De geur was de geur van vroeger. De dagen na kerst. Drie Koningen. De dagen dat we de huizen langs gingen op zoek naar te verbranden kerstbomen. Het was die geur vermengd met de onvermijdelijke regen of sneeuw. De geur van brandstichter en bluswater. We keken naar het uitgestrekte stuk natuur voor ons. De bosbranden hadden gezorgd voor meer uitzicht dan ooit. De ophef over de vermeende pyromaan die hier had huis gehouden werd door ons ter plekke gerelativeerd. Het was een mooi uitzicht. Een vergezicht. We waren het er over eens. Een bos heeft open plekken nodig om bos te kunnen zijn. Ahum. Overtuigd van onszelf filosofeerden wij voort. Over iets van bestaansrecht bij de gratie van de tegenstelling. Ik dankzij de ander. De ander dankzij mij. Over eenzaamheid die niet bestaat zonder de aanwezigheid van velen. Doen omdat we kunnen laten. Liefde omdat we kunnen haten. Dat laatste was vanwege de rijm. We kijken elkaar aan en glimlachen. Aan zulke grote woorden moeten wij ons niet wagen zeggen wij zwijgend. Haat en liefde. Dat is niet des ons. Niet vandaag. Vandaag niet.
Wij zwijgen voort, snuiven nog wat brandstichting en bluswater en vervolgen onze weg. Fietsend uiteraard. Er is nog veel te ontdekken.

Categorieën: Algemeen

4 reacties

sylvia1 · 20 september 2011 op 14:23

Wow… :wave:

Mien · 20 september 2011 op 20:38

Wow … too :wave: :wave:

Mien

Libelle · 21 september 2011 op 09:46

Fijne zintuigelijke waarnemingen,filosofische bespiegelingen voedend, poëtisch vertolkt.
‘Dat laatste was vanwege de rijm’, contrasteert sterk, maar vervult een functie.

Harrie · 22 september 2011 op 11:15

Mooie column. Verfijnd taalgebruik. Met onderhuids een boodschap.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder