Asielzoekers.
Triestige affaire. Gelukkig heb ik er een gevonden. Al die droevige en doffe ogen die bij het korte aanhalen even gaan blinken. Echt, ze vragen met hun ogen om mee te mogen naar een veilig warm nestje. Ze vragen met hun kijkers om nog heel even wat liefde te mogen ontvangen. Gelukkig weten wij niet wat voor verdriet ze al in hun leven hebben meegemaakt. Gelukkig weten zij niet wat er allemaal nog boven hun hoofdjes kan hangen. Ik weet het. Het lijkt niet realistisch tegenover de grote wereldmisère. Maar ik kan er niets aan doen. Excuseer me. Ik praat me een beetje goed met de gedachte dat de beelden van kinderen in nood, toen ik nog niet gestopt was met kijken, mij ook diep raakten.
Hebt ge wel eens diep in de ogen van een koe gekeken? Net voordat hij moest gaan. En hem zachtjes over zijn neus gestreeld.
Hebt ge wel eens aan een achtergelaten hond gedacht. Die het niet begrijpt waarom zijn baasje hem niet meer wilt. Waarom hij ’s avonds niet meer lekker tegen het vrouwtje in slaap mag vallen. Of het kindje niet meer na school mag opwachten.

“Zo jongens, knuffel Billie nog maar even , pappa gaat onze vriend wegbrengen.” “Paps, gaat Billie ook op vakantie, net als Timmie vorig jaar?”

In het asielzoekerscentrum van Ossendrecht ben ik vrij regelmatig op bezoek gegaan. Ik leerde daar een jongetje kennen uit Joegoslavië. Hij speelde tafeltennis in de plaatselijke club.
En hij had werkelijk aanleg. Ongeveer vijf jaar leerde hij daar ping pongen, kreeg veel vriendjes en zijn ouders kwamen kijken als hun zoon competitie moest spelen. Integratie van de bovenste plank.
Toen kwam het bericht dat ‘ons’ buitenlands sympathieke spelertje wellicht terug moest naar zijn vaderland.
Ik was te stoer om in groep te treuren maar toen ik hem een keer na de training naar het asiel terugbracht heb ik gehuild. Nadat ik hem had afgezet. Hoe een bal kan rollen.


9 reacties

arta · 20 februari 2009 op 11:09

Pakkend!
Je hebt een heel aparte schrijfstijl, die mij erg aanspreekt.
Een jaar of tien geleden heb ik een tijdje in een asielzoekerscentrum gewerkt. Ik ken die kinderogen, dus…

SIMBA · 20 februari 2009 op 12:18

Een aangrijpend verhaal kort maar zeer krachtig neergezet!

maurick · 20 februari 2009 op 16:28

Ben het met voorgaande reacties eens. Je hebt inderdaad een aparte schrijfstijl. Je verhalen bevatten weinig woorden, maar grijpen toch aan. Dat siert jou als schrijver.

Mien · 20 februari 2009 op 16:57

Helemaal niet erg dat jij twee keer in de leesrij staat.

Klassecolumn.

Mien

pally · 20 februari 2009 op 21:39

In de tweede alinea mis ik wat vraagtekens, Louis. Misschien bewust weggelaten, maar voor mij voelt het of je vergeten hebt het licht aan te doen of zo. De eerste alinea vond ik wat clichématig. De rest wel leuk geschreven.
Wat minder dan je badwater, deze. Maar ja, je kunt niet altijd een 10 halen… En zo snel na het bad was je misschien nog niet helemaal droog. 😀

groet van Pally

LouisP · 20 februari 2009 op 22:08

Pally,
je hebt helemaal gelijk. En als ik het nog eens nakijk vind ik er eigenlijk geen zak aan.
Jouw lessen van vorige keer van less is more heb ik volgens mij iets te fanatiek in praktijk gebracht. En trouwens jouw 2de opdracht heb ik ook verkloot. Niet te snel achter elkaar inzenden.Ik blijf mijn best doen.

L.

Dees · 21 februari 2009 op 11:26

Mooi, kort, warm en verdrietig… Graag gelezen, hoewel je stijl iets is waar ik aan moet wennen. Maar het eigene ervan maakt dat eraan wennen de moeite waard is.

KawaSutra · 22 februari 2009 op 01:10

Ik proef een beetje tegenstrijd in je gevoel. Begaan met het lot maar toch ook afscherming tegen de emotie door afstomping en relativering. Die worsteling met het gevoel blijft bij mij achter.

LouisP · 22 februari 2009 op 10:08

Beste,
bedankt voor het lieve comentaar.
Kawa, ik denk dat jij gelijk hebt. Eigenlijk is dit stukje alsof ik aan een schilderij begin. Een hoop rare, vervelende, vragende zaken bij elkaar krabbelen en dan de stukken waar ik iets voor voel aan elkaar plakken. Dit keer had de emotie de overhand. Relativeren. Moeilijk voor mij. Ik moet me maar niet met grote mensenproblemen bezighouden, denk ik.

Bedankt voor lezen en de les.
L

Geef een antwoord