Jong, blond en blauwe ogen (deel 6)

Nog een uur, een heel uur. Tergend langzaam tikken de seconden voorbij. Over een uur gaat het gebeuren. Dat wat ik zo graag had willen voorkomen. Over een uur zal er een ambulance voorrijden, met politieondersteuning. Over een uur wordt mijn zoon met grof geweld uit zijn vertrouwde woonomgeving weggerukt. En hij wil het niet. Hij zal zich met hand en tand verzetten. Nog een uur.

Dit is wat Herr Obersturmbannführer heeft gewild. Dit is zoals het hoort. Geen ouders die zelf hun kind komen parkeren, nee, het moet volgens het protocol. ‘Heil GGZ !’
Maar ik kon niet anders, ik had geen keus. De situatie thuis was onhoudbaar geworden. Mijn werkgever begon ook zijn geduld te verliezen, na weken van inactiviteit. En dan Zoetermeer? Enige andere optie: ergens in the middle of nowhere; de desolate veenderijen van Groningen.

Een roffelend geluid zwelt aan vanaf de zolderverdieping tot aan de hal. De kamerdeur zwaait open. Wouter overvalt me met een enthousiast ‘En wat zullen we gaan doen vandaag?’ De schroevendraaier waarmee ik oude computers probeer te combineren tot een werkende, om de passieve weken door te komen, valt van schrik uit mijn handen.
‘Ik heb er nog niet over nagedacht’, lieg ik. Ik kijk hem niet aan.

Hij loopt druk gebarend, maar zonder iets te zeggen, heen en weer tussen voorzijde en achterzijde van de woonkamer. Dan weer naar de achterdeur om tenslotte een spurt te trekken naar de voordeur om die met een ruk open te gooien.
Oh God, denk ik, laat ze nog even wegblijven.
De klok tikt.
Ik loop naar de voordeur en zie nog net dat hij een praatje begint tegen de buurman. Hij moet nu naar binnen, bedenk ik koortsachtig. Vanuit een ooghoek zie ik een politiewagen parkeren, bijna uit het zicht.

Het is alsof hij het ruikt. Hij stuift naar binnen, naar boven. Terwijl de verwachte ambulance de oprit op rijdt komen twee stevige agenten op mij af gelopen. ‘Waar is tie?’
‘Zolder’, antwoord ik, ‘maar de trapleuning……..’ Ze horen het al niet meer. Vanuit de trapopgang hoor ik een gestommel en gevloek. ‘….zit los’, maak ik mijn zin af.
Ik sluit me volledig af, totdat ze met Wouter in een stevige houdgreep naar buiten komen. De ambulancebroeders komen assisteren zodra hij zich hevig verzet en met zijn vieren weten ze hem de ambulance in te werken. Wat hij uitschreeuwt verdring ik onmiddellijk.

Maar dan. Aan de overkant van de straat zie ik een fotocamera. Wat???
Ik stuif de oprit af, vlieg zonder te kijken de drukke doorgaande straat over en grijp wat ik grijpen kan. Vanachter de camera verschijnt een onschuldig jongensgezicht. Van Wouter’s leeftijd. Die gast ken ik, godverdomme! De kleinzoon van mijn buurman. Ze hebben vaak met elkaar rondgehangen.
‘Ik werk voor 112Bollenstreek’, zegt hij bedremmeld. ‘Er was een melding’.

Kokend van woede zie ik de ambulance om de straathoek verdwijnen.

6 gedachten over “Jong, blond en blauwe ogen (deel 6)

  1. Het bestuur van het AV verklaart unaniem dat het leveren van beelden voor een regionaal streek bollen blad niet conform de Wet bescherming Persoonsgegevens (Autoriteit Persoonsgegevens)is. Wij denken om A.M. (ex.Eva J.)mogelijk juridisch advies te vragen.
    Maar het bovenstaande terzijde.

  2. Dank voor de reacties.
    Ik kan hier met gemak (d.w.z. na een hele hoge drempel) een boek mee vullen, dit is nog maar het begin.
    Ik weet alleen niet of dit daarvoor het juiste podium is.
    Graag zou ik dan ook feedback krijgen op stijl en grammatica. Maatschappij-gerelateerde reacties zijn uiteraard ook van harte welkom.

Geef een reactie