Zonder titel VI

Ik begrijp niet waarom Mick zo nodig weg moest, het huis is groot genoeg voor ons allebei. Ik heb het laten opknappen en we hoeven elkaar toch niet in de weg te lopen? Het zou zo fijn voor hem zijn als er elke dag iemand voor hem kookt en er gewoon is als hij thuiskomt. Wie wil dat nou niet?
Het stoplicht op de Beekselaan staat op oranje, ik trap vol op het gaspedaalgas maar rij net door rood. Kut, kut, kut! Het licht flitst, de maximale snelheid is vijftig. Ik draai het raampje omlaag van mijn VW en steek een peuk op. Godsamme. De radio moet aan. Hard. Geen Sky Radio dit keer, draaiend aan de knop zoek ik naar iets dat dreunt en de maden in mijn maag in slaap sust.

Het helpt, want gek genoeg parkeer ik bij aankomst kalmpjes de auto. Niet voor het huis maar aan de achterkant van het rijtje woningen, daar is een kleine parkeerplaats. Ik moet twee, drie keer steken om achteruit in te parkeren. Ik kan mijn VW ook gewoon in het parkeervak rijden, met de neus naar de heg, maar instinctief weet ik dat dit beter is. Motor af, lichten uit. Ik blijf even zitten en denk heel even na over wat ik van plan ben. Waarom ik hier ben. Er knippert een lichtje op mijn telefoon, berichtje van Jerry. Hij gloeit nog na, lees ik. Ik zet mijn mobiel op stil en stop hem in mijn broekzak. Er loopt een wandelaar langs met een hondje op korte pootjes, het is geen rashond, dat kan niet. Hij heeft een raar kort staartje en een lang lijf dat niet past bij zijn kop. Ik blijf nog even zitten en stap pas uit als het dier vier auto’s verderop zijn poot heeft opgetild tegen een achterwiel en dan doorloopt met zijn eigenaar.

Via de steeg tussen twee woningen loop ik naar de voorkant van de straat. Het is waterkoud en de capuchon van mijn sweater biedt niet alleen anonimiteit maar ook comfort.
Alles is donker. Mick heeft geen lichten laten branden in zijn huis. Ik steek de sleutel in het slot van de voordeur maar hij heeft de pinsloten erop gedaan. Ik kijk naar de deur en bijt op mijn onderlip, houdt het hier op? Ik besluit langs de heg naar de achtertuin te lopen en zie dat zijn slaapkamerraam op een kiertje staat. Oh Mick, toch. Via de schutting is het een kleine stap naar het balkon en binnen een paar seconden sta ik in zijn slaapkamer. Bijna struikel ik over iets en ik hoor een doffe tik. Dozen, ook hier staat het vol, net als beneden. Ik pak mijn mobiel uit mijn zak en gebruik het licht van het scherm om een beetje te kunnen zien. In de kamer staat alleen een bed. Het is aan twee kanten beslapen. Ik negeer de vragen die door mijn hoofd razen en loop met het kleine lichtje in mijn hand naar de trap die naar beneden gaat. Eenmaal in de woonkamer merk ik dat mijn hartslag ongewoon rustig is, net als mijn ademhaling. Die zouden moeten gieren, allebei. Ik zou stijf moeten staan van de adrenaline maar er gebeurt niets. Lexi komt kwispelend en gapend van de bank af.

8 gedachten over “Zonder titel VI

Geef een reactie