De leegte in mijn keukenkastjes dwingt mij tot het bezoeken van de zaterdagmarkt in het centrum. De meeste mensen kiezen op dat moment voor de stad, om lekker wat rond te tuttelen. Even neuzen hier, nog wat kijken daar. Bah. Ik ben een recht-op-mijn-doel-af-winkelaar en dat lukt dan niet. Om mijn ellende nog wat te vergroten, stáát Marie er op om ook mee te gaan. Al op de hoek van mijn plein kunnen we aansluiten in de kudde en niet lang daarna bereiken we het hoogtepunt van de drukte. Als een volleerde herder sleur ik mijn dochter tussen de winkelschapen door. Schampere opmerkingen worden beloond met mijn venijnige blik. Stroopwafel-en frikandellengeurtjes gaan totaal aan me voorbij. Ik ruik alleen mijn stal.

“Mam, ik wil oorbellen kopen van mijn zakgeld.” Shit, net nu we zo lekker aan het slalommen zijn, krijgt Marie ineens een eigen mening. Zuchtend ren ik op een sieradenwinkel af en stop abrupt voor de deur.
“Ga jij maar naar binnen. Ik rook even een sigaretje.” Vrolijk huppelt ze de winkel in. Ik sluit aan bij de mannen die al voor de winkel geparkeerd staan. Inclusief grote tassen van trendy damesmerken. Watjes.

Overduidelijk staan ze hier gedwongen. Eéntje draagt zelfs de roze glitterhandtas van Vriendin om zijn schouder. Als de betreffende hoogblonde, goedgekapte dame naar buiten klik-klakt, stopt ze geïrriteerd tasje nummer elf in zijn handen. Zonder een woord te wisselen loopt ze voor hem uit en tot mijn stomme verbazing volgt hij direct. Het handtasje doet een belachelijk lentedansje op zijn heup. Loom veegt hij met het manchet van zijn overhemd denkbeeldige zweetdruppels van zijn voorhoofd en kijkt triest. In en intriest.

De overgebleven mannen wisselen een blik van herkenning met elkaar en kijken mij, als vreemde eend, aan.
“Waar is jouw man?” durft er één te vragen.
“Bestaan mannen dan nog?” pareer ik, hem indringend aankijkend. Beschaamd begint hij trottoirtegels te tellen, tot zijn ‘lot uit de loterij’ hem oppikt. Weliswaar met de belofte ‘nog vijf winkels en dan mag je een biertje’, maar toch.

Wanneer Marie met de geweldigste, coolste, vetste oorbellen naar buiten komt -Doe je ze gelijk even bij me in?- krijg ik het tempo niet meer te pakken. Mijn ogen volgen dwangmatig elke man in mijn directe omgeving. Zeven van de tien drentelen achter een vrouwmens met leeuwentem-ogen aan, met een blik alsof ze onderweg zijn naar de slachtbank. Af en toe laten ze een droevige blik vallen op de overvolle terrasjes, waar sexegenoten, die het weekendgebeuren al overleefd hebben, trots de overwinning vieren. Met hun biertje als trofee voor zich op tafel, rangschikken ze de roze, rode en witte tasjes op kleur.

Bij de groentekraam aangekomen val ik midden in een gesprek tussen de marktkoopman en een Marokkaans meisje. “Jullie lopen toch altijd een meter achter de man?” vang ik nog net verbijsterd op. Het meisje kijkt even naar de hand van haar vriendje, die de hare omsluit, en begint te lachen.
“Mijnheer, dat is zó ouderwets. Wij lopen ook gewoon hand in hand, hoor.” Onmerkbaar vangt ze mijn gedachten op en kijkt rond alsof het de eerste keer is dat ze een marktplein ziet. Ze vangt mijn blik. Een brede glimlach. Ik voel haar weerwoord, absorbeer haar medemedelijden en lach terug naar haar, terwijl ze zwijgend de groenten aanpakt. Wanneer haar vriend het tasje over wil nemen geeft ze mij een knipoog.
“Laat maar, ik draag ze zelf wel.”

Categorieën: Algemeen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

12 reacties

SIMBA · 2 april 2010 op 07:58

😆 Toevallig gisterenavond mét man naar de koopavond geweest, het probleem is dat wij dan nauwelijks een winkel zien zo zijn wij ons aan het vergapen aan de mensen die er lopen. (nou waren we wel in Tilburg…. 😀 )

Anne · 2 april 2010 op 09:26

Heerlijk verhaal Arta. Echt heel mooi.

Chucky · 2 april 2010 op 10:50

Waar niet iedere vrouw een koopverslaafde lellebel is, is niet iedere man een mak lammetje 😉
Wel leuk en met humor beschreven.

Avalanche · 2 april 2010 op 11:38

Grappig stukje, Arta.

Prlwytskovsky · 2 april 2010 op 12:57

[quote]“Laat maar, ik draag ze zelf wel.”[/quote]

Zat zeker niks in?? 😆

Schitterend weergegeven. Vooral die regel waarin je een oordeel velt over wachtende mannen: ‘Watjes’! Zo lekker venijnig hè, ik mag dat wel.

lisa-marie · 2 april 2010 op 14:42

Die van dat roze handtasje en die andere “mannen” had ik graag willen zien 😆 😆
Zelf bepak ik ook altijd mijn eigen ezel 😉

Dees · 2 april 2010 op 14:45

Heel mooi en goed geschreven. Lijkt makkelijk, maar is talent. Ik zie je staan. En het Marokkaanse meisje aan het einde ook. Mooi!

Oh en deze moet nog even gequote, voor de 😀

[quote]“Mam, ik wil oorbellen kopen van mijn zakgeld.” Shit, net nu we zo lekker aan het slalommen zijn, krijgt Marie ineens een eigen mening.[/quote]

pally · 2 april 2010 op 20:07

Leuk en goed beschreven, arta! Die domme meewinkelmannen en tasjeskoopdames.

Het 2 maal ‘vangen’ in de laatste alinea herhaald met een bedoeling?

groetjes, Pally

Fem · 3 april 2010 op 09:06

De laatste tijd doe ik voornamelijk aan window-shoppen. Daardoor blijven mijn tasjes leeg. Ik heb nog niemand gevonden die mijn hoofd, gevuld met aankoopplannen en fantasieën voor me dragen wil 😉

arta · 3 april 2010 op 17:30

Heel erg bedankt voor de reacties op mijn ‘shopfrustraties’.

@ Chucky: Iets of wat had ik al genuanceerd door 7 van de 10 te gebruiken, maar ik begrijp wat je bedoelt.
@ Anne en Dees: :oeps:
@ Pally: Jeetje, kijk ik het 100 keer na en dan valt nog mijn oog niet op die dubbele vangst 😀

LouisP · 3 april 2010 op 19:06

Arta,

mooi..inderdaad..de quoot van Dees is erg leuk..

L.

pepe · 8 april 2010 op 19:25

Heerlijk weer even jouw woorden te lezen, ik geloof ik dat heel lang heb gemist.

Hij is ook weer heel gewoon bijzonder, jouw kijk op dit weekend gebeuren. Ik geloof ik voortaan maar ook een tasjesdrager meeneem de stad in 😆

Geef een antwoord