Ad Infinitum

‘Denk je echt dat alles is veranderd?
Dat de sterren nooit meer zullen fonkelen zoals vroeger en dat je hart nooit meer zo licht zal voelen?

Ziet de wereld er echt zo anders uit?
Zijn de straten waarin je je begeeft zoveel smaller geworden en is de lucht zoveel grijzer, kouder en streng?

Gezever

Laten we praten over domme dingen. Gezever. Dingen die nutteloos zijn en nog nuttelozer worden uitgedrukt. Aardbeien? Lekkere, rode aardbeien met crème.

Verdwaald

Je bent bang, zei de waarzegster.
Ik knikte.
Ze spreidde haar kaarten op tafel en liet me er drie uitkiezen.
Waar ben ik? vroeg ik
Je bent hier, antwoordde ze

Slagboom

Een snelle blik op de spreuk op de deur. Dovemansogen. Blindemansoren. Niet bang zijn, wonden bedekken, schouders iets verder naar achteren, kin iets meer omhoog. En vergeet die kraag niet. [i]Zie ik daar een kreukel?[/i] En dan is er de spiegel: die snelle ontmaskeraar. [i]Wat is er met mijn gezicht? Wat is er in godsnaam met mijn gezicht?[/i]

De Toeschouwer II – Een observatie ‘Between The Acts’

De wereld is vol onbekenden. De een lacht zonder reden en de ander huilt maar blijkt acteur te zijn. En dan is er de toeschouwer. De man op de achterste rij van de tribune die weigert te applaudiseren bij iedere punchline en zichzelf de kunst van het onzichtbaar maken heeft aangeleerd door simpelweg te zijn. Zijn droom bestaat uit een nihilistisch resumé van een een reis die zich liet kleuren door een psychedelicum waarvan de naam hem tot op heden onbekend is. Misschien dat het ‘leven’ heet. Maar zo snel als een samenvatting leest, zo snel is zijn droom weer voorbij.