Zit met mijn medewerker, meneer Froc, in de auto op weg naar een klus in Putten voor ons onderzoeksbureau.
“Het criminele centrum van het universum,” zoals meneer Froc, Putten noemt. Zelf zou ik het liever het gristelijke centrum van het universum noemen wat overigens hetzelfde is maar dat terzijde.
Op dit moment staan wij stil in een file.
‘Waarom staan wij stil?,’ vraagt meneer Froc.
‘Omdat er een ongeluk is gebeurd, vòòr ons.’
‘Ongeluk? Het is maar hoe je het bekijkt.’ Ik kijk meneer Froc onderzoekend aan: ‘hoe wilde jij een frontale botsing dan noemen, meneer Froc?’
‘Vanuit het gezichtspunt van de slachtoffers, is het een ongeluk, ja. Vanuit het gezichtspunt van de begrafenisondernemer is het omzet. Feiten, meneer Schilder! Feiten!’
Ik vraag mij af hoelang ik deze vreemde snuiter nog in dienst ga houden met zulke standpunten. Niet lang meer vermoed ik.
‘Voor de auto’s die vòòr de botsing uit reden is het ook geen ongeluk want zij staan niet in de file en wij wel.’
Na deze verlichte opmerking begint hij te neuriën: Always look on the bright side of life..

Voor hij verder kan gaan met raaskallen lost de file op en rijden wij door. Even later rijden wij Putten binnen. Ook hier heeft de Kruidvatisering om zich heen gegrepen. Alle bekende winkels zoals overal elders zijn weer vertegenwoordigd. Kruidvat, Zeeman, Rukpleister, Hema. You name it. Er is maar een gezonde uitzondering: “HENK TER HOORN! VAN BOVEN TOT ONDERGOED.”
Daar wordt een mens blij van.
Rechts van de straat een banketbakkerij:”Knevel.Altijd vers.”
links een makelaar:”Van den Brink.Makelaars”
Vind ik humor.

Terwijl ik naar een parkeerplaats zoek laat meneer Froc een foto in de krant zien: Ken je deze Dame, meneer Schilder?’
Ik kijk vluchtig opzij en zie een hoofd in de krant. Een soort wassen beeld lijkt het wel.
‘Nee, die ken ik niet, meneer Froc. Vertel wie het is. Verlos mij uit mijn lijden.’
‘Dit, meneer, is Linda de Mol. En weet u hoe ik dat weet?’
‘Hou mij niet in spanning, meneer Froc. Het is u verteld in een natte droom?’
‘Nee, meneer Schilder. Maar ik herken haar aan haar navel die nu bij haar keel zit. Komt door het voortdurend straktrekken van haar vel. Feiten, meneer! Feiten!’

Even later zie ik rechts een groot bord: Parkeren, rechts! Over 100 meter.
Honderd meter verder sla ik rechts af en beland op een kerkhof. Ik zweer het.
Meneer Froc doet zijn gordel los. ‘Dat hebben ze hier goed opgelost in Putten, meneer Schilder. Dit is echt een uitgekiende plek voor langparkeerders.’
Dan stapt hij doodgemoedereerd uit en ik trap het gaspedaal in en race weg. In de spiegel zie ik een verbouwereerde meneer Froc met openhangende mond staan. Hij beseft het nog niet maar dat wordt voor hem, treinen straks. Nu moet ik in mijn eentje werken maar wel zonder die idioot in mijn omgeving.
Dus fluit ik maar een deuntje. Always look on the bright side of life…


6 reacties

arta · 1 augustus 2009 op 12:32

😆
Erg grappig!
🙂

Prlwytskovsky · 1 augustus 2009 op 18:09

[quote]Dit is echt een uitgekiende plek voor langparkeerders[/quote]
Wahahaaaaaaa da’s een goeie Kees. Die houwe we drin.

Pracht verhaal weer in elkaar gekneveld. 😉

pally · 2 augustus 2009 op 16:05

lollig stuk

Dees · 2 augustus 2009 op 18:24

[quote]Zelf zou ik het liever het gristelijke centrum van het universum noemen wat overigens hetzelfde is maar dat terzijde.[/quote]

En meer moois 😀 😀 😀

Mien · 2 augustus 2009 op 23:46

Leuke column Kees.

Over slogans gesproken.

De volgende website is een bron van inspiratie:

[b][url=http://www.henkvandescher.nl/]Handelsonderneming Henk van de Scher voor inkoop en ver[/url][/b]

Mien

DriekOplopers · 3 augustus 2009 op 16:10

Zoals altijd een absolute topcolumn.

Zelf heb ik altijd grote moeite met de landkaart van Oost-Groningen.

Door een winkeliersvereniging.

Die bedachten:

Eenmaal Andermaal Stadskanaal.

Jarenlang heel slecht van geslapen.

Geef een antwoord