‘Moeder, wie is zij, wat doet zij in onze grafkelder?’
‘Dat, mijn jongen, wordt je toekomstige vrouw.’
‘Maar moeder…’
‘Niets te maren, zij komt het dichtst in de buurt bij wat voor een man kan doorgaan’
‘Jamaar moeder, zij heeft borsten…’ ‘Welnee, jongen, dát zijn toch geen borsten. Bovendien is zij ambitieuzer dan Stalin ooit geweest is dus aan mannelijke hormonen kan het bij haar niet ontbreken. Wie weet wat wij later nog voor je kunnen doen. Misschien groeit er bij haar zelfs wel een… kom, hoe heet zo’n ding nou ook weer?’
‘Penis, moeder’
‘Juist ja…’

‘Moeder?’
‘Ja, jongen?’
‘Ik weet niet… wat als met haar nu niet lukt, u weet wel. Zij lijkt tenslotte toch echt op een vrouw’
‘Maakt niet uit jongen. Zij heeft vrindjes genoeg gehad. Daar moet na een inwendig onderzoek nog genoeg genetisch materiaal van te vinden zijn en er is geen vader die zich zal aanmelden om zijn oudersschapsrechten op te eisen…

..Lijkt ons niet waarschijnlijk’


1 reactie

Kees Schilder · 21 oktober 2003 op 11:34

Ja, en onderschat Peter R.de Vries niet.

Geef een antwoord