Telkens als hij ons huis binnenstapt voor de jaarlijkse controle van de CV ketel, realiseer ik me dat er alweer een jaar voorbij is.
Zo rond de 40 schat ik hem, een kale reus met in elk oor een ringetje.
‘Hoe is ‘t’, vraag ik uit gewoonte. ‘Niet best’, is zijn onverwachte antwoord. De rug. Hij trekt een pijnlijk gezicht en gaat aan tafel zitten.
Even daarvoor heb ik onze inloopkast leeggeschept die volgestouwd is met al het verleden waar we ons maar niet van kunnen ontlasten.
Hij moet er immers wél bij kunnen. Oude koffers, een elektrisch voetenbad van Tell Sell dat kietelde als je de whirl functie aan zette, een handig buikspierfitnessapparaat met allerlei uitsteeksels uit de tijd dat ik nog dacht dat mijn lichaam maakbaar was.
Plus een kubieke meter leuke lapjes waar mevrouw Trawant absoluut ooit nog iets leuks mee gaat doen, dozen vol foto’s en oude sinterklaasgedichtjes en muntdropjes die her en der uit tasjes op het laminaat ratelen
Elk jaar opnieuw neem ik me voor om na afloop van zijn bezoek de zaak niet meteen weer in willekeurige volgorde terug te plempen, maar nu eens rustig de tijd te nemen om behoorlijk uit te zoeken welke memorabilia het waard zijn om plaats te nemen in ons collectieve geheugen, en wat nu eindelijk, beslist, doelbewust en rigoureus weg kan. Steeds opnieuw eindigen zulke voornemens met een diepe zucht en het zo snel mogelijk weer uit het zicht verwijderen van de hele handel.

Onze CV monteur wacht op koffie. Dat krijgt hij elk jaar. Eén kopje met een wolkje melk vóór hij begint, en als hij klaar is nóg een kopje.
Nee, het gaat niet best met hem. Hij is sinds gisteren pas weer op therapeutische basis aan de gang. Ik knik vol medeleven.
Vooral als hij aan het werk is heeft hij last. Als hij thuis op de bank ligt gaat het wel. Maar bukken is een hel. Soms mag hij met die enorme handen op kantoor een middagje orders op volgorde leggen. Hij heeft deze winter al drie maanden bij huis gelopen zegt hij met een gezicht alsof hij van staatswege in een justitiële instelling opgenomen is geweest. Hij kon niets doen. Vissen ging niet en aan de auto sleutelen was helemaal onmogelijk. Lezen dan, suggereer ik met een educatieve glimlach. Het lijkt of ik hem in het kruis getast heb. Lézen, waar zie ik hem voor aan. Van armoe was hij maar veel op visite gegaan.
Ik zie hem door zijn dorp schuifelen, ergens aankloppen en zwijgend plaatsnemen aan een keukentafel. Je zal hem maar op bezoek hebben. Zo’n beetje als nu bij ons, dringt tot me door.

Als hij de beschermplaat van de ketel losklikt valt er een schroefje op de grond. Hulpeloos kijkt hij over zijn schouder. Ik schiet overeind.
Gelukkig zijn er geen toevallige voorbijgangers als ik op mijn knieën tussen zijn gespreide benen onze kast in kruip. En natuurlijk maakt hij ook nog even gebruik van het toilet, zoals alle werkmensen die bij ons over de vloer komen.
Later bij het tweede kopje vallen we stil. Hij staart naar buiten. De ruggespraak is op, er is nog een vleugje ‘waarblijftdelentepraat’ en dan schuif ik mijn stoel naar achteren.

‘Ik moet weg’, lieg ik.
Hij loert in zijn koffie maar maakt nog geen aanstalten.
‘Als ik zo mijn drinken op heb ga ik ook maar eens’, deelt hij mee.
Het is alsof niet ik, maar hij hier woont.

Ik doe iets verkeerd en ik heb weer een heel jaar om daarover na te denken.

Categorieën: Maatschappij

7 reacties

LouisP · 26 maart 2010 op 08:30

Trawant,
helemaal prachtig…wat een manneke..

gr.

Louis

Avalanche · 26 maart 2010 op 09:30

Leuk stukje ‘ruggespraak’. De pijnlijke stiltes zijn bijna voelbaar. Laatste alinea: :hammer:

lisa-marie · 26 maart 2010 op 14:42

ik heb weliswaar geen ketel maar wel genoten van dit stuk.

Ontwikkeling · 26 maart 2010 op 15:04

Ik had er altijd eentje die gezellig bleef koffiedrinken, tot ik erachter kwam dat dat koffiedrinken ook werd doorberekend à 80,00 per uur arbeidsloon.
De volgende keer heb ik ‘m vrij vlot de deur uitgebonjourd.

De laatste alinea vind ik hilarisch. ‘k Sluit me bij Avalanche aan. :hammer:

arta · 27 maart 2010 op 18:05

Zo mooi, hoe jij deze man beschrijft!
🙂

Prlwytskovsky · 28 maart 2010 op 10:54

Schitterend. En dan dat laatste stukje …. ahahaaaa.

Anne · 28 maart 2010 op 17:37

Heel mooi stukje. Je wordt steeds minder de clown.

Geef een antwoord