Iets meer dan vijf weken is het nu geleden. Het afscheid nemen van het kwaad. Het kwaad dat in mij zat en al vanaf vroege leeftijd bezit van mij nam. Het kwaad dat van mij de persoon heeft gemaakt die ik nu ben. Of heeft het mij gesloopt, gebroken en omver gegooid? Als streng opgevoed kind mag ik in mijn jonge jaren niet veel. Ik moet om tien uur naar bed en dus mag ik maar tot acht uur buiten spelen. Onzinnig vind ik het dan, aangezien we rond zes uur klaar zijn met eten. Somber, tekort gedaan. Dat is het gevoel dat ik erbij heb. Onbegrepen en niet gegund. Waarom mag ik niet gewoon zijn net als mijn vrienden? Verwent, brutaal en onbeleefd. Ik wil ook om tien uur thuis komen en om twaalf uur naar bed! Wat voldoende is om mij een nee te verkopen, is een blik van mijn vader die enkel zijn oogleden omhoog haalt. Alsof zijn ogen steeds dichterbij komen en tanden krijgen. Het is al goed, ik ga niet naar buiten.

Overdag is het een ander verhaal en naarmate ik ouder ben word ik steeds meer beïnvloed door mijn vrienden. De vrienden die schelden tegen hun ouders. De vrienden die doen waar ze zin in hebben en geen ouder die er wat van zegt. Ze willen hun kind liever te vriend houden. Mijn ouders hebben liever dat ik hun niet leuk vind, dan dat zij mij niet leuk vinden. Het zijn wel mijn enige vrienden. Ze laten mij kennis maken met sigaretten en bier. Later wordt het lichte sterke drank en ja hoor, daar komt hij dan. De bruine jongen met groene ogen, rood haar en een transparante lange jas die zijn lichaam compleet bedekt. Jonko heet hij. Hij leert mij rebelleren tegen mijn ouders. Hij laat mij dingen doen die God verboden heeft. Laat staan wat mijn ouders ervan zullen vinden. Ik heb meer angst voor een boze vader dan gedoemd te worden.

Hij laat me lachen en hij geeft me een heerlijk gevoel. Een gevoel van zweverigheid en onaantastbaarheid. Jonko is mijn beste vriend geworden. De sigaretten en de drank laat ik links liggen, daarmee behaal ik lange na niet het gevoel die ik van Jonko krijg. Hij is mijn steun en toevertrouw.

Naarmate ik ouder ben laat Jonko mij kennis maken met een goede vriend van hem, genaamd Tikkel. Hij lijkt zijn uiterlijk wekelijks te veranderen, zelfs zijn inhoud is nooit het zelfde. Ik ben zeer terughoudend in het kennen van hem. Hij is zo groot, breed en waarschijnlijk oersterk. Hij is voor niemand bang. Hij is zelfs Jonko de baas. Uiteindelijk halen Jonko en Tikkel zelf, mij over om ook met hem op te trekken. Ik zie hem niet vaak. Als ik hem zie dan lach ik als nooit te voren. Het zweverige gevoel verandert geleidelijk in een vliegende reis. Zo hoog ben ik nog nooit geweest. Geweldig om vanaf die hoogte neer te kijken op de wereld. En dan die tinteling van binnen, vlinders in mijn buik. Ik ben verliefd. Op alles en iedereen. Tikkel is cool man, echt wel. Toch houd ik Tikkel op een afstand, zo af en toe met hem feesten is genoeg. Ik wil Jonko niet benadelen, hij blijft voor mij mijn beste vriend. Ik zie hem tenslotte elke dag, ik neem hem zelfs stiekem mee naar binnen zodat we op mijn kamer nog gezellig spelletjes doen terwijl mijn ouders slapen. In het weekend moet ik om één uur thuis zijn. Mijn vrienden mogen zelf bepalen wanneer ze thuis komen. Jonko en Tikkel lopen altijd mee naar huis en wachten tot ik weer naar buiten kom. Ik ga naar bed en als mijn ouders slapen sluip ik weg, terug naar de kroeg. Het is te gezellig met hen.

Als ik op mijn 16e verhuis, dan verhuist Jonko met mij mee. Tikkel zie ik nog geregeld als ik met Jonko weer naar mijn oude woonplaats ga om te feesten. Op een zaterdagavond krijg ik ineens een moment van stilte. De wereld lijkt te stoppen met draaien en mijn lichaam lijkt er ook mee op te houden. Gelukkig is Tikkel in de buurt die mij wakker houdt en vertelt dat er niks gaande is. Hij houdt me te been en zorgt voor innerlijke rust. Ik sta weer met twee benen op de grond na met één been in het hiernamaals te hebben gestaan.

Tikkel vind het dan tijd om kennis te maken met een vriend van hem. Iemand met een uit zijn verband getrokken versie van ADHD. Heel actief en impulsief, beter gezegd explosief. Maar toch is hij lui, want hij houdt het nooit lang vol. Coco heet hij. Hij heeft altijd witte kleding aan en zijn haar is ook wit. Hij heeft draagt zelfs witte lenzen. Tikkel en Jonko zorgen samen met Coco voor lange nachten vol vreugde. Een goede combinatie. Het zijn net Kwik, Kwek en Kwak. Ze hebben ieder een eigen persoonlijkheid en kijk op het leven. Maar samen zijn ze in volledige harmonie en geven ze me extreme kracht maar toch ook steeds meer pijn. Lachen doe ik niet meer en in plaats van hoogvliegers worden het steeds meer afdalingen. Diepe en donkere afgronden. Steeds lager en lager. Ik weet niet meer waar het op houdt en ik bedenk me of het misschien beter is als ik het contact verbreek. Dat besluit neem ik dan ook, maar Jonko kan ik niet los laten. Ik heb hem harder nodig dan ooit. Ik kan niet zonder hem. Tikkel en Coco verdwijnen uit mijn leven. Ze hebben mij meer kwaad gedaan dan goed. Dat is dagelijks nog steeds zichtbaar.

Na een lange periode lukt het me dan toch om ook afscheid te nemen van Jonko. Hij is niet meer zo aardig en leuk. Hij geeft me een somber en angstig gevoel. Somber over mijn leven en angstig dat hij me blijft controleren. Daar heb ik echt geen zin meer in. Ik wijs hem de deur. De deur naar de vergetelheid. Het is over en uit. Ik heb hem niet meer nodig. Af en toe mis ik hem nog wel. Mijn hart is gebroken maar zal weer helen naarmate de tijd verstrijkt. Langzaam aan komt de lach weer terug op mijn gezicht. Voel ik me weer opstijgen en uiteindelijk stijg ik boven mezelf uit.

Terug kijkend op mijn leven heb ik bepaalde vrienden verkeerd gekozen. Ze hebben mooie praatjes en in het begin hebben ze het beste met je voor. Maar ze zijn stuk voor stuk arrogant, egoïstisch en hondsbrutaal. Ze hebben lak aan alles. Een leven nemen om hun ego te strelen, dat maakt ze niet uit. Ze doen toch waar ze zin in hebben en vaak heb je het niet eens in de gaten wat ze met je doen. Ze slopen je eerst mentaal en daarna fysiek. Dan ben je ver heen. Als je ze niet bant uit je leven zullen ze je langzaam aan opeten als parasieten. Je van binnen verwelken alsof ik een bloem ben die maar niet wil en mag bloeien. Uiteindelijk zullen ze je uitspugen en dan lig je daar. Een stinkende massa die je alleen nog maar bij elkaar kunt vegen om vervolgens te deponeren in de prullenbak. Reddeloos.

Gelukkig kwam ik op tijd tot inkeer, al is het een lange lijdensweg geweest. Maar de ware “ik” zal altijd in je blijven en als je echt wilt, zal hij voor je vechten en uiteindelijk de overwinning opeisen. Nu is hij mijn beste vriend geworden. Op hem kan ik echt bouwen in voor- en tegenspoed. Zonder er iets voor terug te willen. De lach op mijn gezicht. Daar is het hem om te doen.

[i]Bovenstaande is gebaseerd op een waargebeurd verhaal en derhalve kunnen de feiten afwijken van de werkelijkheid[/i]


BuddhaWriter

Geen vogel vliegt te hoog die met zijn eigen vleugels vliegt

11 reacties

Dees · 27 maart 2009 op 17:12

Gary, wat een zwaar stuk. Wel moedig, zo komt het op mij over. Je vrienden, ook je foute, hebben je ook gemaakt tot wie je bent geworden. En nu op naar de toekomst, lachend en huilend 😉

Technisch gezien rammelt je stukje wat. Ook de verhaallijn is niet helemaal soepel, een beetje inherent aan de inhoud misschien, het leest alsof je het met moeite hebt opgeschreven. Voor mij werkt het vaak beter om zware emotionele dingen pas te beschrijven als ik er meer afstand van heb. Maar misschien heb je daar geen zin in, ook prima…

lisa-marie · 27 maart 2009 op 18:40

Het is heftig en zwaar op de hand maar toch wordt ik er door geprikkeld.

Zelf vind ik hem iets te lang waardoor de kracht afneemt maar schrappen is ook weer moeilijk denk ik, misschien wat zinnen samenvoegen.

Garuda · 27 maart 2009 op 19:31

Dit is de herschrijving van mijn drie-luik. Jouw tip tot herschrijven vond ik toch wel de moeite waard om te volgen. Ik vond dat ik wel iets meer ervaring had om hem te herschrijven, dit is het resultaat.

Het past in ieder geval in één verhaal maar het was wel moeilijk om het een andere draai en kijk te geven. Ik vind het in ieder geval de moeite waard om te kijken wat men van deze versie vind.

Dus dank.

LouisP · 27 maart 2009 op 22:18

G.
het is beter verzorgd, nog steeds moedig en het leest goed. Vervolgverhalen die echt vervolgverhalen moeten worden heb ik niet graag. Ze moeten op zich zelf al een verhaal zijn.
Begrijp je?

netjes gedaan.
L.

Dees · 28 maart 2009 op 11:57

Hoi Gary,

Wat suf, dat had ik niet in de gaten. Een andere draai en kijk is je dus wel gelukt; het lijkt een nieuw verhaal. Op zich niks mis mee om een tijdje met je verhaal aan de gang te blijven denk ik. Het is nog vrij vers allemaal, dus heb je er zelf ook nog iets aan. Succes!

Mien · 28 maart 2009 op 21:48

Moedig om je verhaal te schrijven.
Het wordt alleen een beetje saai naar het einde toe.
Dat komt omdat er een te sterke nadruk ligt op je eigen beleving.
Daarmee wordt het meer een verwerkingscolumn.
Tip: Volgende keer misschien een andere persoonvorm kiezen om een beetje afstand te creeren? En dan hardop aan jezelf voorlezen.

Mien

KawaSutra · 28 maart 2009 op 23:58

Ik vind het toch eigenlijk best wel knap geschreven. Een originele insteek door de drugs te personificeren als vrienden die uiteindelijk vijanden blijken. De slotalinea vind ik ook heel overtuigend. Zo moet het ook zijn.

Troy · 29 maart 2009 op 14:54

Je schrijfstijl is er al behoorlijk op vooruit gegaan. Goed om je gedrevenheid in de ontwikkeling van je schrijven te zien!

arta · 29 maart 2009 op 17:32

[quote]Gelukkig kwam ik op tijd tot inkeer, al is het een lange lijdensweg geweest. Maar de ware “ik” zal altijd in je blijven en als je echt wilt, zal hij voor je vechten en uiteindelijk de overwinning opeisen. Nu is hij mijn beste vriend geworden. Op hem kan ik echt bouwen in voor- en tegenspoed. Zonder er iets voor terug te willen. De lach op mijn gezicht. Daar is het hem om te doen. [/quote]
Heel knap van je, leuk om jouw schrijfontwikkeling te volgen…

Garuda · 1 april 2009 op 11:57

Ik begrijp het helemaal Louis.
Ik heb daar ook met mijn drieluik over gediscussieerd met de redactie; moet ik hem nu in zijn geheel of in delen inzenden? Hij vond persoonlijk in zijn geheel, maar ik had er toch voor gekozen om hem op te delen. Het zou anders zo lang zijn dat het de aandacht van de lezer verliest, dacht ik.

Een herschrijving zoals het nu geworden is beter. Dank je wel Louis.

Garuda · 2 april 2009 op 18:38

Bedankt voor de tip Mien!

Geef een antwoord