Vanuit de weilanden, het struikgewas en het riet aan de Zuidoever van het Slotermeer weerklonk een kakofonie van vogelgeluiden. Ik lag er vandaag, in het schitterende voorjaarsweer, voor anker. Direct achter onze sloep, onzichtbaar tussen de begroeiing, was een nest met jonge vogels. Met hoge ruwe klanken riepen ze om eten, meer eten. Ik keek rond en zag weidevogels, watervogels en rietvogels. In steeds toenemende mate komt mijn interesse in vogels weer op gang.

De eerste vogel die mijn belangstelling opriep was een groengele parkiet. Begin jaren vijftig kreeg ik het beestje cadeau. Het zat treurig vanuit zijn rommelmarkt-rijpe kooitje in onze huiskamer rond te kijken. Die droeve blik maakte dat hem, al spoedig daarna, een vrouwelijke hokgenote werd toebedeeld. Het paar voerde al spoedig de bovenhand in alle conversatie.

Een klussende bedrijfstimmerman maakte tegen passende vergoeding en wat ruimer buitenverblijf. Dat werd tegen de achtergevel opgehangen. Het gevederd echtpaar kreeg een verhuisgeschenk: een broedblok. Dit werd direct voor het bestemde doel in gebruik genomen. Binnen de kortste keren was het hok overbevolkt.

Wat mijn ouders heeft bezield, ik begrijp het tot op de dag van vandaag niet. Er verscheen een schuttinghoge en meterslange volière in de kleine achtertuin; met een nachthok voor koude winters. De bewoners kregen nu vier broedblokken cadeau en ook die werden direct voor het bestemde doel in gebruik genomen.

In den beginne bood de volière ons veel vermaak. Zelf werd ik overmand door dierenliefde en zorgde zo goed mogelijk voor dit ‘pluimvee’. Een, niet met name te noemen familielid, vond zijn vermaak in het geven van snelle vingerbewegingen over het gaas van de volière, daarmee de massaal opvliegende vogels telkens weer de doodschrik bezorgend. Slachtoffers daarvan werden in stilte afgevoerd.

Hoe lief waren de kleine parkietjes. Ik nam ze op mijn vinger en aaide ze zachtjes. Maar ook die kleine parkietjes werden groot en de volière raakte overbevolkt. Daarnaast bestond de gerechtvaardigde vrees voor een strafbare vorm van geslachtsverkeer. Het evenwicht in de natuur werd echter telkens weer hersteld door de vergeetachtigheid van hetzij mijn broer, hetzij mijn vader. Geen van beiden heeft het ooit toegegeven, maar het per abuis open laten staan van de volièredeur nam wel erg regelmatige vormen aan. Het vertrek van twee derde deel van de parkieten bezorgde mij dagen met ontroostbaar verdriet. De enige prettige bijkomstigheid was het feit dat de discussies over ‘ophouden met parkietenfokken’ telkens enige tijd verstomden en dat, als troost, nieuwe mannetjes werden aangevoerd.

Naast de gaasactiviteiten van het, niet nader benoemde familielid, begonnen ook de (vele) katten uit de buurt de weg naar het volièregaas te vinden. Ik nam zelf het onherroepelijke besluit. De volgende dag was er weer sprake van vergeetachtigheid en de openstaande deur werd door mij in blinde woede tot aanmaakhoutjes voor de Etna kolenkachel gehakt. Ik was ontroostbaar en nam mij voor van geen vogels meer te willen weten.

Aan de Zuidoever van het Slotermeer vind ik één van de volières die mij er toch weer toe hebben aangezet om van vogels te houden. En……….in de volière van moeder natuur staat de deur altijd open.

Categorieën: Algemeen

Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

3 reacties

KawaSutra · 18 april 2007 op 21:08

Een bevlogen verhaal. Ik neem vaak een kijkje in jouw volière. Toch veel leuker als iedereen er van kan genieten.

delta75 · 18 april 2007 op 21:43

Beter 10 vogels in de lucht, dan 40 in je voliere.

Leuk geschreven.

Mup · 19 april 2007 op 19:08

Mooi, die open deur op het laatst.

Groet Mup.

Geef een antwoord