Tsja, dan even naar de slachterij waar het vlees levend hun dood tegemoet loopt. Het voorportaal van de slagerij en de voorverpakte delen van het dier. We eten dood vlees anders zijn we in het primatieve kannibalisme blijven steken. Behalve de kip!

De kip, zegt u? Jawel, de commando’s to be, die hun groene baret pas ontvangen na een week afgepeigeren als ‘stoere jongens van Jan de Wit’ en daarbij een levende kip de kop eraf moeten trekken en het fladderende beestje moeten gaan eten.

Overleven in een oorlogsgebied moet je wel leren, zegt de commandant met een duivelse grijns op zijn mombakkes.

In mijn auto passeer ik een veewagen op de A2 richting het westen en zie rechts van mij – tussen de houten schotten- de varkens bewegen. Hun ogen zijn diepdroevig alsof ze weten  dat ze binnen een paar uur aan de haken bungelen richting de uitbeners. Of, verbeeld ik me dat?

In de slachterij, stoomt het mistig. Het hete water moet de huid van de hangende varkens en koeien, een beetje schoonmaken. Alsof het dier (‘Annie 123’ of ‘Johnny The Pig’ in kwestie) dat als laatste wens konden invullen op hun vrachtdocument naar de dood. Mama, waar is Annie 123? Ik zie haar niet in de stal!

De plafond rails, met daaraan de gehaakte hangende dieren, maken een hels lawaai. De uitbeners in hun uitbeners kleding, hun haarnetjes, metalen handschoenen, de  als een maliënkolder schort en het vlijmscherpe uitbeen mes in de hand wachten geduldig totdat zij hun dier van de haak mogen trekken en het uitbeenwerk gaat beginnen.  De geur van de dood verdwijnt nooit! De afvoerput stroomt vol met een bloedrode kleur. De muziek staat loeihard, maar dit terzijde.

Hup de  poten eraf, die worden verder bewerkt door een collega slachter. De romp wordt uitgebeend, gefileerd, gehakt in stukken en uiteindelijk in kleinere stukken  (voor de slagerij) verder in dit vlees mortuarium op de lopende band getransporteerd. Bij de ingang valt een laadklep op de grond en de eerste koe naar buiten gedweept. Is het Annie 124? Mama, waar is Annie 124?

De damp van het stomend hete water en dit gebouw als voorportaal naar de slagerij verdwijnt uit mijn gedachten. Ik?, ik eet geen vlees meer.

‘Goedemorgen slager, doe maar 4 karbonades, 2 ons draadjesvlees, 1 rookworst en de 2e gratis, 2 ons gehakt half om half en 1 bakje kipfilet’

Verder nog iets?  Nee, dit is alles. Stukje worst voor de kleine?   Dank u wel slager, maar ik eet geen vlees!  De slager kijkt vragend naar de ouder.

‘De kleine eet uit principe geen vlees meer sinds haar 5e jaar, het was een project op school over dieren welzijn, heh Vlinder?, maar de rest van ons gezin eet graag vlees!’

Doet u mij dat stukje worst maar!


Nummer 22

Nummer 22

Verwarde Oprichter van het Absurdisch Verbond met als mede lid en co oprichter Kees Schilder "Paco Painter"en zijn andere alter ego's. Prof.dr.mr.ir. R. Leijdecker (1955) van het O.I.L. Onderzoeks Instituut Leijdecker waarnemer, beschouwer en publicist over maatschappelijke ontwikkelingen met een knipoog. Een flinke knipoog! Reiziger over onze aarde, kijker en luisteraar naar amderen.

Geef een reactie