Ze kende de hel

Voor mijn geestelijke reiniging en ontspanning loop ik geregeld door dit natuurgebied. Het is er stil, je hoort het ruisen van bladeren, het fluiten van de vogels en verder bijna niets.

Aan de rand van dit heidebos ligt een akker waar je soms de tractor van de boer hoort die iets te doen heeft op zijn veld. Het hoort erbij. Verspreid door het bos kom je soms een omgevallen boomstam tegen die ik als bankje gebruik.

Bij een paar bankjes kun je kunstwerken zien die er geplaatst zijn. Mooie en minder mooie, maar de intentie is goed. Soms lees ik er gedichten, een andere keer luister ik naar de stilte. Meestal laat ik denkend de bijna serene rust tot me doordringen. Nadenken over mijn leven en dat van anderen. Hoeveel mensen zijn er die een groot verdriet meedragen, een ziekte die dodelijk zal zijn, het gemis van een kind of nog andere narigheden. Dat heb ik allemaal niet, maar ik probeer dat grote verdriet tot me te laten doordringen. Dan blijkt weer dat ik me gelukkig kan voelen, ik ben vrij en geniet daar intens van.

Ooit hebben we een ‘pleegkind’ in huis genomen, ze was 28 jaar. Op de PAAZ-afdeling kreeg ze niet de voor haar juiste hulp voor haar diepe depressie. Ze werd zieker en zieker. Ze werd mager. Ze werd suïcidaal, het ging steeds verder en sneller bergafwaarts. Niets van wat zij wilde mocht. Alles wat ze niet wilde moest. Het grote moeten waar ze zo’n hekel aan had.

Toen ze bij ons kwam hebben we uren en uren, dagenlang gepraat. In het begin ging het moeizaam, we moesten de woorden uit haar trekken. Langzaam begon ze wat te eten; ze moest. Alweer, maar nu deed ze het. Wandelen en fietsen, praten onder het wandelen. Dat was de therapie die zij nodig had. Van een boer uit de omgeving mocht ze zo vaak ze wilde op de boerderij komen. Tussen de kalfjes liggen en gelikt worden, vuil op haar nieuwe, blauwe overall, het mocht. En ze genoot. De bergtop kwam in zicht, ze werd beter. Ze genas op een gegeven moment en ze vloog zelfstandig uit ons nest.

Na drie jaar kwam het weer terug, er was geen redden meer aan. Ze kende de hel en daar wilde ze niet naar terug. Van iedereen om haar heen moest ze naar een psychiatrische instelling, ze wilde niet. Ze moest. Ze beëindigde haar leven.

Hier zit ik op de boomstam en staar naar het kunstwerk dat voor haar is gemaakt.

Hier ligt ze begraven, in de stilte van de natuur. Tranen lopen over mijn wangen en het doet goed.

Hier heeft ze de rust waar ze zo naar verlangde. Op een stil plekje in de natuur, waar zonnestralen op haar graf zonder steen vallen. Het is mooi zo.

 


Suma

Een oud-docent Gezondheidskunde en Huishoudkunde, Mbo scholen, maar helaas nu in de WAO. Mijn hobby is: schrijven, ik werk aan drie manussen tegelijk. Af en toe een gedicht er tussendoor, heerlijk. Als ik maar op een stoel kan zitten, mijn vingers nog kan gebruiken, blijft mijn hoofd wel werken.

19 reacties

Dees · 2 oktober 2014 op 17:03

Treurig en mooi geschreven.

    Suma · 2 oktober 2014 op 19:55

    Dees, het thema is treurig, maar er gloort ook geluk in door, het prachtige natuurgebied en het nadenken. 🙂 Voor dat ik het vergeet, dank je wel voor je compliment over het mooie schrijven.

      Dees · 3 oktober 2014 op 09:41

      Het een sluit het ander niet uit. Zelfs niet bij de ergste. Helemaal mee eens.

troubadour · 2 oktober 2014 op 18:50

Wat ga ik hier graag in mee, prachtig!

Hella Kuipers · 2 oktober 2014 op 18:54

Echt mooi. Klein juffenzeurtje: probeer elke zin waarin je “je” gebruikt ook in de ik-vorm te schrijven.

    Suma · 2 oktober 2014 op 19:54

    😀 Deze juf reageert. Ik wilde het juist in de derde persoon schrijven, dat schept wat meer afstand. Bovendien, stel dat ik het in de eerste persoon had geschreven, dan zou ik het ongeloofwaardig vinden omdat de ik dan nog leeft.

      Hella Kuipers · 3 oktober 2014 op 13:19

      het ís toch in de ik-vorm geschreven?

        Hella Kuipers · 3 oktober 2014 op 14:07

        voor alle duidelijkheid: ik bedoelde deze zinnen
        “Het is er stil, je hoort het ruisen van bladeren, het fluiten van de vogels en verder bijna niets.
        Aan de rand van dit heidebos ligt een akker waar je soms de tractor van de boer hoort die iets te doen heeft op zijn veld. Het hoort erbij. Verspreid door het bos kom je soms een omgevallen boomstam tegen die ik als bankje gebruik.
        Bij een paar bankjes kun je kunstwerken zien die er geplaatst zijn. Mooie en minder mooie, maar de intentie is goed.”

        Als je daar “je” door “ik” vervangt blijf je nog dichter op de huid van de vertelster.

Ferrara · 2 oktober 2014 op 20:45

Er kwam één woord in me op, volgens mij zegt dat genoeg.
Sereen.

Spencer · 2 oktober 2014 op 22:07

:yes:

pally · 2 oktober 2014 op 22:17

Mooi de sfeer van natuur en gebeurtenissen met elkaar verweven.

arta · 2 oktober 2014 op 22:24

Mooi geschreven, Suma, al ga ik wel mee met Hella’s opmerking!

Mien · 3 oktober 2014 op 07:40

Het grote moeten. Mooi beschreven. Dicht op de huid van natuur en hoofdpersoon gekropen. Maar het kan nog dichter. Het grote mogen. Wat dat betreft eens met Hella Kuipers en arta.

evil-ine · 3 oktober 2014 op 12:49

Een speciale column over een prachtige herinnering! Wat me raakt is jouw kracht in het helpen van het meisje en de waarde van de herinnering die je beschrijft. Er zijn zoveel goede mensen op de wereld :-)) Ze zal dit prachtig hebben gevonden :rose:

Suma · 3 oktober 2014 op 21:31

Dank jullie allemaal voor de lovende woorden. Dat doet mij goed. En Evel-ine, ik weet dat ze het prachtig zou vinden, wij hadden een apart draadje met elkaar. Ze was zo lief, mooi en intelligent. ik voelde op 200 km. afstand dat er iets ergs gebeurde: 15:05 uur. ik werd er helemaal onrustig van. het bleek te kloppen, om die tijd gebeurde het.

    evil-ine · 4 oktober 2014 op 12:34

    😯

    er is veel meer in deze wereld dan wij kunnen zien

      Suma · 4 oktober 2014 op 13:18

      Evel-ine, dat denk ik ook. In gedachten hoor ik haar nog wel eens zeggen: jij bent een héks, jij weet wat ik denk en wil. :brokenheart:

Geef een antwoord