Enkele maanden later. Activiteit bij de bijzondere buren. Enkele mannen komen metingen doen en er wordt een schets gemaakt. Robert vraagt zich af wat buurvrouw van plan is, maar laat ze verder hun gang gaan. Enkele dagen later weet hij het. Er staat een gloednieuwe schutting tussen zijn oprit en die van de buurvrouw. De toon is gezet, er wordt nu helemaal niets meer gezegd over en weer. Dat gaat zo een hele tijd door. Totdat er op een dag een kattebelletje in de brievenbus van Robert ligt:

‘Robert en Mia, Ik vind het slordig hoe jullie zich voor doen. Ruim die troep eens op, achter de muur. Maak het ook netjes voor de buurt. Ik hoor van mensen dat jullie zoo’n troep in het Kwekker kasje en tuin hebben, die mesthoop ??? voor muizen en ratten. Jullie hebben meer ruzie.’

Het raadselachtige warrige briefje is niet ondertekend, maar Rob weet genoeg. Het moet niet gekker worden, mompelt hij. Hij onderdrukt de neiging om bij buurvrouw aan de bel te trekken. Zijn vrouw Mia kan er alleen om lachen. “Dat mens is gestoord. Waar bemoeit ze zich mee? Rotzooi? Dat stapeltje oude dakpannen onder tegen de muur, achter in de tuin? Dan kijken ze toch gewoon niet over de schutting.” Ze reageren er verder niet op. Volgens Rob is dát wellicht precies waar de buurvrouw op uit is; een reactie uitlokken. Zodat ze eens stevig van leer kan trekken tegen die weerbarstige buren: “Woar bemoeide gai oew aige mè?” En voor je het weet ben je betrokken in een ordinaire schreeuwpartij over en weer. Want ze hebben gezien hoe het mens als een viswijf tekeer kan gaan. En daar hebben Robert en Mia allebei geen zin in. Later diezelfde week komt Robert de buurvrouw tegen. Zodra ze Rob in het vizier krijgt begint ze te roepen: ”Rob, gai moet die rotzooi ‘s opruime, ander goa ik nor de geminte. We hebbe foto’s.” Rob negeert de boze buurvrouw, laat haar links liggen en vervolgt zijn weg.

De week daarna is hij in de tuin bezig, er moet snoeiafval worden afgevoerd. Zijn broer helpt mee, en loopt met de volgeladen kruiwagen naar de aanhangwagen die voor het huis staat geparkeerd. Plotseling duikt buurvrouw op en begint haar gal te spuwen tegen Robs’ broer. Als deze weer achter het huis komt, vertelt hij lachend tegen Rob: “Dat mens is geschift. Weet je wat ze zei: ‘Wà ‘n verschrikkelijke buurt is ditte. En ze hebbe meen er nog wel voor gewarschowd! En dan die asociale bure! Dien Rob moet z’n excuses aanbieden. Woar bemoeit ie zun aige mè, om te bewere dat wai weinig thois zijn!” Rob’s broer voegt er nog aan toe: “Ja jongen, dat wordt excuses aanbieden!” De twee lachen. Robert haalt zijn schouders op. “Dacht het niet. Het is wel een bijzonder portret. Wie weet wat ze nog verzinnen die twee van hierlangs. Daar zijn we nog niet van af. En trouwens, woar bemoeide gai oew eige mè?“

***

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

6 reacties

Nummer 22 · 6 augustus 2019 op 07:11

Het is altijd wat als je geen buren hebt, maar zo’n 50 meter verder eerst een berg afval hout ziet, 5 loslopende honden achter een hek, 2 bewoners die naakt over hun terrein lopen ook als het min 5 graden celcius is. 3 autowrakken en – naar geruchten van de andere buren op 70 meter afstand- ook een welig groeiend weed plantage. Hoe ik dat weet? Gewoon van de dorpsomroeper. Gelukkig woon ik niet in die buurt, maar dat geheel terzijde. Kom ik een van die bewoners tegen – geheel naakt – op de markt, vraag de naakte bewoner ‘ wah kiek ge nou? , nou seg us wah! Oh niets, ik bemoei me nergens mee!

    G.van Stipdonk · 6 augustus 2019 op 14:44

    Een soort ‘naakt over de schutting’ denk ik dan. Dat is bij Rob en Mien eh.. Mia dus niet het geval. Maar iets soortgelijks heb ik wel eens meegemaakt bij ons in het dorp. Een moeder die haar dochtertje, een peutertje was dat, maar het durske wel ik haar blote kont over het sportpark liet wandelen en dan je inderdaad dan aankeek met een blik van ‘zegt er mar ’s iets van!’ Heb ik niet gedaan. Ieder zijn of haar meug.

Mien · 6 augustus 2019 op 09:11

Liever heel verre buren én een paar goede vrienden, nietwaar?

    Nummer 22 · 6 augustus 2019 op 09:34

    Precies… laat die maarin Buren gaan wonen.

    G.van Stipdonk · 6 augustus 2019 op 14:44

    In het geval van zulke boreale buren zoals uit het stukje, kun je je zoiets afvragen.

Geef een reactie