Stal en boon

Een strooien dak, kunstmos rommelig op de bodem gestrooid en een elektrisch lampje achterin gemonteerd. Het rook naar stof en aangebrand dennengroen. Het baby’tje dat scheef in het kribbetje lag had het ouwelijke gezicht van een 6- jarig kind met grote zorgen. Maria met een afgebroken armpje en een sullige Jozeffiguur bogen zich onmachtig naar hem toe. Er achter een os en een ezel. Wat afgebrokkelde schaapjes omgevallen voor de deur.

Geduld

Een kreet, zo hard dat mijn hersenen lijken te scheuren. Ik kijk om me heen. Niemand hoort het. Vele mensen om me heen en toch alleen. Mijn mond schreeuwt geluidloze woorden. Mijn hoofd produceert schreeuwerige gedachtes. Is er dan niemand die het hoort?

Sunset Boulevard

Bestaat er iets mooiers, ontzagwekkenders, relativerenders, berustenders, onvermijdelijkers, in zijn grootsheid meest tastbaarst, alomtegenwoordigers, onverschilligers dan de kosmos? Waarom staat de hele wereld met zijn doldraaiend rad van consumptie en economische groei niet vijfmaal daags stil voor beschouwing, betrachting, contemplatie van de elementen, de kosmische pracht, kracht en heerschappij?