Lieve lente

Roemraar U dees lente, Portaal van al het zijn Zachtjes tikt U schimmen wakker, Het erfgoed van de winterpijn.   De vlot gepotte rozenspruit Wachtend op veldse tijde, Alwaar het de wolken zal betichten, Van niet aanstonds weg te willen vleien Met mooi wit watsel weliswaar Maakt U de nakende Lees verder…

Genoeg zo!

De wereld is weldegelijk aan het vergaan, beste bewoners. Het is mooi geweest. Toegegeven, wij Nederlanders zijn er nog, maar er staan geen dagen meer op de steen, dus is het de hoogste tijd om ook hier weer alles netjes achter te laten. Mij is gevraagd om mee te werken aan de communicatie en dat doe ik bij dezen dan ook graag als voorstander van het einde der tijden.

Harlem milkshake

Op het perron aangekomen plaats ik mijn tas op het stalen bankje en begeef mij naar de reisplanning van het machinistencollectief. De matgele reiswijzer vermeldt dat ik mij binnen een kwartier op de komst van hun vervoer mag verheugen. Op het plexiglas van het kader waarin het spoorboekje is gehangen heeft zich een groene, vaalgrijs gestreepte vlinder gehecht. Het kleurmotief van de vlinder oogt alsof het een pakje draagt zoals generaals die dragen ten tijde van actieve betrokkenheid aan het front. In het midden en aan de onderkant van zijn lijfje hangt een tasje van een glimmende transparante substantie.

Digitale verhuftering

‘Mr Watson come here. I want to see you’. De eerste woorden ooit, gesproken via een telefoon door Alexander Graham Bell. Aan de andere kant van de lijn hoorde zijn collega Mr Watson die woorden lijdzaam aan. Wanneer die eerste telefoon was voorzien van nummermelding, dan had Mr Watson kunnen denken, ‘Ik heb even geen zin in Alexander met z’n stomme opdrachten. Laat ik eens niet opnemen’.