Ik ben op weg naar de Spar. De zon schittert in de autoruiten. Sinds lange tijd heb ik een licht lentegevoel. Dat werd tijd. Ik heb mijn zwierige das thuisgelaten.
Het weer zelf lijkt zwierig genoeg, hoewel de wind nog een schraal noordelijk tintje heeft.
In de verte zie ik het uiterst actieve raadslid naderen. We hebben zo af en toe een praatje op straat. Over de buurt en alle nieuwigheden. Ons kleine winkelcentrum is opgeknapt. Een slingerend wandelpad, massieve houten bankjes, jonge boompjes en een breder trottoir. Daar heeft het actieve raadslid ruim aan bijgedragen, zoals hij niet nalaat te vertellen.
Als plannenmaker en ook als observant tijdens de fase dat de boel overhoop lag, heeft hij de werkzaamheden nauwkeurig gevolgd.
Het actieve raadslid draagt een krijtjespak en een ‘men in black zonnebril’, die hij al pratend ophoudt. Hij wil graag horen dat het allemaal mooi geworden is.
Natuurlijk, maar ik heb ook een puntje van kritiek.
Twee hoge, uitbundige prunussen moesten wijken voor een stalen kunstwerk. Dat wordt volgende week geplaatst. Een interpretatie van een boom, door een beeldhouwer.
Het waren mooie hoge prunussen die ieder jaar zo zwaar en zwoel in de bloesem stonden dat het haast obsceen was.
Ik ben er vorig jaar nog speciaal voor naar huis gelopen om mijn fototoestel te gaan halen.
Ondanks een petitie in de buurt zijn ze onlangs met wortel en tak geraust.
‘Ach’, zegt het uiterst actieve raadslid, dat persoonlijk de extra fondsen voor het kunstwerk geworven heeft, ‘Ze waren toch al stervende.’
Even lijkt hij onder de indruk van dat laatste woord.
Ik moet met hem mee om naar een overgebleven stronk te kijken. Hij wijst me op een donkere plek in het midden van de zaagsnede.
‘Die is voos’, zegt hij.
‘Kwam dat even goed uit’, denk ik.

Het uiterst actieve raadslid heeft een breed netwerk; gemeentelijke diensten, directeuren van maatschappelijke organisaties, wethouders, zelfs de burgemeester noemt hij bij de voornaam.
Hij kan van alles regelen.
Daar praat hij over met een bestudeerde vanzelfsprekendheid die mij tegelijkertijd boeit en irriteert. Ik heb ze in mijn leven vaker voorbij zien komen. De vloeiend formulerende, immer goed geschoren en van ambitie gloeiende middenmanagers, die zo dik in hun bijzondere contacten zitten dat ze er ter eigen glorie van overlopen.
Mij kent het actieve raadslid alleen van het voorbijgaan. Ik ben een luisterend oor in de voormiddag. Voor vanachter de zonnebril.
Om mijn bijdrage aan ons praatje niet alleen uit bevestigend hummen en begrijpend knikken te laten bestaan, vertel ik, tussen twee van zijn ademteugen in, over mijn stukjes en boekjes.
Dat prikkelt hem echter niet tot een verdiepende vraag. Integendeel, er ontspringt direct een nieuwe loot aan zijn monoloog.
Een culturele manifestatie, binnenkort in onze buurt, met plaatselijke dichters en schrijvers, ook door hem georganiseerd. Samen met anderen, dat wel.
Even ben ik in de verleiding hem voor te stellen iets uit eigen werk voor te komen lezen.
De applausjunk in mij schaamt zich nergens voor.
Maar vanwege een plotseling uitwaaierende hekel aan mezelf, zie ik er van af.
‘Hé, hallo’, begroet het uiterst actieve raadslid en passant een nieuwe buurtbewoner.
Ik mag verder.

Categorieën: Gein & Ongein

5 reacties

SIMBA · 17 april 2010 op 09:09

Ja, je komt ze overal tegen maar vooral in de dorpspolitiek, deze zelfingenomen figuren. Ik heb er een hekel aan. Goed neergezet Trawant!

LouisP · 17 april 2010 op 09:16

Trawant,
ik ben wakker en heb genoten…van je stukje..
hieronder mijn KV-stukjes…

‘ Het waren mooie hoge prunussen die ieder jaar zo zwaar en zwoel in de bloesem stonden dat het haast obsceen was.’

‘ Daar praat hij over met een bestudeerde vanzelfsprekendheid die mij tegelijkertijd boeit en irriteert. Ik heb ze in mijn leven vaker voorbij zien komen. De vloeiend formulerende, immer goed geschoren en van ambitie gloeiende middenmanagers, die zo dik in hun bijzondere contacten zitten dat ze er ter eigen glorie van overlopen.’

‘Mij kent het actieve raadslid alleen van het voorbijgaan. Ik ben een luisterend oor in de voormiddag. Voor vanachter de zonnebril.’

‘Om mijn bijdrage aan ons praatje niet alleen uit bevestigend hummen en begrijpend knikken te laten bestaan, vertel ik, tussen twee van zijn ademteugen in, over mijn stukjes en boekjes.’

‘Maar vanwege een plotseling uitwaaierende hekel aan mezelf, zie ik er van af.’

…tja dan heb ik liever iemand die zo heerlijk eerlijk ijdel is..zo een als jij..

mooi!

groet,
Louis

ps…jammer dat je het stuk bij gein/ongein hebt gezet……..verdient dat niet

Ontwikkeling · 17 april 2010 op 12:21

Weer een lekker stukje met typisch Trawa(j)aanse uitspraken 😀 (sluit me aan bij Louis).
Alleen de titel vind ik niet helemaal passen, doordat die irritante flirefluiter van ‘n actief raadslid (7X ;-)) langskomt….
Buiten/Binnenraadse zaken? 😀

Saya_Surya · 17 april 2010 op 20:19

‘ Het waren mooie hoge prunussen die ieder jaar zo zwaar en zwoel in de bloesem stonden dat het haast obsceen was.’

Deze zin op zich heeft al een prijs verdiend! :wave:

Avalanche · 18 april 2010 op 11:47

Meesterlijk! De wereld lijkt steeds meer te gaan bestaan uit zelfingenomen figuren als het door jou beschreven raadslid. Zeer treffend neergezet.

Geef een antwoord