Tijdens een middagje shoppen word ik hongerig en heb ik zin om ergens te lunchen. Ik bekijk de prijskaart, waarop mijn maag zich terstond omdraait en op slot gaat. Broodje kaas: 5 euro. Als het eenmaal voor mijn neus ligt wil ik wel eens weten hoe het zit. “Mevrouw?”, vraag ik ietwat cynisch aan de serveerster. “Waar is mijn zilveren bord?”
Ze kijkt me meewarig aan. “Zilveren bord?”
“Nou kijk,” zeg ik. “Ik dacht, als u 5 euro voor een broodje kaas vraagt, krijg ik het vast wel bediend op een zilveren bord.”
Ze lacht, maar niet echt, en staart me aan met een blik in haar ogen die ik zo kan aflezen: ‘Oh nee toch, niet zo’n klant. Dat mens is niet tof’.
Iemand die zoveel eurocentjes durft te vragen voor zoiets simpels als een broodje kaas is naar mijn idee ook niet helemaal goed snik, maar goed. Ik bestudeer mijn Koninklijke boterham, zowaar met servet, en dan vermoed ik dat de bestelling niet goed is opgenomen. Er klopt hier iets niet. Geen zilveren bord, [i]soit[/i]. Maar waar is mijn kaas? Ik zie geen kaas.

Oh, maar wacht eens, ergens onder een heuvel van knolselderij, winterwortel, ijsbergsla, komkommer, brandnetels en kruidnagel, overgoten met whiskeysaus, tref ik warempel iets geels aan. Zou dat de kaas zijn? Jawel, het is de kaas, althans het lijkt erop. Dit is geen gewoon sneetje Maaslander meer; het is een soort minibruidstaart. Ik neem een hap en dat is nog knap lastig, dat wordt een hele klus. Ik heb immers niet de mond van Amy Winehouse.

Mijn laadklep werkt als een knoflookpers wanneer ik erin tracht te bijten; de peen en de courgette ontsnappen langs de broodkorsten en vallen op mijn niet zilveren bord. Maar ik zet door. Ik voel hoe mijn kersenrode lippenstift naar mijn kin verplaatst, terwijl ik de taart via mijn slokdarm naar mijn maag probeer door te sluizen, die inmiddels van de schrik bekomen is en het slot weer heeft opengedraaid. Na ongeveer een kwartier heb ik de plantentuin met whiskeysaus naar binnen weten te metselen, ik veeg mijn kin schoon met het servet en kleur mijn lippen opnieuw in. “Heeft het gesmaakt?”, vraagt de serveerster als een boer met kiespijn terwijl ze het lege porseleinen bordje oppakt. “Jawel, hoor!” lieg ik. Met een broodje dat gegarneerd is met een halve achtertuin, kun je onmogelijk opmerken dat je iets miste. 5 euro – Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Volgende keer maar weer gewoon thuis eten.

Categorieën: Maatschappij

3 reacties

Dees · 6 december 2008 op 14:01

Ja, inderdaad. Ik wil ook wel weer eens gewoon een eerlijk broodje kaas. Leuk geschreven, laadkleppen met kersenrode omlijsting, hoe charmant 😀

pally · 6 december 2008 op 15:03

Leuke column, Yvonne!
En inderdaad, je moet zoeken naar het broodje en de kaas onder de berg eetbaar speelgoed met veel saus. De enige manier om zoiets nog enigszins fatsoenlijk naar binnen te krijgen, is het in twee helften opeten van het abstracte schilderij(met de hand)en de helft van de zooi ernaast gooien, vooral de saus.

groet van Pally

Prlwytskovsky · 6 december 2008 op 18:13

Broodje kaas had je toch besteld? En niet al die zooi erbij? Geen wonder dat het €5,- kost.

Geef een antwoord