Dirk van Baele wandelt door het buitengebied van zijn woonplaats. Het is zijn dagelijkse wandeling. Hij hoort hoe een fietser hem van achteren nadert. Dirk draait zich om en kijkt recht in het smoelwerk van Piet Eingels, een oud-collega van afdeling debiteuren. Dirk kijkt nog eens goed. Het zal toch niet waar wezen? Piet Eingels, die slijmbal eerste klas. De man met de bruinste arm van het bedrijf, tenminste, dat vond Dirk altijd. Hij had gehoopt hem nóóit meer terug te zien. En nu fietst hij hem bijkans achter op zijn hakken. Dirk kijkt Piet aan, Piet kijkt van Baele aan. Dirk draait zich gelijk weer om en loopt verder, zonder iets te zeggen. Vooral niets zeggen tegen die gast, meent Dirk. Anders krijg ik gegarandeerd weer zo’n typische opmerking over me heen, met dat irritante betweterige toontje van hem. Of zo’n onbeschoft lompe sneer, waarop Piet patent had.

Van Baele denkt nog eens terug; jaren geleden toen hij nog met Piet op dezelfde afdeling werkte. Vanwege een nieuwe indeling moesten de bureaus anders geplaatst worden. Dirk en twee andere collega’s hadden een plan gemaakt voor een blok van vier, met daarbij ook een plek voor Piet. Piet Eingels maakte er weinig woorden aan vuil, maar was wel akkoord.

De volgende morgen kwam Dirk op zijn werkplek aan en de eerste mail die hij las, kwam van leidinggevende Astrid. De avond daarvoor verstuurd. Astrid was niet zo geliefd onder het personeel, een beetje een bitch, maar met Piet Eingels was het van slijmer het slijm, smoezer de smoes, kon het niet op. Volgens de mail had Astrid besloten om de nieuwe indeling van het bureaublok er als volgt te laten uitzien, met daaronder haar plan. En dat was heel anders dan Dirk met de twee collega’s had uitgedacht. Verbaasd las Dirk de mail voor. Zijn directe medewerkers waren ook perplex, maar Piet reageerde niet. ‘Ho, ik stuur wel een berichtje, met ons eigen opzet,’ stelde een van de collega’s voor. Piet zweeg. Astrid was op dat moment nog niet aanwezig, maar even later was ze dat wel. Op hoge poten kwam ze op het debiteurenblok aangestevend: ‘De bureaus worden geplaatst zoals ik het in de mail heb vastgelegd,’ sprak ze, bitcherig. ‘Maar het is toch veel praktischer als we het blok indelen op de manier zoals in onze mail aangegeven? Dat vindt Piet ook,’ probeerde Dirk. ‘Dat vindt Piet niet,’ pareerde Astrid. ‘Nee,’ zei Piet, ‘Ik vind dat de bureaus moeten worden opgesteld, zoals in de mail van Astrid.’ ‘En zo gaan we het doen en niet anders. Punt,’ sprak Astrid beslist. Einde oefening. Dirk en zijn twee collega’s slikten, maar lieten het verder rusten. Ze kenden die Astrid en haar fratsen onderhand wel en daar werd je niet vrolijk van.

Wie het laatst lacht, lacht het beste; een tijd later, Astrid had inmiddels het veld moeten ruimen. De nieuwe leidinggevende kwam met een plan. Het was tijd voor een nieuwe indeling van de bureaublokken op de vleugel. Precies het plan zoals van Baele eerder had voorgesteld. Dirk verkneukelde zich, hij keek eens naar Piet. Piet keek hem niet aan, maar de spontane rode vlekken op zijn gezicht spraken boekdelen.

En nu, na al die jaren, daar heb je hem dan weer; Piet Eingels de achterlijke gladiool. De matennaaier. Eingels fietst Dirk voorbij, ook zonder iets te zeggen. Dirk kijkt hem na. Zag hij daar bij Piet niet een vlekje op zijn gezicht?

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

8 reacties

van Gellekom · 17 juni 2020 op 09:49

Ja, zulke mensen heb je op elke kantoor

    G.van Stipdonk · 19 juni 2020 op 23:41

    Van Baele weet er alles van. Er zit nog meer in het vat.

Nummer 22 · 17 juni 2020 op 17:46

‘Hielenlikkers stinken uit hun’ en dat is een groot aantal in kantoor kolossen. Je komt ze tegen tijdens een pauze wandeling met een of meerdere ‘uitverkorene’ om s gezellig te roddelen.

Zie ik Peter Ruft de Vries nu… brrrrr

G.van Stipdonk · 20 juni 2020 op 10:39

Voor de liefhebbers: https://wandawandelt.nl/review-anti-natte-konten-broek/

Geef een antwoord