Het is dinsdagmiddag. Omdat er, op mij en drie jongeren na, nog niemand op de bus zit en deze binnen vijf minuten vertrekt, ben ik er redelijk gerust in dat ik geen last zal ondervinden van maatschappelijke randgevallen. Een van de jongeren echter zet zijn muziek loeihard. Een oorverdovende bas trilt door het voertuig heen. De chauffeur gaat naar de jongen toe en vraagt vriendelijk of hij zijn muziek wil uitzetten. Deze kan door zijn aanzienlijke arrogantie uiteraard niks anders dan lachen. Giftig bitst de chauffeur dat hij moet oprotten. Ik vrees even voor geweld, maar tot mijn grote verbazing zet het aandachtszoekend stuk crapuul zijn herrie af. Een goeduitziende dame stapt de bus op en kijkt in het rond. Ze zet zich neer op een vier-zit. Is een één-zit plaats soms niet genoeg voor u? Of hoopt u soms een vet gedrocht te zijn, waar de andere passagiers maar voor moeten wijken, opdat u toch kunt zitten? Geprikkeld door deze heuse pretentie tuur ik naar buiten.

Net als de chauffeur de motor start, komt er een stuitend figuur aangelopen. Hij stapt op en kucht op een ronduit degoutante manier. Zijn stem is schril, alsof hij een grote klodder slijm in zijn keel heeft geplakt. Hij gaat op zoek naar een plaats en zoals U waarschijnlijk al vermoedt, besluit dit belabberd individu zich recht voor mij te zetten. Ik had het kunnen raden: hij ruikt zoals hij eruit ziet. Naar bier, sigaren en donkergele urine. Heb ik hier soms met een rottende dakloze te maken? Creperend kucht hij opnieuw. Zijn adem stinkt waanzinnig. Naar hardnekkige schimmelinfecties, die mijn grootmoeder wel eens opliep van de lijm waarmee ze haar vals gebit vastkleefde. Ik voel me licht worden in mijn hoofd.

Dit is natuurlijk het type dat een onweerstaanbare drang ervaart om continu tegen de chauffeur te lullen, ook al zit deze drie meter van hem verwijderd. Mijn gedachten zijn nog niet koud of hij begint te praten. Wat je praten kan noemen. Hij mompelt en spuugt tussen zijn tanden door. Speeksel floept uit zijn mond. Ik versta zijn geratel niet. Hij spreekt de medeklinkers amper uit en knoopt al zijn woorden aan elkaar vast, zonder enige ademruimte. Aan ademruimte heb ik op dit moment acute nood. Ik voel me niet goed. Echt niet.

Tien minuten gebrabbel later lijkt hij plots een infarct te krijgen. Hij raakt vast in een verstikkende hoestbui. Hysterisch grijpt hij naar een paal in de bus als houvast. Hij kucht uit zijn keelgat alsof zijn leven ervan afhangt. Een gelige rochel druipt van zijn kin. Mijn maag keert om. Panisch druk ik op de noodknop. Ik moet naar buiten. NU! De chauffeur slaat zijn remmen toe en opent als de bliksem de deuren. Met mijn hand voor mijn mond spurt ik, snakkend naar frisse lucht, de bus uit. Voor ik het goed en wel besef, sta ik in het midden van de straat te kotsen. Onthutst slenter ik naar het voetpad. De chauffeur rijdt door. De passagiers kijken me allen met een verafschuwende blik aan. Ik veeg een brok van m’n kin en steek razend mijn middelvinger op. “BENDE WALGELIJKE ASOCIALEN!” Woedend zet ik me neer om tot rust te komen. Ik denk dat ik voortaan de auto neem.


6 reacties

Marley_jane · 22 maart 2009 op 02:29

Wauw ik zie het helemaal voor me, alles van de bus tot de zwerver tot jij kotsend. Maar misschien is dat het jointje wat ik et op heb :hammer:

Garuda · 22 maart 2009 op 13:00

Jouw boodschap is me duidelijk, ik ben het er ook mee eens, het asociale gedrag in het openbaar, dat hoort niet.

Ik ben het alleen niet eens met de voorbeelden die je geeft. De jongen zette toch zijn muziek uit zonder klappen te geven en de dame mag toch zitten waar ze wilt? Doe jij tenslotte ook. En waarom mag een zwerver niet mee in de bus? En dat hij dan stikt in zijn eigen speeksel heeft hij ook niet kunnen voorzien. Al zou hij zijn handen voor zijn mond kunnen houden Ik vind het niet asociaal genoeg.

u-queen · 22 maart 2009 op 23:43

😆 geloof me, het kan nog veel erger hoor 😀
Leuk stukje, komisch.
Al had je van mij iets meer mogen aandikken betreffende de eerste twee voorbeelden.

Dees · 23 maart 2009 op 10:55

Eigenlijk lees ik er een soort claustrofobische paniekreactie in. En dat vind ik dan weer het mooie aan dit stukje. Beeldend geschreven. Ik rook met je mee 😉

Neuskleuter · 23 maart 2009 op 18:09

Een beetje afstandelijk geschreven, maar ik vind het wel erg leuk. Het doet me erg denken aan ‘hoe onbewust asociaal ben jij?’ van Sire.

Ik ben het met Gary eens dat het allemaal nog wat erger kan, maar dit ligt wel dichter tegen het realisme aan.

Mien · 24 maart 2009 op 10:30

Beeldend levendig over de top geschreven.
Aandachtspuntje.
Hier en daar lopen de zinnen niet lekker.
Maar dat is wellicht te wijten aan de walging die je waarschijnlijk zelf voelde tijdens het schrijven.

Mien

Geef een antwoord