Het zakhorloge – 12 (slot)

‘Waarom kijkt zij zo boos?’ vraagt Piet zachtjes aan Gnomon. ‘Ik ben nu toch niet meer in overtreding nu ik in Tempus ben? En nu ik de tijd gesynchroniseerd heb?’
Gnomon haalt zijn schouders op. ‘Vraag het haar. Dat we uit hetzelfde geslacht komen, betekent niet dat ik weet wat ze denkt.’
Hij recht zijn schouders en vol zelfvertrouwen loopt Piet naar de wegversperring.
‘Zal ik mij even voorstellen, mevrouw, ik ben Piet Krekel. In Tempus noemen ze me ook wel Piet Grillo, een nazaat van de grote Piet Grillo.’ Hij steekt zijn hand uit en vraagt: ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘Je hoeft je niet voor te stellen, Piet, en je hoeft je zeker niet met zoveel bombast voor te stellen.’ Ze negeert zijn uitgestoken hand en richt zich tot Gnomon en Ernest. ‘Hebben jullie hem begeleid bij dit avontuur?’
De dwergachtige deinst terug onder haar vorsende blik en knikt enkel. Gnomon doet een stap naar voren en zegt: ‘Begeleid, begeleid, begeleid … Zodra de elfenstroom zijn werk had gedaan, was ik er feitelijk niet meer bij betrokken. Mijn inbreng in deze vertoning was slechts gering.’
‘Nou, ik ben blij dat jullie het er levend vanaf hebben gebracht en dat de tijd weer gesynchroniseerd is. Toen ik het zakhorloge invorderde, was ik een jonge, slanke elf. Nu zijn mijn beste jaren voorbij.’ Ze zucht. ‘We hebben dan misschien het eeuwige leven, maar als de tijd in de war is, is onze tijd dat helaas ook.’
‘Het spijt me, mevrouw,’ zegt Piet bedeesd.
‘Voor spijt kopen we niets, Piet Krekel! En veel spijt lijk je trouwens niet te hebben.’ Ze bekijkt hem van top tot teen en vervolgt dan: ‘Je kijkt alsof je een talentenshow hebt gewonnen en je gedraagt je alsof jij persoonlijk de redder van Tempus bent.’
‘Maar mevrouw,’ probeert Piet.
‘Nee, geen gemaar. Alle ellende is jouw schuld en jij hebt de draak zeker niet verslagen.’
‘Maar mevrouw, Sulfus Silfidus…’
‘Sulfus Silfidus heeft zichzelf verslagen, daar heb jij als nietig klein en kalend mannetje nauwelijks inbreng in gehad.’ Ze loopt rood aan en Piet deinst terug. ‘En hij was blijkbaar ook niet de laatste draak. Sinds dit hele avontuur uitgezonden is, hebben zich al meerdere draken gemeld, die nu allemaal in het centrum van de aandacht willen staan. En die nu dus Sulfus Silfidus’ plek opeisen.’
‘Maar dat is toch zeker niet mijn schuld?’ briest Piet, die inmiddels behoorlijk geïrriteerd is geraakt.
‘Als jij met je hebberige poten van dat zakhorloge was afgebleven, dan had ik het niet hoeven invorderen en dan hadden we hier nog eeuwen in een tijdsvacuüm kunnen blijven leven.’ Ze haalt een paar keer diep adem voor ze rustiger verder gaat. ‘Dus geef dat verdraaide ding nu maar snel aan mij. Dan kunnen we daarmee het avontuur afsluiten.’
Piet aarzelt en kijkt vragend naar Gnomon en Ernest. ‘Moet ik dat niet eerst aan Isabella vragen?’
Als reactie halen zij alleen hun schouders op.
‘Nee,’ zegt elfenmevrouw Rows, ‘Isabella heeft hier niets over te zeggen. Dit valt volledig onder de verantwoording van het Toezichtcomité op de uitvoering van Magische Wetgeving.’ Ze steekt haar hand uit. ‘Het is zelfs zo, dat als jij nu weigert dat ding af te staan, ik verplicht ben je in de boeien te slaan en af te voeren naar de eeuwige donkerte.’
Piet hoort achter zich hoe Ernest naar lucht hapt. ‘Niet de eeuwige donkerte.’
‘Piet, laat je daarheen niet afvoeren,’ gilt Gnomon. ‘Als je daar eenmaal bent, zul je nooit meer het licht zien.’
‘Dat lijkt me logisch,’ sist J.K. Rows, ‘anders had het niet de eeuwige donkerte geheten.’ Ze beweegt haar geheven hand gebiedend voor Piets gezicht. ‘Komt er nog wat van?’
Piet pakt het zakhorloge uit zijn broekzak en streelt er zachtjes over. ‘Dag, onding,’ zegt hij liefdevol. ‘Je hebt me veel last bezorgd en vele jaren ouder gemaakt, maar zonder jou had ik dit avontuur niet beleefd.’
Hij legt het in de hand van de elf en draait zich resoluut om. Dan verstijft hij en kijkt Gnomon angstig aan. Hij buigt zijn hoofd naar het oor van de elf en fluistert: ‘Het tegenhorloge, daar vraagt ze niet naar. Moet ik dat ook inleveren? Weet ze dat ik het heb?’
‘Het Toezichtcomité weet alles,’ fluistert de elf terug.
‘Dat is geen antwoord,’ fluistert Piet iets harder.
‘Wat fluisteren jullie toch,’ probeert Ernest met zijn lage bromstem te fluisteren.
‘Niets,’ fluisteren Piet en Gnomon tegelijk.
‘En nou is het afgelopen met dat gefluister,’ zegt J.K. Rows standvastig. ‘Het zakhorloge is ingeleverd, het avontuur is voorbij en het is tijd om terug te gaan naar je flatje en je saaie leventje als horlogemaker.’
Zonder dat Piet de gelegenheid krijgt om afscheid te nemen, wordt hij in een elfenstroom gezogen en belandt hij op de keukenvloer van zijn eigen appartement.

Een paar dagen later zit Piet bij het graf van zijn grootvader, de grote Piet Grillo. Een eenvoudig houten kruis duidt de plek waar de voormalige tijdmeester zijn eeuwige rustplek heeft gevonden.
‘Ik hoop niet dat ze u weggevoerd hebben naar de eeuwige donkerte,’ zegt hij, terwijl hij wat zand wegveegt. ‘Ik heb er een zooitje van gemaakt en daardoor …’
Zonder dat hij er iets aan kan doen, vallen zijn tranen op het hout.
‘Pas na u dood bent, besef ik hoe groot en bijzonder u was. Ik hoop dat u weet hoeveel respect en bewondering de bewoners in Tempus voor u hadden.’ Hij zwijgt en denkt aan de wezens die hij ontmoet heeft en die hem gedurende al zijn angsten hebben bijgestaan.
‘Ook al bent u nu dood, ik denk dat u nog steeds geschikter bent als tijdmeester, dan dat ik dat ooit zal zijn. Laat mij maar gewoon een eenvoudig horlogemaker blijven.’
Uit zijn linker borstzak pakt hij het tegenhorloge. De wijzer tikt rustig in hetzelfde tempo als zijn hart. Hij hurkt en veegt wat grond opzij tussen de violen die iemand heeft geplant. Hij legt het lapje op de vrijgekomen plek en kijkt toe hoe de wijzer steeds langzamer klopt, tot hij helemaal stilstaat. Snel veegt hij de grond weer terug en bedekt het stille stukje stof.
‘Dag, grote Piet Grillo,’ zegt hij zachtjes. Dan staat hij op en loopt weg.

22 gedachten over “Het zakhorloge – 12 (slot)

  1. Mooie epiloog Lianne en een prachtig einde. Ben benieuwd of nog ooit iemand het tegenhorloge opduikelt.
    Leuk om aan dit fantasyverhaal mee te mogen doen. Dank voor dit leuke initiatief.

  2. Wat prachtig afgesloten, Lianne! Helemaal kloppend en met een kleine opening voor een vervolg… 😉

    Dit is toch echt een geweldig kort verhaal geworden, misschien kan één van ons het hele verhaal samenvoegen en misschien iets stroomlijnen, en in zijn geheel plaatsen hier? Of is dat te lang?

    • Wat een goed plan, Esther. Dat stroomlijnen zal dan voor de werkwoorden wel echt nodig zijn. We hebben niet consequent dezelfde tijd gebruikt. Ik raakte er helemaal van in de war, als ik even wat dingen terug las, terwijl ik zelf midden in het schrijfproces zat.

  3. Echt helemaal geweldig. De rust terug genomen, alle eindjes aan elkaar en er zit zelfs wat geloofwaardige melancholie nu in het verhaal. Zeer knap afgemaakt. Chapeau!

  4. Dank jullie voor de positieve woorden.
    Ik moet wel zeggen dat ik nog even heb geworsteld met de relaties. Hoe zat het nou met de grootvader en betovergrootvader? Ik kreeg er niet echt een vinger achter.

    Ik vond het echt heel erg leuk om te schrijven. Wat mij betreft gaan we hierna weer een ander vervolgverhaal doen. 😉

  5. Go ahead Es en Lianne.
    Klinkt bijna als een voetbalclub … eh … elfenclub.
    Ben altijd in voor nieuwe verhalen. Groot, overgroot of bedovergroot. In verleden, heden en toekomst.
    👍 👍 👍

Geef een reactie