedachte meer mag volgen.
Terwijl hij in het vuur van zijn denken en in volle overtuiging ‘gedachtengang’ had ingetikt had zijn spellingchecker nog geen seconde later een rode lijn onder zijn gedachten getrokken. Ik kon hem echter wel volgen. Als vrouw zeker, want hoe vaak gebeurt het niet dat ze op haar werk het verslag van een saaie vergadering zit op te maken en ondertussen in paniek begint te denken dat haar kinderen op tijd uit de kribbe moeten verwijderd worden of ze kunnen er overnachten, dat manlief zijn hemden nog moeten gestreken worden, en dat de koelkast op een oude verschrompelde tomaat na zo goed als leeg staat.
Bij mijn weten, een duidelijk bewijs, dat je in één gang verscheidene gedachten kon hebben. Maar onze taalexperten uit Noord en Zuid dachten hier anders over en haalden de ‘n’ er tussenuit. Vanaf vandaag ga ik daar rekening mee houden en de vakjes in mijn bovenkamer tot één enorme hersencel laten vergroeien. Misschien lukt het me dan ook om mijn denkpatronen op het unilaterale pad te krijgen. Het zou mijn leven zo veel makkelijker maken. Ik zou dan tenminste kunnen beweren dat ik nog geen tijd had gehad erover te denken in plaats van domweg met rode wangen te moeten bekennen dat ik het ‘weer vergeten ben’.
Dokter als hij is maakte hij onmiddellijk een trek naar zijn medische kennis. Verdomd, schreef hij me, terwijl gedachtegang nu eens een woord is waar net een ‘n’ zou thuishoren en het niet zo is, zetten ze er wel eentje in ‘ruggenwervels’ terwijl ik nog nooit iemand gekend heb die wervels heeft uit verschillende ruggen. Hij zal wel patiënten genoeg hebben gezien om te weten dat dit inderdaad niet al te logisch is. Ik vertrouw dus volledig op zijn kunnen en weten.
Op dat ogenblik moeten mijn hersencellen wakker geworden zijn want plots besefte ik dat ik niet meer écht aan het lezen was. Taalkundigen en tussenvoegsels, niet bepaald in die volgorde, bleven mijn gedachten overheersen. Ik schudde met mijn hoofd in de hoop dat ze zouden verdwijnen en slaagde er net in toen zoonlief door de deur gestampt kwam (zware schoenen, zware voeten). “Mam,” riep hij al van ver “ik heb een prachtig examen Frans afgelegd en maak je straks nog eens pannenkoeken”.
Lap, daar had je het weer. Nog een ‘n’ die er volgens mij ook niet echt kon horen. Ik heb altijd mijn koek in één pan gebakken. Moet ik nu, onze taalkundigen indachtig, vanmiddag de onderkant van mijn koek in de ene pan bakken om nadien de bovenkant in een andere bruin te krijgen? Niet dat het een probleem zou zijn, ik heb twee koekenpannen, maar de extra vaat die er op volgt trekt mij dan weer niet aan. Blijkbaar volgen nog heel wat horecazaken mijn gedachtegang want men vindt zelfs tot op heden nog veel vaker ‘pannekoeken’ dan ‘pannenkoeken’ op de spijskaarten terug. Hier voelde ik me dus niet alleen in mijn eigen gedachtegang. Een hele geruststelling voor iemand die het recentelijk al zo vaak aan het verkeerde eind had gehad.

Die pannenkoeken waren de aanleiding om, na het beantwoorden van die lange e-mail, nogmaals te gaan wandelen op de site van de Taalunie. Alle regeltjes nog eens lezen en naar voorbeelden kijken kon nooit kwaad. Wie weet wat ik er nog ging ontdekken.
‘Doodkist’ en ‘doodskist’ liepen broederlijk hand in hand over het scherm maar een zinnige uitleg over het verschil tussen de twee kon ik niet vinden. Is de ene een kist om dood in te liggen en de andere de ‘kist des doods’ waarin je eerst moet gaan liggen om dan dood te gaan, of is het gewoon een voortvloeisel uit één of andere onverklaarbare gedachtekronkel? Misschien moest ik het eens uittesten. Het enige wat me tegenhoud is dat ik nog wat langer wil kunnen genieten van de aardsheid van mijn bestaan voor ik het van daarboven moet gaan bekijken.
En waarom mag iemand ‘klasseloos’ of ‘klassenloos’ zijn en ‘stateloos’ en ‘statenloos’ terwijl ‘gedachtengang’ volledig uit den boze is. Zelfs ‘gedachtenloos’ is niet meer toegestaan. Moet je er dan altijd eentje overhouden opdat je het gevoel kan blijven behouden dat je toch ergens mee bezig bent zelfs wanneer je je na een vermoeiende dag in de zetel ploft om in volle inertie eens niets te doen? Zoals gewoonlijk begreep ik er hoe langer hoe minder van.
En nadat, ergens halverwege in de vervoegingen van de Engelse werkwoorden, mijn tong struikelde over ‘gebreakdancet’ heb ik het opgegeven. Ik vrees dat ik dringend moet ‘geupgraded’ worden.

Categorieën: Diversen

5 reacties

pepe · 6 januari 2004 op 10:54

Lekker gelezen…. iets om over na te denken, of voordenken?
Nadenken is ook zo’n maf woord. Als je er goed bij denkt, klopt het voor geen centimeter.

Met taal spelen lijkt soms zo simpel, heel veel regeltjes maken het juist niet makkelijker.

Met twee dyslectische kinderen in huis snap ik nu pas hoe moeilijk en onlogisch onze taal in elkaar zit.

Neem alleen het woord ‘dyslexie’ maar, hier met een x geschreven, veranderd de x naar een ct in het woord ‘dyslectische’.

Wie heeft er ooit het woord dyslexie uitgevonden?

Ka gewoon lekker blijven schrijven 😉

Mup · 6 januari 2004 op 14:19

Leuk je hier ook te lezen. Taal is het mooiste maar ook het moeilijkste wat er is. Het ergste vind ik nog dat je iets duidelijk wil maken dat voor jezelf zonne(n)* klaar is, en wat een ander niet begrijpt.

Mup, alias Wilma:-)
* doorhalen wat niet van toepassing is

Tasz · 6 januari 2004 op 21:15

Ik vind dit een mooi in elkaar gezet stukje tekst. Je speelt leuk met woorden en laat meteen de (on)zin van onze Nederlandse taal zien. Mooi vloeiend geheel, waarbij je mij als lezer helemaal weet vast te houden.

Deze zin is daar een prachtig voorbeeld van:
Ik heb altijd mijn koek in één pan gebakken. Moet ik nu, onze taalkundigen indachtig, vanmiddag de onderkant van mijn koek in de ene pan bakken om nadien de bovenkant in een andere bruin te krijgen?

Slechts twee woorden…Mijn complimenten.

Tasz

deZwarteRidder · 7 januari 2004 op 16:58

gegen dumheid kampfen sogar die Götter vergebens..

Tsja de experts wetgen het zo goed..maar voor de gewone man is het toch mooi kloote..of was het nou kloten??
Rich@RD 😉

Clueless · 9 januari 2004 op 01:28

Subliem, deze column!! Ik heb ‘m in één adem uitgelezen, ondanks het gebrek aan witregels. Een heerlijk stuk tekst vol met fascinerende gedachtekronkels, op humoristische en herkenbare wijze verwoord. Mijn nominatie voor de column van de maand heb je binnen 🙂

Groetjes,
Clueless

Geef een antwoord