Opeens staat hij weer bij mij op de stoep, stond hij dat maar, dan was hij tenminste nog niet binnen. Te laat, want ik heb de deur al geopend en uit beleefd laat ik hem binnen. “Hey, ik hoorde het net van je opa…” roept (hele) Verre Kennis Dennis. “Uhm”, begin ik geïrriteerd “hoe kan dat nou, hij is dood!” geschrokken kijkt hij op (niet mijn opa natuurlijk) “nee, ik bedoel dat ik het net hoorde, dat je opa niet meer onder ons is.” Quasi-empatisch brabbelt hij een end weg. “Nou,” vervolg ik “technisch gezien is hij dat dus wel.” Hij snapt er niks van en u begrijpt waarschijnlijk waarom hij al jaren een hele verre kennis is.

Wat vindt hij het allemaal erg en wat vind ik het allemaal erg dat hij het erg vindt. Verre Kennis Dennis kende mijn opa volgens eigen zeggen, heel goed. Hij zag hem nog zo lopen naar de winkels (in 1996 ja!) en wat hadden ze een lol samen (mijn opa meer om Dennis, omdat hij gewoon echt heel dom is).

Mijn opa dus. Mijn opa had nooit de kans om eerlijk te zijn tegen Dennis. Dat had Dennis nu waarschijnlijk een hoop ‘verdriet’ bespaard; mijn opa mocht Kennis Dennis namelijk voor geen meter. Graag zou ik Dennis daarom wel van zijn verdriet af willen helpen, maar ja, als hij het van mij hoort klinkt het natuurlijk niet echt geloofwaardig.

Tien jaar geleden was Dennis op de respectabele leeftijd van 39 jaar, de krantenjongen / man van opa. Af en toe deed ‘íe een bakkie bij opa, tegen opa’s zin in. Hij had het al zo zwaar, dus mocht ie af en toe toch even binnen komen, Dennis.

“Wat doe je nu, Den?” vraag ik popi. “Nou ik timmer behoorlijk aan de weg.” Zozo? “Jaja, we zijn al een heel end met de A44.” Onbedoeld kan Kennis Dennis best leuk uit de hoek komen, leuk zo’n grap in de vorm van een mens. Opeens begint hij weer te snikken.

“Ja, Dennis het is allemaal verschrikkelijk. Het verpleegtehuis kwam me vertellen dat ze mijn opa hadden opgegeven….” Er verscheen een glimlach op Dennis zijn gezicht “Oh, wat leuk dat ze aan je opa dachten. Hij hield er altijd van om voor van alles te worden opgegeven. Hij was altijd zo een druk baasje.” “Ja Dennis, ja zo is het maar net…” en ik zucht eens heel diep.

Kennis Dennis kon al dagen niet slapen. Zelf denk ik doordat het nou eenmaal niet lekker slapen is onder een brug, maar hij zegt dat het door zijn verdriet komt. Het zou ook wel door zijn tranende ogen komen, dat hij bij de verkeerde opgebaarde persoon stond. Ik wens dat mijn oma nog heel lang blijft leven, dan zie ik Dennis tenminste weer een tijdje niet….

Categorieën: Maatschappij

3 reacties

Mosje · 3 september 2006 op 22:49

Grappig stukje wel, hoewel ik wederom moeite heb om te volgen wie precies wat zegt.
Het is een goede gewoonte om als de andere persoon iets zegt, dat op een nieuwe regel te starten. Pak er anders een boek bij, en kijk hoe ze het daar doen. Het zou de leesbaarheid enorm vergroten.

klapdoos · 4 september 2006 op 04:27

Op zich inderdaad een leuk stukje, maar ik ben he met mosje eens dat het een beetje moeilijk is om heel goed in de gaten te houden wie wat nou en wanneer zegt. En waarom moet ik aan Kees Schilder denken als ik dit stukje van jou lees? Maar goed, da’s persoonlijk natuurlijk…
😕 😮 😀

DreamOn · 5 september 2006 op 01:48

een vage kennis, maar ook een vaag stukje.
Mijn zoon heet ook Dennis en deze titel sprak mij aan, maar verder…..
Als ik het goed begrijp ving jouw opa Dennis een beetje op maar had verder niks met de beste man?
Nu zit jij met hem opgescheept.
Meer kan ik er niet van maken en gezien het aantal reacties anderen ook niet.
Ik denk dat je het goed bedoelt, maar op een of andere manier komt het verhaal niet uit de verf.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder