Hoe was je weekendwip? (Deel 10)

Michael roert zijn koffie en zucht. Hij kijkt naar buiten, maar in de rustige straat waar zijn ouders wonen, gebeurt weinig. Helemaal op zondag. Af en toe loopt iemand langs het raam. Net nog, een jonge vrouw met een kinderwagen. Over een aantal maanden zal Monique ook achter een kinderwagen lopen. Met hun kind erin.

Detox zoveel

Bah. Ik ben het hele jaar al aan het zuipen. Anders kan ik het niet noemen. Al is dat ook niet helemaal waar. Wat heb ik daar een hekel aan. Het is niet helemaal waar. Dat is onzin. Ik denk daar ineens over na. Of ik wel echt wil wat ik denk dat ik wil. Of het niet ergens in m’n onderbewuste anders is.

Detox 8

‘Je gelooft er niet meer in. Ik zie het aan je. Maar je gaat wel door. Zonder na te denken of het helpt.’ ‘Ja, ik ben de wanhoop voorbij. Als het niks oplevert, het houdt me van de straat.’ ‘Tot ziens maar weer en sterkte.”Ja, bedankt.’
Naamgenoot en collega-fitnesser heeft me weer eens een steuntje in de rug gegeven. Hij lijkt het makkelijker vol te houden dan ik. Op het oog ploetert hij dapper door. Maar wie weet, zakt hem de moed ook regelmatig in de schoenen.

Detox the story

Ik heb hem eindelijk op mijn beurt een keer bij de veter: de duvel. Hij dacht met me te spelen, maar kwam van een koude kermis thuis. Net op tijd greep de voorzienigheid in. Misschien was het m’n vader wel die over de dood heen z’n zoon de helpende hand toestak.

Hoe was je weekendwip? (Deel 9)

Monique ligt somber voor zich uit te kijken. Ze pakt een tijdschrift van haar nachtkastje, bladert het verveeld wat door en legt het dan terug. Ze zucht. De tijd lijkt voorbij te kruipen. Al vijf weken ligt ze plat. Af en toe mag ze proberen om iets actiever te zijn, maar dat levert onmiddellijk harde buiken op, zodat ze wel weer moet gaan liggen. Nee, erg vrolijk wordt ze niet van die verplichte bedrust. Tegelijk voelt ze zich ondankbaar als ze zich zo somber voelt. Voor hetzelfde geld had ze een miskraam gehad. Ze moet blij zijn. Blij, dat het kindje nog leeft, dat het groeit, en dat ze op de helft van de zwangerschap is. Maar in een sombere bui zoals nu denkt ze: ‘Nóg maar op de helft.’