Je zit na een korte ziekenhuisopname bij te komen in een verzorghotel in Noordwijk aan Zee. Te ziek nog om naar huis te gaan, maar te goed om een duur ziekenhuisbed bezet te houden. Aan de ene kant is het een geluk dat er zoiets bestaat als een verzorghotel, maar anderzijds mis je jouw eigen bed, en thuis. Het is op zijn zachtst gezegd onplezierig om door zoveel handen heen te gaan. Handen die je rolstoel voortduwen: oké. Lastig om het iemand te vragen, maar dat leer je al. Handen die je wassen en aankleden: liever niet, maar er is geen ontkomen aan.

Je laat je naar het nieuw aangelegde terras ter hoogte van het souterrain rijden om de najaarszon te voelen prikken. Het ontbreekt daar aan uitzicht op dit ingebouwde terras, maar je zit uit de wind. Dat dan weer wel. Verpleegsters en bediening lopen af en aan om jou en de andere verzorghotelgasten het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Uitzicht, dat mis je, letterlijk en figuurlijk.

Dus wat doe je? Na een lange overpeinzing raap je al je moed bijeen en vraagt een verzorgster of het mogelijk is om naar de eerste etage gebracht te worden. Daar bevindt zich namelijk het glazen trappenhuis, met uitzicht op zee. Als je zou kunnen veerde je op bij het idee om het letterlijke uitzicht alvast te veroveren. Het figuurlijke komt wel.

Liefdevolle, warme handen duwen je naar de eerste etage. Verder lukt het wel, zeg je, en de handen lopen weer weg. Je pijn verbijtend win je de strijd met de meters die voor je liggen; je legt ze meer dan dapper af.

Tranen vechten om een uitweg. Ooghoek of recht naar beneden? Trillende handen en vingers missen de kracht om je terug te brengen naar ‘start’. Daar zit je dan, jezelf vermannend en afvragend hoe het toch kan zijn dat het uitzicht op deze sublieme plek ondoorzichtig is.

Met tegenzin druk je op de alarmknop die om je nek hangt. Even later komen de lieve handen weer aangesneld.
“Gaat het niet?”
“Nee. Waarom is het glas zwárt?”
“Dat zal ik u laten zien. Kom, we gaan naar het dakterras”.

De lieve handen duwen je de lift in en drukken het knopje van de hoogste etage in. De lift doet, met hetzelfde automatisme als de handen die je voortbewegen, wat hij moet doen. De deur naar het dakterras staat open en de handen pakken een op- en afrit om jouw rolstoel overheen te laten glijden.

“Ziet u dat grote, nieuwe huis daar? Er woont een gezin in met twee kleine kinderen. Zij wilden geen inkijk en hebben bij de gemeente bewerkstelligd dat wij het trappenhuis van opaque glas moesten voorzien.”
Samen staar je naar het huis. Een grote tuin, zwembad, speelmateriaal. In gedachten zie je het gezin dat daar woont naar het strand lopen. De kinderen spelen in het zand, zoeken schelpen en doen tikkertje met de golven. Hun ouders genieten, hand in hand, van het schouwspel. Gezondheid is heel gewoon. Ouderdom nog ver weg.

“Wij vonden het juist zo leuk om onze gasten vanuit het trappenhuis over zee uit te laten kijken. Maar ja, het heeft niet zo mogen zijn”. Zij strijkt over je arm. “Maar weet u, met onze hulp kunt u altijd op het dakterras komen hoor. Dat doen we met plezier.”

Je ogen lichten op. Je glimlacht. De zon lijkt door te breken.
In de verte verschijnt een donderwolk. Je ziet het, rilt en fluistert: “En in de winter dan? Of als het regent?”

Categorieën: Maatschappij

WritersBlocq

Talent voor tekst, taal en verhaal

14 reacties

Prlwytskovsky · 24 september 2006 op 10:56

Wat heb je dit mooi verwoord WB, ik proef als het ware de tranen tussen de regels. Complimenten.

KawaSutra · 24 september 2006 op 10:58

[quote]“En in de winter dan? Of als het regent?”[/quote]
Prachtig ingetogen relaas over het ouder worden en hoe je ongemerkt buiten de maatschappij wordt geschoven.
Petje af WB. 🙂

Li · 24 september 2006 op 11:38

Alsof je een penseel in tranen hebt gedoopt om daarmee een pakkend, mooi maar triest beeld van deze maatschappij te kunnen schilderen. Goed gelukt. Ik heb kippenvel.

Li

champagne · 24 september 2006 op 12:06

M.n die laatste regel, zo treffend ook dat ik er kippenvel van kreeg! Wat me ook trof was het anonieme van ‘de lieve handen’.

Het perfecte gezinnetje, zou op hun perfecte dag eens een glimp opvangen van iets dat riekt naar imperfectie; iemand in een rolstoel. Arghhhh! 😡

Chantal · 24 september 2006 op 13:05

Prachtige column, WB!

DriekOplopers · 24 september 2006 op 16:34

Prachtig opgeschreven hartverscheurend verhaal over de steeds verdere teloorgang van onze fatsoenlijke samenleving, die ooit gebaseerd was op solidariteit.

Hulde!

Driek

Eddy Kielema · 24 september 2006 op 18:17

De problemen van het ouder worden beangstigend goed beschreven.

Trukie · 24 september 2006 op 22:02

Jammer maar waar.
Dan is het misschien toch beter om in een kleinere gemeente te wonen. Hier is nog genoeg ruimte en rust voor mensen met een rollator of electrische scooter.
Er is nog aandacht voor hen in de fase daarna. Tehuizen naast een park waar je lelijk aan wordt gekeken als je er zonder respect te hard doorheen fietst.
WB prachtig verbeeld. Dit is echt schilderen met woorden.

Fred · 24 september 2006 op 22:24

Welkom in het land waar je alleen meetelt als je wat betekent.

KawaSutra · 24 september 2006 op 22:50

’t zijn die handen hè, die handen…..

KingArthur · 25 september 2006 op 09:34

Vaak gaat het genot van anderen ten koste van het geluk van velen. Goed geschreven.

Ma3anne · 25 september 2006 op 19:54

Ben er stil van, Pauline. Fijngevoelig en begripvol geschreven.

pepe · 25 september 2006 op 21:11

Een column die maar weer eens schrijft dat een pleziertje voor een ander niet groot hoeft te zijn. Het zijn vaak ook die kleine dingen die een mens blij maken.

Ik ben nog steeds blij dat ik werkende handen en lopende voeten heb die mij de kans geven een rolstoel te duwen.

Heel mooi geschreven WB!!

WritersBlocq · 25 september 2006 op 22:16

Zo ingetogen als ik mijn woede over het blinderen van glas wegens ongewenste inkijk van hulpbehoevende mensen wilde beschrijven, zo ingetogen zijn ook jullie reacties. Dat is heel mooi. Ik hèb me daar een partij lopen opwinden maar als ik mijn woede had laten gaan, dan was het onleesbaar geworden, of zelfs lachwekkend. Hierdoor liep ik wel vast, maar met goede hulp kwam dit verhaal tot stand en ik ben er blij mee – voor zover mogelijk – net zoals jullie reacties mij weer goed doen. Groetje, Pauline.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder