Wat moeten we toch met Harrie?

“Wat moeten we toch met Harrie?” zucht de vrouw vertwijfeld. Ze kijkt haar man met een wanhopige blik aan. Hij zucht diep en kijkt naar de punten van zijn schoenen. “Tja. We hebben nou al van alles geprobeerd. De psychologen weten er geen raad mee, hij is gewoon zo gek als een deur. Spoort niet.” “Maar het is wel mijn kind,” zegt de moeder met een klein stemmetje. “Een raar kind, dat wel, en ook een vervelend kind, maar wel mijn kind. Maar als ik het van tevoren had geweten, dan was ik nooit aan kinderen begonnen.”

Hoe was je weekendwip? (Deel 30)

Shirley kijkt in de binnenspiegel van haar auto. Ze kan het kindje net niet zien. Maar het is stil, dus het zal wel slapen. Heeft Monique haar gezien? Net toen ze wegreed, had ze haar het parkeerterrein op zien rennen. Pas als Shirley op de snelweg rijdt, durft ze rustig adem te halen. Ze wordt niet achtervolgd, de baby huilt niet, kortom, de verrassing voor Michael is geslaagd! Wat zal hij blij zijn om zijn dochter weer te zien.

Hoe was je weekendwip? (Deel 29)

“Steeds had ik het idee dat die toestand met die Shirley echt maar eenmalig is geweest. Ik voel me zó belazerd! Nu blijkt gewoon, dat ze al die tijd met elkaar hebben door gerotzooid. En ik heb mijn best gedaan om alles te vergeven en te vergeten. Ik voelde me soms een trut, omdat ik één zo’n slippertje maar niet door de vingers kon zien!” Paul laat Monique uitrazen. Ze is woedend, en terecht.

Hoe was je weekendwip? (Deel 28)

Schoorvoetend stapt Michael in. “Hai,” begroet hij Shirley. Ze straalt hem tegemoet. “Wat heerlijk om je weer te zien!” juicht ze bijna, en ze buigt zich naar Michael toe om hem een kus te geven. Onhandig zoent hij haar op beide wangen. Even kijkt ze verwonderd, maar ze zegt niks. “Kom. We gaan naar huis,” zegt ze enkel, en meteen geeft ze gas. Michael slikt. Naar huis? Wat haalt ze zich nou in haar hoofd? Hij is helemaal niet uit op een relatie met haar, hij zoekt alleen een tijdelijk onderkomen.

Hoe was je weekendwip? (Deel 27)

Langzaam wordt Michael wakker. Zijn hoofd bonkt, en zijn tong voelt aan als van leer. Hij rilt van de kou. Even moet hij nadenken waar hij nou precies is. Hij kijkt om zich heen. O ja, nou weet hij het weer. In het huis van Paul. En geen wonder dat hij het zo koud heeft. Hij ligt, gehuld in slechts een boxershort, op de koude leren bank van Paul. Hoe laat zou het zijn? Hij werpt een blik op de klok. Drie uur. Wat is er ook alweer gebeurd? Flarden van herinneringen komen boven. Hij had gedronken, vanmorgen al. Hij is jarig.