Even opnoteren: 2-1

Mijn notieblokje staat vol met voorzetjes, kleine krabbeltjes gemaakt met een minuscuul dasspeldpennetje dat in het kaftje geklemd kan worden. Alles klein dus. Dusdanig klein dat het nu voor de derde keer gebeurd is.

Outta my system

“Je kent het rijtje in het Nederlands toch wel? Ik, jij, hij, zij,wij, jullie,zij?” vraag ik aan leerling X. die ik Engelse grammar uit moet leggen. Hij kijkt me hoopvol aan. “Ja, dat ken ik wel!”
“Mooizo. En dan in het Engels. I (am), you (are), he (is), she (is), they (are), we (are), you (are). Ken je dat rijtje?” X kijkt me blanco aan.

Crisis voorbij? Laat me niet lachen…

Recessie voorbij? Zet je roze bril eens af!

Het verbaast me iedere dag weer. Iedereen doet zijn ding, niemand lijkt zich zorgen te maken. Fluitend gaan we naar ons werk en naar school. De recessie is achter ons denkt men. We zijn er zelfs amper van achteruit gegaan. Wat men vergeet is eens een kijkje te nemen terug in de geschiedenis. De kredietcrisis die begon in 2007/2008 was minstens zo erg als de crisis van de jaren ’29. Wat toen volgde is jarenlange depressie.

Niet meer

Speciaal dat was hij. Zes jaar ken je iemand. Iemand die in je klas zit, onopgemerkt, slim, kortom een groot mysterie. Plots merk je: “Ik ben verliefd.” Natuurlijk is het niets anders dan hopeloze kalverliefde, maar je gaat op het moment in. Een verliefde puber ben je, hij niet.