Een maand eerder.
‘Kijk Meneer Trawant, in dit schema zit u ongeveer hier’.
Mijn jonge blonde praktijk verpleegkundige is niet ouder dan 25 en wijst met een prachtig ontworpen wijsvinger naar een grafiekje en een getal. ‘Dit is uw BMI, uw Body Mass Index waarde.’ Ze spreekt Engels met een betoverend, licht bekakt accent en rekt het Máss een tikje uit. De woorden wentelen door de spreekkamer.
Ik concentreer me op de afbeelding en zie dat ik op een schaal van groen, via geel naar rood de gele sector al voor een groot gedeelte achter me heb gelaten. Ik dreig in de gevarenzone terecht te komen.
Al die gezelligheid drijft me onontkoombaar naar een roemloos einde als jeugdige maar helaas volvette senior. Als ik zo doorga zullen mijn vitale onderdelen er op een dag plotseling de brui aan geven.
Daar moeten we iets aan doen, zegt ze vastberaden terwijl ze een lange lok uit haar gezicht strijkt.
‘We’, denk ik met een wezenloze glimlach. We gaan er wat aan doen, gelukkig.
Even daarvoor heb ik met kleren aan en mijn adem in op haar weegschaal gestaan die structureel 2 kilo meer aangeeft dan het exemplaar in onze badkamer.
Bovendien blijkt zij niet bereid voor schoeisel en kleding meer dan één kilo af te trekken, terwijl ik daar thuis veel ruimhartiger in ben.
Zij besluit mijn poging tot discussie met de woorden: ‘Het blijft teveel’. En nu zitten we aan haar bureau om maatregelen te bedenken.
De sausjes moeten eraf, de roomboter moet eruit, louter olijfolie wordt het devies. Geen transgene vetten, snacken en zout is taboe, hooguit twee glaasjes per dag, bewegen, regelmaat, discipline en doorzetten.
Het is ontmoedigende taal die over het beukenhouten bureau op me afzweeft.
‘Zwemmen, is dat iets voor u’, suggereert ze met een wijde lichtblauwe blik.
Zwémmen; mijn laatste poging tot een sportief begin van de dag in het water smoorde destijds in te kleine badhokjes, ijzeren kledinghaken uit een SM kelder met onduidelijke uitsteeksels waar mijn onderbroek en sokken vanaf gleden om als dode cavia’s in stilstaande plasjes op de vloer te blijven liggen. Het polsbandje met het sleuteltje voor de kledingkast, dat ik meermalen van de bodem op moest vissen, ijskoude douches en een hardnekkige voetschimmel.
Daarbij kon ik niet zo vroeg bij de zweminrichting arriveren of er lagen al dikke vriendinnen met degelijke badpakken in het water, die per twee evenveel ruimte innamen als een heel waterpoloteam en luid keuvelend maar niet te passeren voor me uit bleven drijven. Neem daarbij de slokken chloorwater die ik in het voorbijgaan ongewild tot me nam en de fantasie over wie er voor me stiekem in het water had gewaterd.
Dat alles ramde de zwemdrift er definitief uit. Bovendien werd ik op mijn eenzame tocht, ondanks mijn snelle Speedo zwembrilletje, per baan wel drie keer gepasseerd door een strakke borstcrawlgorilla die boeggolven van een halve meter hoog achter zich opwierp.
‘Ja, zwemmen misschien is dat wel wat’, mompel ik gedienstig.
‘Nou meneer Trawant, dan gaan we er tegenaan. Over twee maanden terug.’
Vervuld van hele en halve voornemens stap ik naar buiten.
Het is gaan motregenen.

Categorieën: Algemeen

10 reacties

Kwiezel · 15 februari 2011 op 07:51

Trawant!

Ik schat zo in dat die badhokjes er alleen maar kleiner op worden, gezien je huidige BMI 🙂

Maar als je net zo makkelijk afvalt als dat je er over schrijft heb ik er alle vertrouwen in. Wederom leuk gedaan! Zet ‘m op!

SIMBA · 15 februari 2011 op 08:40

Het leven is lijden……:-D

@Kwiezel: 😆

lisa-marie · 15 februari 2011 op 08:44

jaaaa lekker zwemmen 😆

sylvia1 · 15 februari 2011 op 09:20

[quote] Neem daarbij de slokken chloorwater die ik in het voorbijgaan ongewild tot me nam en de fantasie over wie er voor me stiekem in het water had gewaterd.[/quote]
Zwemmen zal vanaf nu nooit meer hetzelfde zijn. En ik hád nog niet eens een hekel aan zwemmen… En bedankt Trawant 😉

LouisP · 15 februari 2011 op 17:56

D’r staan veel leuke zinnen in. En mooie, en slimme..en tja zulke als bijgevoegd

“Bovendien blijkt zij niet bereid voor schoeisel en kleding meer dan één kilo af te trekken, terwijl ik daar thuis veel ruimhartiger in ben.”

mooi stuk Trawant!

Mien · 15 februari 2011 op 18:18

[quote]Zwémmen; mijn laatste poging tot een sportief begin van de dag in het water smoorde destijds in te kleine badhokjes, ijzeren kledinghaken uit een SM kelder met onduidelijke uitsteeksels waar mijn onderbroek en sokken vanaf gleden om als dode cavia’s in stilstaande plasjes op de vloer te blijven liggen. Het polsbandje met het sleuteltje voor de kledingkast, dat ik meermalen van de bodem op moest vissen, ijskoude douches en een hardnekkige voetschimmel.[/quote]

Net zoals jij niet in het zwemhokje past, past deze quaote helaas niet in een oneliner … :hammer:

Leuke column!!!

Mien Badmuts

arta · 15 februari 2011 op 18:54

Dit is een pláátje, Trawant!
🙂

Dees · 15 februari 2011 op 20:51

Hahaha en dan die heerlijke laatste zin…

phoebe · 16 februari 2011 op 13:43

Ik kijk watertandend uit naar deel 3 😉

Harrie · 16 februari 2011 op 23:41

Motregenen, dat vind ik zo’n geweldig woord. Het is eigenlijk hele droge regen. Een beetje stoffige regen. Dat komt door alle vleugeltjes die tegen elkaar aan slaan. Ik zie hun beentjes al spartelen. Mottig.

Geef een antwoord