‘Je gelooft er niet meer in. Ik zie het aan je. Maar je gaat wel door. Zonder na te denken of het helpt.’ ‘Ja, ik ben de wanhoop voorbij. Als het niks oplevert, het houdt me van de straat.’ ‘Tot ziens maar weer en sterkte.”Ja, bedankt.’
Naamgenoot en collega-fitnesser heeft me weer eens een steuntje in de rug gegeven. Hij lijkt het makkelijker vol te houden dan ik. Op het oog ploetert hij dapper door. Maar wie weet, zakt hem de moed ook regelmatig in de schoenen. Af en toe kruipen we min of meer gelijktijdig op de hometrainer en fietsen zogezegd een tijdje met elkaar op. Hij laat het daar niet bij en doet ook andere oefeningen. De oefensessie sluit hij dan af met een kwartiertje fietsen.

Ik beperk me tot de hometrainer. Na m’n succesje van een paar weken geleden ben ik wat minder fanatiek. Ik probeer de grens niet meer te pas en te onpas te verleggen. Laat ik eerst maar ‘ns wennen aan 25 minuten op niveau 10. Als me dat zonder oeverloos gezweet en spierpijn afgaat, pas ik het schema misschien weer eens naar boven aan.
Het bevalt me wel. Ik ben niet meer zo overdreven afgepeigerd als ik thuis kom. Het doet me goed dat ik niet al m’n energie tijdens de fitness verbruik. Er is na gedane zaken nog wat fut over.

Ik mag dan zelfs de moed der wanhoop niet meer op kunnen brengen, ik blijf het wel doen. Gevangen als ik zit in de poging om m’n conditie te verbeteren. Als ik stop, ben ik de met pijn en moeite opgebouwde fitness binnen de kortste keren kwijt. Dan is alles over een paar weken uiteindelijk helemaal voor niks geweest.
Ik ben met drinken of beter het stoppen met drinken in dezelfde val getrapt. Het maakt niet uit of het me wel of geen moeite kost om de alcohol een tijd te laten staan. Als ik de verslavingsarts vertel dat het me makkelijk afging, oppert hij natuurlijk dat ik dan moeiteloos nog wat langer droog kan staan. Mocht ik toegeven dat het me is tegengevallen, is dat een bewijs van mijn afhankelijkheid. Om daar van af te komen moet ik uiteraard nog een paar weken doorzetten.

Het doet er niet meer zoveel toe.
Sinds ik om wat voor reden dan ook ben gaan nadenken over m’n drankgebruik is het ineens een item. Over een tijdje zal ik moeten beslissen hoe ik in de toekomst met alcohol omga.
Bewust gaan gebruiken of toch stoppen. Voorlopig ziet het er naar uit dat de alcohol gaat winnen.

Het zal een rare beslissing zijn. Om me willens en wetens regelmatig in een roes te zuipen. Het is me de afgelopen dertig jaar talloze malen overkomen. Maar niet omdat ik het per se wou.
Het is moeilijk voorstelbaar om volledig bij zinnen voor een leven in gepaste dronkenschap te kiezen. Al is het dan wel mijn keuze.
Tot nog toe heb ik alles in feite een beetje op z’n beloop gelaten. Het overkwam me allemaal.

Na m’n ontslag hebben werkcoaches en UWV-personeel m’n leven overgenomen. Het is niet meer van mij. Het is van van alles en iedereen; van de fitness, van de verslavingszorg, van de arbeidsmarkt en ja misschien ook wel een beetje van de alcohol.
Als ik het dan toch uit handen geef, dan moet de drank het maar overnemen. Gedoseerd, als ik het kan opbrengen. Overvloedig, als ik de maat verlies.

De duvel krijgt in ieder geval geen kans meer. Na m’n overwinning een paar weken geleden, heeft-ie alles geprobeerd om me weer van slag te krijgen. Hij kan duidelijk niet tegen z’n verlies. Zelfs niet een klein beetje, want zo groot was m’n overwinning nou ook niet. Het is uiteindelijk bij die ene score van beneden gemiddeld in plaats van zwak gebleven.

Maar zo makkelijk laat ik me niet meer uit het veld slaan.
Bloeddrukpilletje vergeten, wie maalt er om. Een hoge hartslag en dus een lage score vanwege de koffie ‘s ochtends. Het deert me niet. Het ontbijt op het balkon met verse broodjes en pasgezette koffie neemt niemand me meer af. Ook de duvel niet.
Z’n spelletje om me de koffiekan om te laten stoten zodat de pot op de grond in gruzelementen valt, heb ik door.
Zo makkelijk geef ik me niet meer gewonnen. Ik zal hem de oren wassen.

Al kun je de klok gelijk zetten op m’n humeurige momenten. Al speelt m’n rug nog zo vaak op. Al vloek ik er nog steeds met de regelmaat van klok op los als de onmacht me weer eens overvalt. Hoezeer ik me door te drinken ook in ledigheid en z’n oorkussen wentel. Hij kan me wat.

Of ik ooit weer een baan krijg of niet. Of de fitness uiteindelijk wel of geen vruchten afwerpt. Of ik de rest van m’n leven de rugpijn op de koop toe moet nemen of dat me af en toe een dag zonder klachten is gegund. Al verlies ik straks tot overmaat van ramp alsnog het gevecht tegen de sigaret. Ik heb me er bij voorbaat bij neergelegd.

Tussen alle tegenslag door zit het leven vol steuntjes in de rug van medeploeteraars bij de fitness, kan ik nog vaak zat iets voor een ander betekenen door er gewoon te zijn, staan me tafels met verrukkelijke spijzen te wachten, zitten er volop drankgelagen in het vat en verzuren als een oude pruim kan ik altijd nog.

Categorieën: Vervolg verhalen

Frans

Ooit schreef ik voor een regionaal dagblad. Daar hadden ze na 22 jaar genoeg van en nu probeer ik het hier. Na een grote tussenpauze hoop ik de draad weer op te pakken.

6 reacties

Boukje · 14 januari 2011 op 13:00

Wauw, ik dacht dat ik de enige was 😎
Goed opgeschreven en erg bemoedigend!
Ga zo door.

Boukje.

LouisP · 14 januari 2011 op 22:07

Frans,

“Het ontbijt op het balkon met verse broodjes en pasgezette koffie neemt niemand me meer af.”
Goeie zin!

Go Franciscus!

Ludovicus

pally · 15 januari 2011 op 16:20

Wat me vooral opvalt in dit stukje, Frans, is zo’n onvervangbaar maatje. Mooi vind ik dat! En dat je beseft dat hij het misschien soms net zo moeilijk heeft als jij.
Geef hem dat eens wat mee, af en toe. Dat bezorgt jou, denk ik, ook een goed gevoel. Dat jij ook best kunt coachen vanuit jouw positie. Ik vind je een heftige, maar ook realistische vechter. Je voelt feilloos aan, waar soms een time-out nodig is :wave:

groet van Pally

Mien · 15 januari 2011 op 16:59

De alcohol vlied woest door je pen. Hou dat vast en klamp je vast aan je wilskracht. Vroeg of laat droogt de inkt sneller op.

Mien

sylvia1 · 15 januari 2011 op 22:11

Echt lang geleden dat ik iemand over de duivel heb horen praten als de donkere kant van je eigen ik. Het doet me aan biechten denken en eigenlijk schrijf je ook wel alsof je biecht, eerlijk en open.

DreamOn · 17 januari 2011 op 18:03

Al reageer ik niet zo vaak, ik lees je serie wel met veel belangstelling. Knap, eerlijk en zonder medelijden te willen opwekken bij je publiek. Mooi gedaan. 🙂

Geef een antwoord