‘Kus me, kus me,’ zegt papa.
Hij knielt voor mij neer. Ik voel zijn ruwe krullende baard tegen mijn wang. De haartjes kriebelen. Ik kus hem en tast naar zijn witte helm. Het lampje gaat branden wanneer ik op het knopje druk. Papa gooit een blok hout in de gietijzeren kachel en sluit het gat door het deksel weer terug te leggen. De geur van brandend hout vult de kamer.
‘Luister naar mama vandaag,’ zegt hij, ‘ik houd van jou, mijn jongen.’
Hij loopt naar het donkerblauwe zeil dat sinds de oorlog dienst doet als deur en verdwijnt naar buiten. Het zeil wiebelt licht.
Mijn moeder maakt Mantoe, ze zeeft bloem met zout in de oude stenen mengkom. Steeds voegt ze wat water toe, klopt, kneedt en slaat het deeg stijver. Haar magere, sterke handen kneden ritmisch het deeg, tot het een stevige homp is. Daarna legt ze de bal zorgvuldig, bijna teder, in een andere kom met een vochtige, witte ruiten doek erover. Ik hoor duidelijk hoe mijn buik vraagt om voedsel, maar mama hoort het niet. Ze merkt niet eens dat ik naar haar kijk. Zwijgend en zwoegend begint ze aan de vulling van de Mantoe en ik grijp mijn kans. Watervlug glip ik langs het wapperende zeil naar buiten. Ik weet waar papa heenging.
Tussen de hoge flats ligt een korrelig, nat, oneven zandpad. Er liggen diepe modderige plassen waar ik behendig overheen spring. Hink, stap, spring. Papa is naar het Ansari district in het centrum van Aleppo. Daar eet hij samen met zijn broeders. Zij zijn allen vrijwilligers en dragen een witte helm. Mama zegt dat deze mannen heilig werk doen. Voordat papa vertrekt leest hij altijd in de Koran. Allah heeft een plan, zegt hij. En daarom moet papa zoveel mogelijk onschuldige burgers redden. Als je een ziel redt, dan red je de mensheid, vindt papa. Zou het echt?
Ik wil met papa mee. Grote vent, zegt mama vaak, want ik word al groot. In dat geval kan ik papa best helpen. Ik kan ook wonden schoonmaken en verbanden aanleggen en de broeders helpen. Bang ben ik niet. Als God het wil zal ik ook een witte helm dragen. Waar zou papa nu precies zijn? Er is veel drukte en ik voel steken in mijn zij door het rennen. Ik mag papa niet roepen, en moet mij onopvallend bewegen. Mijn hoofd voelt raar en licht, alsof het los boven mijn lichaam zweeft. Ik ben duizelig. Dat komt vast wel door de honger. Er zijn opvallend veel mensen op straat. Ik hijg en hap naar adem. Bang ben ik niet.
De hemel is blauw. Vredig. Hoe zou dat voelen? Leven in een wereld waar vrede heerst? Geen gefluister van mama omdat zij niet wil dat ik haar kan horen. Er lopen vrouwen, gehuld in een Chador. Ze wijzen naar boven. Er vliegt een vliegtuig heel hoog in de lucht. Maar hij duikt steeds een eind meer naar omlaag. Het zijn de Russen. Ze laten Clusterbommen vallen. Ik herken ze. Waarom gooien ze die?
Ik ben gevallen. Maar het is ook zo druk op straat. Er klinken sirenes, gegil en geschreeuw. Nu haal ik papa nooit meer in natuurlijk. Dan hoor ik hem zachtjes praten, dichtbij mijn gezicht, monotoon. Hij prevelt dat het niet de Russen zijn. Niet de regering, niet wij, niet zij. Papa fluistert dat ik dokter had moeten worden, en had moeten studeren. Zijn gezicht hangt boven het mijne, ik zie zijn wiegende witte helm. Opgelucht lach ik. Maar in zijn lieve ogen lees ik een onuitsprekelijk verdriet.
Ik wil hem kussen en omhelzen, papa, geef mij een kus, maar mijn armen blijven doodstil naast me liggen, in het korrelige zand. Wat een raar gevoel.
‘Papa, ik heb je toch ingehaald,’ zeg ik blij, maar mijn vader huilt en de mannen boven mij zijn uitzinnig van woede en verdriet.
‘Ik weet wel dat ik eigenlijk niet naar buiten mocht. Maar ik moest jou helpen, want ik ben een man, een broeder, net als jullie.’ Papa zwijgt en zit geknield met zijn kin op de borst. Zijn handen gevouwen in gebed. Er glijden tranen langs zijn vingers in zijn krullende baard. Mijn ogen vallen langzaam dicht. De broeders met hun witte helmen op vervagen, de vrouwen in Chador, papa, geknield in het natte zand. Alles glijdt weg, ik zie alleen nog de hemelsblauwe lucht, die telkens een stukje naderbij komt. Ik ben zo ver en zo dichtbij. Hier ben ik vrij.
Co-column, geschreven door De Zeeuwse Draak en NicoleS

29 reacties
van Gellekom · 21 september 2016 op 17:29
Mooi mooi mooi!!!!
NicoleS · 21 september 2016 op 17:42
Dank jewel! ❤was een heerlijke samenwerking met Antonia/ de Zeeuwse draak.?
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:01
Hartelijk dank, Van Gellekom. Het was een eer om samen te werken met NicoleS.
Esther Suzanna · 21 september 2016 op 18:28
Wow, wat een prachtig stuk! Mooi gedaan Nicole en Antonia. Chapeau!
NicoleS · 21 september 2016 op 19:54
Dank Esther Suzanna. Ook namens Antonia?
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:02
Bedankt, Esther Suzanna. Ik leer veel van NicoleS, het was fijn om samen te werken aan deze column.
J.oost · 21 september 2016 op 20:08
Het is nogal wat om je samen (Nicole en Zeeuwse Draak) zo in te leven in de wereld van een kind in Aleppo. Knap gedaan!
NicoleS · 21 september 2016 op 20:26
Dank, J. Oost.?we hebben ons best gedaan om dat zo waarheidsgetrouw mogelijk neer te zetten.
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:08
Bedankt J.oost. Het was een moeilijke opdracht en ik vond het erg leerzaam en ook erg leuk met NicoleS te werken.
Bruun · 21 september 2016 op 20:09
Mooi gedaan, samen!
NicoleS · 21 september 2016 op 20:26
Dank Bruun?
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:02
Hartelijk dank, Bruun.
Nummer 22 · 21 september 2016 op 20:15
Soekram! Voor het mooie en tegelijkertijd trieste werkelijkheid.
NicoleS · 21 september 2016 op 20:27
De waarheid Door de ogen van een kind.☺
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:04
Bedankt voor je reactie, Nummer 22. Sommige werkelijkheden zijn wreed en ongelooflijk triest.
Mien · 21 september 2016 op 20:29
Zo, dit raakt. Naadloos aan ellaar geschreven. Knap gedaan dames. Chapeau. Helm af en een bis graag.
NicoleS · 21 september 2016 op 20:44
Dank Mien?
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:04
Hartelijk dank, Mien. Ik leer veel van de samenwerking met NicoleS. Bedankt voor je support.
Snarf · 21 september 2016 op 20:47
Blijkbaar goed samengewerkt om tot deze aangrijpende column te komen. Heel bijzonder!
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:06
Hartelijk dank, Snarf. De samenwerking verliep vlot. Ik ben NicoleS dankbaar, ik leer erg veel van haar.
NicoleS · 21 september 2016 op 21:12
Andersom leer ik vanzelf ook van Antonia. We zijn heel gelijkwaardig. In stijl, smaak en ook qua niveau, vind ik. Trots op onze samenwerking.?
Zeeuwse Draak · 21 september 2016 op 21:12
NicoleS, zeer bedankt voor je uitnodiging voor een co-column. We hebben jouw idee samen uitgewerkt en ik vond het een eer, dat ik met jou mocht samenwerken, als nieuwkomer op Column X. Dank je. Zeeuwse Draak.
NicoleS · 21 september 2016 op 21:18
Dank voor je medewerking en mooie bijdrage. ?
Arta · 21 september 2016 op 22:37
Heel mooi.
Ik kan echt niet zien wat van wie is…
Kleine tip: Overdadig gebruik van bijvoeglijk naamwoorden maakt verhalen minder werkelijk.
Clusterbommen lijkt mij geen kindertaal.
Ik miste het gebruik van de karakteristieke joelende tonen (ipv de sereniteit) die Arabieren maken bij rouw/verlies
Maar… Dat zijn slechts puntjes… Overall is het een mooi pakkend verhaal, dames!
NicoleS · 22 september 2016 op 06:55
Het joelen ja, dat had er bij gemoeten. De clusterbommen zijn helaas bekend bij de kinderen van Aleppo. Ze werden op een doorsnee dag ongeveer 20 keer aangevallen door de Russen. Met vatbommen of clusterbommen. Dit verhaal is gebaseerd op de documentaire the White helmets. En daar werd dit feit ook benoemd.
StreekSteek · 22 september 2016 op 14:19
Toon zeer goed getroffen; de invalshoek vanuit het kind maakt het dramatisch effect indrukwekkend, en toch zonder sentimentaliteit. Topstuk.
NicoleS · 22 september 2016 op 15:24
Dank Streek ?
Meralixe · 24 september 2016 op 23:13
Mooi, mooi, mooi…
Dit is geen kritiek op wie dan ook. Daarvoor is de samenwerking te geslaagd maar ik merk toch duidelijk de hand van Zeeuwse Draak. Komt de volgende passage; “Daarna legt ze de bal zorgvuldig, bijna teder, in een andere kom met een vochtige, witte ruiten doek erover. Ik hoor duidelijk hoe mijn buik vraagt om voedsel, maar mama hoort het niet. Ze merkt niet eens dat ik naar haar kijk. Zwijgend en zwoegend begint ze aan de vulling van de Mantoe en ik grijp mijn kans. Watervlug glip ik langs het wapperende zeil naar buiten. Ik weet waar papa heenging.” NIET van haar, zeg het mij.
Was het mijn verhaal dan had ik het kind doen ontdekken, bijvoorbeeld aan een ‘moordende’ vader, hoe erg oorlog is.
Maakt dit schrijven een kans voor C vd M?
NicoleS · 25 september 2016 op 09:45
Klopt als een bus. Inderdaad is dat geschreven door de Zeeuwse Draak. Onze stijlen passen goed bij elkaar. Het gaat heel natuurlijk. ?