[i]Goede vriend, ik schrijf u deze brief op een tijdstip waarop het niet goed is om alleen te zijn. Zelfs de in de lucht hangende spiegelende sikkel vervolgde zijn weg zonder zich om mij te bekommeren. Uit mijn venster is hij nu verdwenen, de wind is gaan liggen en een hond dwaalt over straat. De klok tikt zachtjes hamerslagen en de enige die hier nog zit, gezeten aan het kabinet waar niet alleen inkt maar ook menig traan vloeide, ben ik zelf.[/i] [i]Ik vraag mij af of u zich mij nog herinnert. Ik daarentegen weet nog heel goed wie u bent, mijn goede vriend. Ik heb u nu al zo vaak gezien.

Zo zag ik u onlangs bijvoorbeeld nog in het winkelcentrum. Uw jas wapperde open, mij zo de blik op uw dochter aan uw hand ontnemend maar haar jammerklacht overstemde haar ontbreken in het beeld. U trok haar mee en keek enigszins geïrriteerd maar tegelijkertijd liefdevol op haar neer en de tijdelijke misère van die kleine deed me een moment glimlachen, mijn eigen blijvende ten spijt.
Enige tijd daarvoor had ik u nog in het restaurant gezien. Het leek alsof u goede zaken had gedaan en toen u het glas hief had ik alles willen geven om op dat moment tegenover u te zitten en uw gebaar te volgen. Om samen met u het glas te heffen op iets dat wij samen hadden afgesproken of samen hadden gedaan. Iets dat beklonken moest worden. Maar mìjn glas was de ruit waardoor ik keek terwijl voetgangers, fietsers en auto’s achter mij langs gingen.
Vanmiddag zag ik u hardlopen door het park. Ik zag u naderen in uw groene trainingsbroek met donkerblauwe regenjas (van die motregen raak je ongemerkt nat tot op het bot) en wilde u nog aanspreken maar zag de bedrade dopjes in uw oren net op tijd. Ik besloot de ternauwernood gehapte adem in te houden tot u, u in uw soepele beweging en concentratie, gepasseerd zou zijn en dan uit te blazen tot onbesproken niets. De wind had ik mee en die sprak mij dan ook niet tegen. Boven dat ik de wind mee had gehad was er immers verder ook niets geweest om tegen te spreken. Behalve misschien mezelf of het feit dat u beter gekleed was gegaan dan ik, niet alleen nat maar tevens verkleumd tot op het bot.

In het geval u zich mij niet zou herinneren van de gelegenheden die ik u zojuist schetste, maakt u zich dan vooral geen zorgen. Ik heb zojuist, toen de spiegelende sikkel mijn venster dreigde te verlaten, uw naam en adres uit het telefoonboek gehaald. Wij zijn niemand voor elkaar, hoe vaak ik u ook mag hebben gezien. Zo beschouwd zou u dit misschien[/i] ‘een brief aan niemand’ [i]kunnen noemen. Doch, vergist u zich niet mijn vriend, mijn goede vriend. Naast een brief aan niemand is dit vooral een brief aan iedereen en ik wil u op het hart drukken hetzelfde te doen als ik mocht u die behoefte nog eens voelen. Een behoefte waarvan ik voor uw bestwil van harte, werkelijk van harte hoop dat het u bespaard mag en zal blijven. Tenslotte wil ik dan ook niet in afwachting van uw antwoord verkeren.[/i]

Niemand

Categorieën: Diversen

12 reacties

Troy · 17 november 2005 op 17:19

In één woord Prachtig met een hoofdletter P.

Iemand

Kees Schilder · 17 november 2005 op 17:25

Chapeau Raindog! Chapeau

Wessel · 17 november 2005 op 18:34

Zeg, heb eens wat mededogen met die arme postsorteerders. In deze tijd van het jaar krijgen ze al genoeg onbestelbare brieven (aan Sinterklaas met adressering “Spanje”). En wat schrijft Raindog?? Een brief van niemand aan niemand/iedereen. Die kan dus niet eens retour-afzender,…
Maar wel een mooie brief. Naar mijn gevoel draait het om eenzaamheid. Terloopse ontmoetingen met een onbekende, een liefde op afstand misschien, beschreven in een passende afstandelijk stijl. Al die weer-elementen (wind/motregen/verkleumd) die bijdragen aan het gevoel van eenzaamheid. Het lijkt een afscheidsbrief. De laatste zin en de spiegelende sikkel doen het vermoeden. En wie anders schrijft een brief aan iedereen en niemand? Qua inhoud een boeiende column dus én ook nog erg goed geschreven. Werelds!

Ma3anne · 17 november 2005 op 21:22

Zo lang je voor Niemand Iemand bent, ben je in elk geval een illusie rijker. Of je echt iets voorstelt is punt twee.

Indringend en erg mooi.

Geertje · 17 november 2005 op 21:25

Zo, mooi, erg mooi geschreven.

vanlidt · 18 november 2005 op 01:24

Midnight
not a sound from the pavement
has the moon lost her memories
she is smiling alone

‘k ga er gewoon van zingen….

pepe · 18 november 2005 op 19:14

🙂 🙂 🙂
Mooi

Pas als je de zak van niemands hoofd haalt ben je iemand 😛

Mosje · 18 november 2005 op 19:38

Hij is mooi Raindog, prachtig stukje

Raindog · 18 november 2005 op 23:49

Dank jullie heel hartelijk voor jullie reacties.
Je vraagt je af wat er van zo’n_iemand terecht moet komen nietwaar?

Wright · 19 november 2005 op 13:00

Zucht…Erg mooi, Raindog!

Dees · 21 november 2005 op 11:58

Eigenlijk volstrekt toevallig dat ik toch nog even over dit stuk empathie struikel. Ik blijf nog ff liggen.

Lastig onderwerp, mooi aangepakt. Kijk je uit, het is nl. wel besmettelijk…

Raindog · 21 november 2005 op 23:37

Wright en Dees, jullie ook nog heel erg bedankt voor jullie reacties. Inderdaad een lastig onderwerp. Besmettelijk? Als je zoal in de wereld om je heen kijkt heb je misschien wel gelijk. Vanuit dat perspectief gelezen….

Groet,
Raindog

Geef een antwoord