Het Elfde Gebod

Ineens zat hij rechtop in zijn bed en zijn brein draaide op volle toeren. Hij wist het zeker, hij had zojuist de Heilige Graal ontdekt. Toegang tot het paradijs zou verzekerd zijn zodra hij zijn plan wereldkundig zou maken. Het liefst had hij direct Mozes getwitterd dat hij nog een aanvulling had op de Tien Geboden. Het 11e gebod luidde: ‘Gij zult verkeersboetes naar draagkracht tot u nemen’. Opgewonden lichtte Ed Anker, de tollenaar van de ChristenUnie, zijn ideeën toe bij Paauw & Witteman.

Ziekte in Fabeltjesland

Ik moest lachen. Onbedaarlijk hard lachen. Naar mijn idee had de NOS in samenwerking met een dierenkliniek uit Utrecht een erg sterke 1-aprilgrap uitgehaald. Net na een item over de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen, maar vóór het laatste nieuws over de aanslagen in Moskou bracht het Journaal een opmerkelijke reportage. De camera toonde een sullig stel met een hond in een wachtkamer. Waar je zou verwachten dat het item zou gaan over het wel en wee van psychiaters in Nederland, bleek juist de hond het onderwerp.

Slaap lekker verder

Zoals hij daar zat, vond ik het zelfs een beetje aandoenlijk. Oud, slapend en een bril op het puntje van zijn neus. Ik moest denken aan mijn opa, die ook wel eens in zijn stoel in slaap viel, terwijl mijn oma zat te kletsen met haar zus. Een oudemannenkwaaltje denk ik. Nou ja, kwaaltje, dat weet ik zo net nog niet.

Smakelijke wantoestanden

Hoe zou het toch met Rob Geus zijn? Voor het geval dat u hem niet kent; Rob was de ietwat dommig ogende presentator van het onvolprezen programma De Smaakpolitie. Semi-toevallig viel hij dan een shabby Chinees restaurant binnen en controleerde er of de regelgeving omtrent hygiëne wel werd nageleefd. Dreef de behaarde schimmel op de satésaus, dan peurde Rob er demonstratief met zijn wijsvinger in en riep dan steevast: ‘Dat kan niet hè? Hier word ik niet vrolijk van’.

Modern aanmoedigen

Vroeger vond ik het leuk als ik werd toegezongen op mijn verjaardag. Het is één van de dingen die zo’n dag bijzonder maakt. Daarbij is het niet zo dat de hoge kwaliteit van het gezang me al die tijd is bijgebleven. Mijn vriendjes en vriendinnetjes (zij het weinig) kwamen niet bepaald in aanmerking voor een plek bij Kinderen voor Kinderen. Het geluid dat ze uit hun jonge strotjes persten had nog het meeste weg van een kudde langzaam stikkende kuikentjes. Maar het gaat om het gevoel wat ik er aan overgehouden heb.