I Truffatori-5

Angelo kijkt gebiologeerd naar de hand die voor hem op het werkblad ligt. Hij is volledig gefixeerd en maakt niet de minste beweging. De arm die er aan vastzit, daarentegen, trilt. Het is een bizar gezicht, de stille hand aan de trillende arm. Het zachte kermen van de eigenaar dringt niet tot Angelo door. Daarover mag Luigi zich ontfermen.
Het scherpe mes in Angelo’s hand weerkaatst het felle licht van de tl-bakken. Normaalgesproken wordt het gebruikt voor het ontvellen van de tomaten in zijn pizzeria. Nu gaat hij het gebruiken voor het ontvellen van een wijsvinger. Het is de eerste echte actie sinds ze bij de steengroeve met de wapens geoefend hadden. Hij denkt er met tegenzin aan terug. Het was al snel duidelijk dat Angelo daar niet voor in de wieg was gelegd.

‘Schiet eens op,’ sist Luigi, ‘ik kan hem geen uren stilhouden.’
Angelo kijkt verstoord op. Het mes raakt de hand bijna en begint nu onbedaarlijk te beven.
‘Ben je nerveus,’ fluistert Matteo zacht in zijn oor.
‘Shit,’ mompelt Angelo. Hij trekt het mes terug en probeert zijn hand weer onder controle te krijgen. ‘Waarom zou ik nerveus zijn?’ vraagt hij daarna op luide toon. ‘Ga jij eens gauw je eigen taak uitvoeren, snotneus. Je hebt hier niets te zoeken.’ Zijn hele leven heeft Angelo neergekeken op Matteo, die immers vier jaar jonger is. Hij zal zich nu door dat rotjoch niet op stang laten jagen.
Voetstappen verwijderen zich. Heel even kijkt Angelo Luigi aan. Die knikt, zijn ogen tonen geen spoor meer van haast, hij heeft alles weer volledig onder controle.
Rustig beweegt Angelo het mes naar de wijsvinger en maakt een klein sneetje, net boven de tweede knokkel. De tweede snee is van de eerste naar de tweede knokkel en maakt op de smalle vinger een rode hoofdletter T. Het zachte gekerm wordt luider.
‘Nee,’ snikt de jongeman. Hij kan niet ouder zijn dan zestien en is inmiddels al zijn stoerheid kwijt.
Angelo kijkt nogmaals op naar Luigi. Die knikt weer en Angelo buigt zich vol concentratie over de hand. Hij zet de punt van het mes onder de huid in een hoek van de T en trekt voorzichtig richting het topje. De huid laat nauwelijks los. Dit is duidelijk geen geblancheerde tomaat. Het bloed druppelt uit de gefixeerde hand, elke keer als hij een beweging met het mes maakt. Angelo probeert er niet naar te kijken, maar wordt afgeleid door de trage druppels. Ze hebben een plasje gevormd tussen de vingers en elke nieuwe druppel wordt voorzichtig opgenomen. Het herinnert hem aan die keer dat zijn zoon, zonder het te vragen, de scooter ’s nachts in de keuken had gestald en er ’s ochtends een plasje olie onder lag, net zo glanzend en drillend.

‘Zo,’ klinkt ineens de stem van Davide, ‘Denk je dat je er aan toe bent iets zinvols te zeggen?’
De jongen zegt niets, zijn ogen zijn rood en vochtig, hij slaagt er net in om niet te huilen. Angelo maakt een venijnige beweging met het mes, waarop een stuk huid loslaat. De jongen gilt het uit en laat eindelijk de tranen lopen. Angelo glimlacht: missie volbracht.

Het kost Davide daarna geen moeite meer om informatie te krijgen, maar blij wordt hij er niet van. Het is duidelijk dat zijn belangrijkste concurrent zijn zinnen gezet heeft op zíjn territorium. Massimo neemt er niet langer genoegen mee dat Davide de zaken in Savoca regelt. En nu moet een stel van die blagen zorgen dat het oorlog wordt.
Davide neemt de tijd om naar het jammerende exemplaar te kijken dat ineengedoken in de hoek van de ruimte ligt. Met zijn gezonde hand houdt hij zijn gehavende hand vast. Daarna zucht hij.
‘Luigi, reken jij af met die andere hand van hem? En zet hem daarna het dorp uit. Nee, je hoeft hem niet thuis te brengen, hij loopt die laatste 15 kilometer maar naar huis, met zijn voeten is immers niets mis.’
Davide keert zich om en gaat naar de uitgang van de slachterij, waar Matteo wacht en de deur gedienstig voor hem opent.
‘Help je even?’ richt Luigi zich tot Angelo. ‘Hij hoeft niet helemaal stil te liggen, ongeveer stil is goed genoeg.’
Veel drukte maken ze er niet om. Ze laten de jongen liggen waar hij ligt en wurmen enkel zijn hand los. Zodra deze plat op de grond ligt, met de nagels naar boven, verspilt de bakker geen tijd maar slaat vol met zijn krachtige vuist midden op de middenhandsbeentjes. Het kraakt harder dan Angelo verwacht had en hij kan een siddering niet onderdrukken.
‘Om te onthouden,’ mompelt hij zachtjes. ‘Nooit een vuistgevecht beginnen met Luigi.’
Daarna nemen ze de jongen gezamenlijk onder de arm en gooien hem achter in de bestelwagen. Als ze voorin instappen, kijken de twee mannen elkaar tevreden aan.
‘Alleen nog dit gajes wegbrengen, daarna hebben we wel een whisky verdiend bij Gaya.’

12 gedachten over “I Truffatori-5

  1. Een kruising tussen Twin Peaks, Kill Bill en Pulp Fiction. Over the top. En daardoor sterk. Italiaanser kan haast niet. Dat wordt een zware kluif. Gelukkig heb ik een maand de tijd. 😂

  2. Wat weer een mooie complimenten. Het was zo leuk om dit te schrijven en de zwarte kant van mezelf weer even de fantasie te laten voeden. Al vrijwel meteen wist ik dat er dit keer bloed moest vloeien, de rest volgt dan vanzelf. 🙂

Geef een reactie