Poseidon

Op een stormachtige dag zag hij dat het goed was. Gezeten op een rots hief hij zijn drietand richting de hemel, en riep: ‘Woelige wateren, verhef U, maak huizenhoge golven die zeelui tot het uiterste tergen.’

De zee kolkte en schuimde. Met moeite bleef hij zitten, zijn gespierde lijf tot het uiterste gespannen. De jonge God had gewacht op dit moment. Vol verlangen had hij gefantaseerd over huizenhoge golven, die over elkaar tuimelden, en zich in razend tempo op rotsen storten. Opspattende schuimvlokken sierden de tunnels van water als een rand van kant, net als de jurken van de welgestelde dames, die hun passie de vrije loop lieten. De rokken hoog opgetrokken, lange benen hoog geheven, hun brandende blik priemde zich in die van de mannen – starend; ten dode opgeschreven.

Een huizenhoge golf naderde en hij stond op. Het was een machtig gezicht – zijn sterke voeten hielden grip op de spekgladde rotspartij, de gespierde kuiten, de dijen waar de kabels van onderliggend spierweefsel door het zeewater glansden. Hij was één en al kracht. Met een kreet die het kabaal van de woeste zee overstemde dook hij in de passerende watermassa.

Het was niet voor het eerst dat hij een storm ontketende. Eerdere stormen hadden hem veel geleerd. Dat hij machtig was, en sterk. Dat hij met zijn drietand de golven kon laten stijgen, zelfs overstromingen kon veroorzaken, schepen kon laten vergaan. Nu wilde hij een eiland creëren. Een eiland waarop hij kon rusten. Zijn eigen plek. Onder de invloed vandaan van zijn medegoden.

Als een vis bewoog hij door de watermassa, zijn drietand voor zich uit. Hij dook steeds dieper, en dieper en tastte naar de bodem. De zee was zo wild dat het water troebel was, als een boerensloot. Zand, kleine schelpen, algen wervelden als een derwisj in het rond, schrijnden zijn huid; hij voelde het niet.
De weerstand van zijn drietand beloofde vaste bodem.

Het moment was daar. Hij stootte driemaal in dat wat hij voor de onderste regionen van de diepte hield, en steeg op. Recht omhoog. Het leek of de koele huid van zeedieren langs zijn huid streken in zijn tocht naar boven. Het aardedonker van het troebele water belemmerde zijn zicht. Toen hij boven kwam, bleek het water bedaard. De golven braken nog steeds schuimend op de rotspartij waar hij vanaf was gedoken, maar minder pompeus.

Met sterke slagen schoot hij door het water, en beklom de rots die hij verlaten had. Nu was het wachten tot het eiland rees. Vanuit de zee zou een nieuw stuk land het water verdringen. Een nieuw eiland. Voor hem alleen: God Poseidon.

9 gedachten over “Poseidon

  1. Posei don van alle mytholgische figuren en Icarus stortte neer omdat hij tijdens zijn eigen wilde vlucht naar boven even vergat dat was totaal iets anders was dan spieren als kabels en vleugels geen 3tand (x2) zijn Oh oh waar zijt gij om mij te helpen? Poseidonnerwetter. Maar Poseidon verstond geen Germaans. Poseidon stond op zijn nieuw verrezen land. Rhodos of Kreta? Nee… Utopia!, en danste de Sirtaki. In de zee een schip met gezang van Nymphonia het orkest der vrouwen. In de nevelen van het water kronkelen tentakels omhoog van gedrochten uit de diepte verlangend naar de schonheid als fruit de la mer!, maar dit terzijde.

    Esther Suzanna..je hebt mij weer bekoort met jouw verhaal. Zeus is jaloers en Wodan woest.

Geef een reactie