De windstilte vanochtend voelt alsof de wereld om me heen er speciaal is neergezet. De bomen en struiken lijken van karton. Als het regende zou ik ze als elementen die slap kunnen worden en kleur verliezen meteen binnenhalen. Een enorm toneeldecor dat zo weer kan worden veranderd omringt me. Onwennig lopend langs alle zetstukken, ben ik blij als ik een vogeltje vlak voor me over de dijk zie hippen. Al schrikt hij. Toch is hij voor mij even een troostende figurant in dit stille stuk. Een regisseur ontbreekt of loert misschien vanuit een onzichtbare plek. De grijze lucht doet denken aan een groot stuk plastic dat boven me gespannen is.
Berenklauwen domineren dreigend aan beide zijkanten van de dijk. Hun enorme puntige bladeren met het scherpe zonnegif grijpen opzij. Ze houden via de steel een dikke lichtgroene knop omhoog, waaruit bij sommigen vals verleidelijk een randje witte kant van hun beginnende schermbloem te zien is. Ze blijven op mijn netvlies, ook als ik even mijn ogen dicht doe. Het zonlicht is getemperd tot exact de juiste lichtsterkte, vlak en diffuus. Een aantal wattenwolken is met precieze handen voor de lens geschoven. Het af en toe heel zacht bewegen van bladeren versterkt nog de onbeweeglijkheid. Hier is niets aan het toeval overgelaten. De jonge maisplanten zijn streng in rijen gelegd, als het kapsel van een Afrikaans meisje met te stijve vlechtjes. Langs de berm zijn de grashalmen zò lang dat ze bloeien. Speciaal voor deze voorstelling ergens geplukt en hier in kunstige volle, verdacht nonchalant aandoende bossen gerangschikt.

Ik kijk om me heen. Wat is mijn rol, mijn tekst? Waarom is er geen souffleur?
‘Wat willen jullie?’ schreeuw ik. Er komt nauwelijks geluid uit mijn droge keel.
Benauwd krijg ik het. Een straaltje zweet loopt langs mijn voorhoofd omlaag.
De dreigende stilte probeer ik bibberig en vals weg te fluiten: Een kiezelsteentje tegen een vestingmuur.
Op dat ogenblik kruipt langzaam een kleine bruinzwarte pad langs mijn schoen. Zit even verlamd van schrik als ik me buk om hem op te pakken. Heel voorzichtig zet ik het diertje in de palm van mijn ene hand en sluit mijn andere er lichtjes, ruim omheen. Voel het zachte trillen als een snelle hartenklop. Met mijn wijsvinger aai ik over het fluwelige lijfje.Waarom ontroert hij me zo? Hij springt vanuit mijn geopende hand met gespreide tenen de vrijheid tegemoet. Ik kijk hem spijtig na, maar zie tot mijn opluchting dat hij geen opdraaisleuteltje in zijn rug heeft.

Dan strijkt een windvlaag langs me heen. De zon breekt door. Een paar grote schermbloemen hebben zich uitnodigend opengevouwen. Ik spring verschrikt opzij voor een helrode auto, die gedeeltelijk met zijn wielen door de grashalmen rijdt om me te ontwijken. Ze gaan even plat en richten zich dan weer op. De bestuurder steekt zijn hand vriendelijk groetend naar me op. Ik beantwoord zijn gebaar automatisch als in trance en ga vervolgens zitten langs de waterkant. Terwijl het decor langzaam tot leven komt, trek ik me terug in de coulissen en word toeschouwer. De enige.

Mijn gebalde lege hand heeft de trilling van de kleine pad bewaard als een minuscuul applaus.

Categorieën: Fictie

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

7 reacties

arta · 9 juli 2008 op 09:25

Heel bijzonder beschouwend geschreven, terwijl je er toch zelf middenin zit.
Erg mooi, Pally!
🙂

SIMBA · 9 juli 2008 op 09:54

Een SF-sprookje, dat gevoel had ik erbij.

pepe · 9 juli 2008 op 18:45

Even leek het of ik iets las over onze jongste, de kikkervriend, die net als jij zo graag padden of kikkers vangt.

Mooi toneelstuk, ik heb genoten.

lagarto · 9 juli 2008 op 19:27

Heb je er niet aan gedacht dat beest te kussen…wie weet…

😉

pally · 10 juli 2008 op 22:23

Bedankt voor de reacties, al was de ‘oogst’ erg schamel, dit keer.
Ik zal het maar zo vertalen dat dit stukje niet zo aansprak. Tja, een experiment was het : een beetje SF met de natuur verweven.Waarschijnlijk niet helemaal gelukt.. 🙁

groetjes van Pally

KawaSutra · 10 juli 2008 op 23:41

Zeker mooi geschreven met uitgebalanceerde woorden zoals we van jou gewend zijn. Maar de draad was ik af en toe wel even kwijt.

Anne · 11 juli 2008 op 09:04

Heel mooi: de natuur en het landschap om je heen even bezield als de mens er middenin, en dus ook evenredig beangstigend of ontroerend. Laatste regel is een juweeltje.

En Pally, dit is nou komkommertijd 😕

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder