Hoe was je weekendwip? (Deel 26)

Michael wordt wakker. De zon schijnt door het zolderraam. Alweer zo’n prachtige zomerdag. Hoe laat zou het zijn? Met een ruk draait hij zich om. Wat kan hem het schelen. Hij is werkloos. Zijn vrouw en kind kwijt. Hij woont in het huis van iemand die hij amper kent. En bovendien; hij is vandaag nog jarig ook. Een bittere trek komt om zijn mond. Jarig. Alsof hij wat te vieren heeft. Het contact met Monique verloopt stroef.

Hoe was je weekendwip? (Deel 25)

Michael heeft toch maar gebruik gemaakt van het voorstel van Paul om tijdelijk bij hem in te trekken. Eigenlijk wel wrang: hij heeft Paul altijd als een aartsrivaal beschouwd, maar hij blijkt uiteindelijk de enige naar wie hij toe kan in deze netelige situatie. Michael peinst er niet over om bij zijn ouders aan te kloppen. De eerste keer is hem dit ook helemaal niet bevallen, en met wat voor verhaal moet hij komen? Ik heb mijn vrouw bedrogen en nu moet ze niks meer van me hebben?

Hoe was je weekendwip? (Deel 24)

Lisa is weer thuis. Michael weer aan het werk. Het leven begint langzaam zijn normale loop te nemen. Monique loopt niet meer elke vijf minuten naar de babykamer om bezorgd te checken of het wel goed gaat met haar dochtertje. Alle sloten in het huis zijn vervangen. Bovendien hebben Michael en Monique besloten om een alarminstallatie te laten aanleggen. Monique is zo vaak alleen thuis, en ze is toch een beetje bang geworden na wat er is gebeurd.

Hoe was je weekendwip? (Deel 23)

Michael wordt wakker door de ringtone van zijn mobieltje. Automatisch draait hij zich op zijn andere zij om zijn arm om Monique heen te slaan. Even schrikt hij. Ze is er niet. O, dan is ze vast bij de baby. Dan realiseert hij zich, dat Monique in het ziekenhuis is met Lisa. Hij geeft zichzelf nog even de tijd om wakker te worden, en dan pakt hij de telefoon. Eerst maar eens bellen hoe het gaat.

Hoe was je weekendwip? (Deel 22)

‘Wat gek. Ik zou toch durven zweren dat ik alle lampen uit heb gedaan voor ik naar het ziekenhuis ging,’ peinst Michael, terwijl hij op zijn gemakje op het toilet zit. Hij moest steeds al nodig, maar om in een ziekenhuis nou even uitgebreid te gaan zitten bouten… Hij moet grinniken om zijn eigen gedachten. Dat komt ook door de opluchting.