‘Zo, we gaan deze jongen maar eens aan het infuus leggen’. 
De ANWB man trekt met een ferme zwaai de achterdeur van de gele bestelwagen open en plaatst met trefzekere bewegingen twee klemmen op de accu van mijn vleugellamme Volvo. Een uur geleden ben ik met een hoofd vol voornemens en boodschappen achter het stuur gaan zitten om met een routineuze handeling het vertrouwde geronk van de wagen in gang te zetten. De misselijkmakende klik waarmee de motor aangeeft zijn laatste oortje electriek versnoept te hebben, dringt nog heel even niet tot mijn bewustijn door. Ik draai de sleutel in het contact nog een keer om.
Een zwak rocheltje onderuit de motorkap, dan is de stilte definitief.
Ik ben alleen , op deze immense parkeerplaats aan de rand van het kampeerterrein.

Met het stuur in mijn handen geklemd blijf ik een moment doodstil zitten, waarna ik in een kinderlijke reflex woedend op de zitting heen en weer beweeg, alsof ik op die manier de 1300 kilo staal alsnog aan de praat zou kunnen krijgen. Plotseling herinner ik me deze beweging uit de tijd dat op de kermis de antenne van je botsauto even het contact met de knetterende electrische lading aan het plafond verloren had.
Je gooide je gewicht naar voren en de kleine koerscorrectie die dat tot gevolg had bracht weer leven in de cabine.
Nu helpt dat niet. Mijn auto met al die paardekrachten, die enorme accelleratie en dat soepele bochtenwerk is net zo levenloos als de rijen blik voor, achter en naast me.
Adekwaat handelen is geboden. Ik zou de motorkap kunnen openen om hier en daar aan een slang te plukken of op een dekseltje te tikken, maar aangezien ik het presteer om ruitensproeiervloeistof in de olievulopening te gieten en nog geen bougie van een radiateur kan onderscheiden, open ik het dashboardkastje en ga op zoek naar mijn pasje van de automobielclub.

‘ Deze jongen heeft honger’.
De ANWB man wijst op een metertje dat digitaal oplicht naast de vertrouwenwekkende maar raadselachtige verzameling reparatie attributen waarmee zijn auto is volgestouwd.
‘Kijk ‘m eens slurpen’.
De ANWB man is er een die het overwicht van zijn deskundigheid met wellust botviert op sukkels zoals ik . Volts, amperes, accuzuren en ladingstijden glijden in staccato en in volstrekte vanzelfsprekendheid over zijn lippen. Iedere bijdrage of suggestie van mijn kant, over verbruik, levensduur, of zelfs maar bandenspanning wordt met minzame minachting door hem gecorrigeerd. Ik weet van hoed noch rand, wil hij maar zeggen.
Ook de houding die hij erbij gekozen heeft onderstreept zijn suprematie;
Handen in de zakken, voeten uit elkaar, hem krijg je niet om.
Hij draagt een zorgvuldig gestreken blauw streepjesoverhemd met korte mouwen waaruit gebruinde armen steken. Op het borstzakje is het logo van zijn organisatie geborduurd. Dat maakt hem plotseling kwetsbaar.
Papa heeft nieuwe overhemden van de zaak. Ik zie zijn vrouw op de bank voor de tv. Een lange winteravond ,de kachel snort, ze schuift de leesbril die naar het puntje van haar neus is gegleden met een gehaast duwtje weer in positie en naait met kleine zorgvuldige haaltjes de letters in het katoen.

Dan zijn we eindelijk zover.
‘ Laat hem maar eens praten!’
Ik kruip achter het stuur en draai de sleutel om. Met een schorre blaf slaat de motor aan. De ANWB man gooit achteloos de klep dicht.
‘ Half uurtje karren, dan is ie er weer helemaal bij’.
Ik steek mijn hand op en kijk naar hem terwijl hij zich omdraait.
Met twee korte rukken, een naar links en een naar rechts, trekt hij zijn broek omhoog. Even spant de donkerblauwe pantalon in zijn bilnaad. Met duim en wijsvinger maakt hij een Nadalletje en verdwijnt in zijn servicewagen.


6 reacties

Mien · 12 augustus 2011 op 12:35

Vol van volvoromantiek is deze column geschreven. Met dit verschil dat de robuustheid van de Volvo niet doorschemert. Af en toe te veel taalkundig opgepoetst met als einde een niemandalletje.
Maar toch wederom ook hele mooie trawantjuweeltjes.
Waaronder d’n deze:
[quote]Ook de houding die hij erbij gekozen heeft onderstreept zijn suprematie;
Handen in de zakken, voeten uit elkaar, hem krijg je niet om.
[/quote]

Mien

pally · 12 augustus 2011 op 12:58

Een heel leuk stuk, Trawant! Vooral de alinea met het blauwe overhemd, waar je opeens wat dieper graaft, vind ik sterk.

groet van Pally

Ferrara · 12 augustus 2011 op 15:01

Mazzel dat je nog op de parkeerplaats van de camping stond. Stel je voor dat je al volgeladen was geweest, diepvries enzo.

:stom: je snapt hem vast

Ontwikkeling · 12 augustus 2011 op 15:49

Na het lezen moest ik even onze Volvo 164 even starten. Het was nl. bijna alsof je over onze Anders had geschreven.
Goed stukkie, meneer T!

Libelle · 12 augustus 2011 op 18:53

Mijn hybride loopt altijd, tenminste starten hoor je hem niet. Ze geven er ook tachtig jaar garantie op! Geen wegenwacht voor mij dus, ik mis ontzettend veel en hoop op een sterretje.

sylvia1 · 13 augustus 2011 op 13:25

Trawant, ik heb laatst zelf een keer de kritiek gekregen dat ik teveel bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden gebruik. Bij het lezen van je column dacht ik eraan omdat het me hier voor het eerst opviel. Het haalt de vaart wat uit het verhaal. Desalniettemin wel een prima column, zoals altijd.

Geef een antwoord